null Beeld

ColumnNelleke Noordervliet

Alles valt uiteen, ook in de Nederlandse politiek

Het (politieke) midden houdt geen stand, zo vertaalt Nelleke Noordervliet een beroemde dichtregel naar de huidige kabinetsformatie.

Dezer dagen denk ik vaak aan W. B. Yeats en zijn wrange gedicht The second coming uit 1919. Ik stond een paar weken geleden in Ierland bij zijn graf en zei: “Je moest eens weten. Na honderd jaar heb je nog steeds en opnieuw gelijk.” In dat gedicht schrijft hij de vaak geciteerde woorden: ‘Things fall apart; the center cannot hold’. (Alles valt uiteen; het midden houdt het niet).

In 1919 werd de slachting van de Eerste Wereldoorlog gevolgd door de slachting van een pandemie. Het goede had geen overtuigingskracht, het slechte geen zelfbeheersing, zag Yeats. We zijn honderd jaar en vele verschrikkingen verder. Vorige week herdachten we de aanslagen op de Twin Towers en zagen we de duisternis over Afghanistan neerdalen. Het vrije Westen kreeg zijn plaats gewezen. De liberale democratie moet zich bezinnen op haar toekomst en haar essentie, terwijl autocratische systemen mondiaal slinks invloed verwerven. En hier in Nederland, minuscuul landje, valt de boel op mini-schaal uiteen.

Bij toeval las ik een stuk van Trouw-columnist en commentator Willem Breedveld van 15 september 2007. Het vierde kabinet-Balkenende is net aan zijn karwei begonnen. Breedveld is daar erg tevreden over, maar voelt toch al een kille schaduw over het Binnenhof kruipen. Ook hij citeert The second coming van Yeats en ziet hoe de grote centrumpartijen worden bedreigd door Geert Wilders (PVV) en Jan Marijnissen (SP).

Bijna idyllisch

Zijn beschrijving van de situatie in Nederland aan de vooravond van Prinsjesdag klinkt de lezer van 2021 bijna idyllisch in de oren. De financiële crisis van 2008 moet nog uit de lucht vallen, een pandemie is sciencefiction en voer voor rampenfilms, het aantal vluchtelingen was door Ruud Lubbers als baas van de UNHCR persoonlijk teruggebracht met 22 procent (dat hij wegens een #MeToo-tje het veld moest ruimen, was nauwelijks nieuws) en de zorgen om het klimaat werden beheersbaar geacht door er met elkaar over te praten. Alleen staken de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh nog een beetje als een graat in de keel.

In 2007 bezat het ‘midden’ in de Tweede Kamer 99 zetels. CDA 41, PvdA 33, VVD 22, D66 3. Met GroenLinks en CU waren het er 112! Nu komt de som uit op respectievelijk 80 en 93. In de strijd om het midden zijn CDA en PvdA, partijen met een ideologische basis, duidelijk de grootste verliezers. De SP trouwens ook. D66 is altijd als een jojo op en neer gegaan in de kiezersgunst. De VVD heeft vooral gescoord op visieloze ‘gave land’-retoriek, langzaam naar rechts hellend. Beide liberale partijen hebben steeds een pragmatische politiek gevoerd. Het containerbegrip ‘vrijheid’ kon bij hen met van alles worden gevuld.

Boos Nederland vindt bij rechts precies die holle leuzen die even de honger naar aandacht stillen. Het grote aantal kleine partijen laat de fragmentatie door middelpuntvliedende krachten zien.

Ridder zonder vrees of blaam

Sinds 15 september is er een eenmansfractie bij. Aan de broekspijpen van Pieter Omtzigt, ridder zonder vrees of blaam, klampt zich volgens de peilingen een groot deel van het verweesde electoraat vast. Pieter is een baak van Tukkerse eigenwijze betrouwbaarheid, volksvertegenwoordiger pur sang, zoals ze eigenlijk alle 150 zouden moeten zijn. Hij heeft idealen en hij heeft visie. Hij kan in zijn eentje nooit alle verwachtingen waarmaken.

Duidelijk is dat kiezers richting en inspiratie zoeken. De klassenstrijd waar de PvdA voor stond is sleets. ‘Links’ zijn hoort nu bij hoogopgeleide stadse dragers van dure wandelschoenen, niet meer bij Jan met de pet. De innige verhouding met GroenLinks onderstreept dat oordeel. Het christelijk geïnspireerde rentmeesterschap van het CDA wordt uitgedragen door een abominabel slechte acteur. De VVD heeft alleen nog de almaar legere lach van Rutte. Voor D66 tuigt Kaag het pragmatisme op met wat leuzen van Pax Christi.

Het is niet genoeg. We hebben geen politici maar dichters nodig. Oeps! Wacht! In datzelfde jaar 1919 van The second coming stichtte de totaal geflipte Italiaanse dichter d’Annunzio een proto-fascistische staat in het toenmalige Fiume. Gelukkig toch maar tijdelijk.

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelles en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden