null Beeld

ColumnJamal Ouariachi

Als meningen omslaan in daden, wordt het oppassen geblazen

Hoe zou het eigenlijk met de vrijheid van meningsuiting gaan? Sinds Pim Fortuyns beroemde­­ slogan ‘Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg’ leek Nederland jarenlang bevolkt door zeventien miljoen Christopher Hitchensjes. De moord op Fortuyn promoveerde ‘zeggen wat je denkt’ tot heldendaad. De opkomst van sociale media maakte het bovendien mogelijk dat elk Tourettesk oprispinkje onmiddellijk de wereld in geslingerd kon worden.

Nu viel er ook wel wat te verdedigen, na de moord op Fortuyn en die op Van Gogh, de Deense cartoonrellen, de slachtpartij op de redactieburelen van Charlie Hebdo. Toch nam de verdediging van het vrije woord soms absurde vormen aan. Je hoorde mensen reppen van ‘het recht om te beledigen’, soms zelfs van de plicht tot beledigen. Beledigd zijn, toch een menselijke reactie minstens zo oud als Homerus’ Ilias, mocht ineens niet meer. Maar het probleem is volgens mij niet dat mensen zich al of niet beledigd mogen voelen. Het probleem is hoe sommigen daarmee omgaan. Beledigd zijn rechtvaardigt nooit een onthoofding. Niets rechtvaardigt een onthoofding.

Wie niet gehoord wordt, raakt gefrustreerd

De vrije meningsuiting, in combinatie met een infrastructuur waarin iedereen, via sociale media, zijn stem kan laten horen, leidde tot een paradox: er klonken op den duur zó enorm veel stemmen, dat het voor een individu heel moeilijk werd om nog gehoord te worden. En wie niet gehoord wordt, raakt gefrustreerd.

Van Fortuyns credo ‘Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg’ lijkt de nadruk de laatste tijd langzaam te verschuiven van het eerste zinnetje naar het tweede. Anders gezegd: als het met woorden niet lukt, dan zijn er altijd nog de daden.

Doen wat je zegt is een geloofsartikel zonder politieke kleur en zie je dus van links tot rechts. Je zag het aan de bekladding van het huis van Thierry Baudet, een paar jaar terug, door Antifa-activisten. Je zag het aan de boeren die met hun trekkers de bebouwde kom terroriseerden. Je zag het aan het door Willem Engel met het vrije woord opgehitste tuig dat op het Binnenhof Pieter Omtzigt intimideerde. Je zag het aan rapper Akwasi die onlangs, geconfronteerd met zijn eigen vrije woorden, journalisten hun laptop afpakte en bedreigde.

Dat ‘doen wat je zegt’ ook buiten Nederland het nieuwe normaal is geworden, bleek bij de bestorming van het Capitool door Trump-aanhangers—net zo goed aangejaagd door het vrije woord.

Vrijheid van meningsuiting is een stuk gereedschap waar je wijs mee moet omgaan. Als meningen omslaan in daden, wordt het oppassen geblazen. Je zou bijna gaan terugverlangen naar al die zelfverklaarde kruisvaarders van het vrije woord, die in alle vrijheid roepen dat je in dit land niks meer mag zeggen.

Jamal Ouariachi is schrijver. Naast ­ romans en verhalen schrijft hij recensies en columns.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden