Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Als ironie niet wordt begrepen, vallen we terug tot het niveau van een kleuter

Opinie

Naema Tahir

© Maartje Geels
column

Mijn column van de vorige keer heeft flink wat lezers geagiteerd, ik vermoed mede doordat De Telegraaf, dagblad van ‘wakker’ Nederland, er uitgebreid uit citeerde. 

De reacties waren navenant: ik ben ‘oliedom’; ik moet ontslagen worden door Trouw; ik moet terug naar het Rifgebergte (de Himalaya was accurater geweest, maar je kunt ook niet alles weten. Iedereen die bruin is komt uit Afrika, nietwaar?); en ik kreeg veelvuldig te lezen dat ik als minderheid of ‘vluchteling’ gewoon beter de Nederlandse taal moet leren in plaats van die ook nog van ‘ons’ te willen afpakken.

Lees verder na de advertentie

Want over de Nederlandse taal ging mijn vorige column. In het bijzonder over het lidwoord ‘het’. Ik pleitte voor de afschaffing ervan.

Ironie

Bedoelde ik dat letterlijk? Natuurlijk niet! Mijn column was een reflectie over de moeilijkheid van het perfect onder de knie krijgen van een vreemde taal. Mijn Nederlands is prima. Maar het is niet vlekkeloos. Ik heb na al die jaren nog steeds moeite met de lidwoorden. Ik verwar ‘de’ en ‘het’ regelmatig, hoe hard ik ook mijn best doe. Daarom opperde ik met een ironische noot dat we ‘het’ maar moesten afschaffen.

Ik had verwacht dat elke lezer van de column die ironie onmiddellijk zou doorschouwen en er met mij om zou grinniken. Het is toch evident, zou je zeggen, dat je een lidwoord niet kunt afschaffen? En dat een voorstel daartoe dus niet letterlijk moet worden gelezen, maar als ironische humor?

Voor de helderheid: ironie is het tegenovergestelde zeggen van wat je bedoelt. Het is een klassiek retorische stijlfiguur. Die gebruikt een schrijver om zijn stukken fraaier en interessanter te maken. Het is net zoiets als een metafoor. Als ik bijvoorbeeld zou zeggen dat ik een oliebol ben, omdat ik taalfouten blijf maken, bedoel ik dat ook niet letterlijk.

Wie humor niet meer begrijpt, wordt boos om een onschuldige grap

Wat blijkt nou: heel veel mensen lezen mijn column kennelijk wel letterlijk! Ze begrijpen dus geen ironie. Daaruit blijkt een grote verarming van het taalbesef. Een terugval tot het niveau van een kleuter. Zelfs mijn dochter van zes begrijpt ironie en kan erom lachen. Maar veel volwassenen herkennen die dus niet meer. Dat is zorgwekkend.

Temeer daar ironie een heerlijke vorm van humor is. Humor is een van de belangrijkste manieren om om te gaan met de verschillen tussen jezelf en anderen, met de tekortkomingen van anderen en jezelf. Wie lacht, trekt geen wapen. Wie lacht, die relativeert en neemt het leven niet al te serieus. Wie humor niet meer begrijpt, wordt boos om een onschuldige grap. Hij bezorgt zichzelf overbodige hartklachten en maakt zichzelf ook nog eens belachelijk.

Herkenning

Laat ik tot slot zeggen dat mijn column door veel mensen ook wel werd begrepen. Er kwamen veel lovende reacties binnen, vol herkenning. Van allochtonen, maar ook van autochtonen. Van een man met dyslexie bijvoorbeeld, die in weerwil van zijn handicap, door noeste arbeid, leraar Nederlands is geworden. Petje af! Ze herkennen allemaal de problemen die ‘het’ kan opleveren. En trouwens ook de dt. Maar daar zal ik maar niet over beginnen.

Ik heb me ooit voorgenomen om met mijn schrijven niemand te kwetsen. Dat is tegenwoordig een groot probleem: als je dat wilt, kun je niets meer schrijven.

Naema Tahir is jurist en schrijver. Voor Trouw schrijft ze om de week een column. Haar andere columns vindt u hier. 

Deel dit artikel

Wie humor niet meer begrijpt, wordt boos om een onschuldige grap