Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ambtenaar, verwelkom de initiatiefrijke burger

Opinie

Jacqueline Cramer, Rinske van Noortwijk en Ineke van Zanten oud-minister van Vrom en directeur van het Utrecht Centrum voor Aarde en Duurzaamheid en oprichters van GreenWish

De samenleving kan problemen vaak beter oplossen dan de overheid. De overheid moet dat vermogen aanwakkeren.

Overal in de samenleving, op alle mogelijke terreinen, zijn burgers actief met eigen maatschappelijke projecten. Mensen wekken samen energie op, exploiteren een zorgboerderij, helpen tienermoeders aan betaald werk, vinden alternatieven voor tropisch hardhout of voor plastic in de tuinbouw, organiseren een duurzaam mode-evenement of produceren voedsel in de stad.

Mensen komen in beweging, omdat ze een kans zien om bij te dragen aan de samenleving. Dat is géén reactie op een falende overheid. Ze doen het omdat het past bij hun persoonlijke missie. Dat maakt hen juist zo gedreven.

Veel initiatieven ontwikkelen zich buiten het zicht van de overheid. Mensen vinden veel van wat ze nodig hebben in de samenleving, 'in the crowd'. Via nieuwe wegen, social media, crowdfunding en open source- netwerken. Initiatieven van burgers organiseren zich vaak buiten instituties om in nieuwe sociale verbanden. Dat is mooi meegenomen in een tijd waarin de overheid steeds minder kan doen en kan 'veroorzaken' met subsidies.

Maatschappelijke initiatieven zijn voor de overheid belangrijk. Ze geven handen en voeten aan beloften in het regeerakkoord: het stimuleren van ondernemerschap, bijvoorbeeld. Maatschappelijke initiatieven leiden vaak tot nieuwe (sociale en duurzame) ondernemingen en nieuw werk. Of het stimuleren van innovatie. Ongebonden, vrijdenkende burgers komen met onorthodoxe ideeën. Het zijn veilige experimenteerplekken, broedplaatsen voor innovatie.

Maatschappelijke initiatieven laten zich niet leiden door de overheid. Maar vroeg of laat komen ze elkaar wel tegen. Ambtenaren hebben de neiging afhoudend te reageren, beducht dat anderen ook hulp zullen vragen of dat het subsidie kost of dat er een winstoogmerk achterzit. Begrijpelijk, maar niet constructief.

Als je initiatiefnemers vraagt wat ze willen van de overheid staat vertrouwen op nummer één en niet geld. Dit blijkt duidelijk uit het rapport dat Pieter Winsemius schrijft als lid van de WRR (Trouw, 11 mei). Ze willen geloofd worden in hun intentie bij te dragen aan een betere wereld. Op de tweede plaats staat serieus genomen worden: ze verwachten dat de ambtenaar de potentie van hun initiatief wil zien en niet alleen de beren op de weg.

Er is een wereld gewonnen als de overheid zich anders gaat opstellen tegenover maatschappelijke initiatieven. Het is niet meer zo dat je als overheid bedenkt hoe het moet om vervolgens de uitvoering daarvan bij de samenleving te leggen. De samenleving kan maatschappelijke vraagstukken vaak veel beter en sneller oplossen. Dat vermogen aanwakkeren, wordt een belangrijke overheidstaak.

Zorg dat je wéét wat er speelt aan maatschappelijk initiatief en kijk hoe dat bijdraagt aan overheidsdoelen. Zoek persoonlijk contact en vraag wat je kan bijdragen, zonder te vervormen. Vraag je af waar de samenleving niet zelf actief is. Leg die nog onopgeloste vraagstukken voor aan de samenleving, bijvoorbeeld via prijsvragen. Leer anders te 'scoren': leg verbindingen, voeg expertise toe, pas knellende regelgeving aan, inspireer, opereer buiten kaders.

Natuurlijk blijft de overheid nodig om met allerlei beleidsinstrumenten richting te geven aan een duurzame economie. Maar haar rol wordt daarnaast steeds meer om initiatieven vanuit de maatschappij te faciliteren.

Lees verder na de advertentie
Oud-minister Els Borst zet handtekening onder een burgerinitiatief.

Deel dit artikel