Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Alleen voor schaamte is de fietsende Übermensch gevoelig

Opinie

Ger Groot

Ger Groot. © Trouw
Column

Als de Nederlander al op jonge leeftijd vergroeid raakt met zijn fiets, dan wordt de Amsterdammer ermee geboren. Niet letterlijk natuurlijk. Ook hij komt nog niet met frame en al de baarmoeder uit. 

Maar lang duurt het niet of daar zwabbert de hummel al zijn eerste meters over de gracht of het woonerf. Meestal op een verkeersluwe zondagochtend, op het rechte pad gehouden door de sterke arm van een meehollende papa.

Lees verder na de advertentie

Zo ging het in mijn jeugd, zo deed ik dat bij mijn eigen dochtertje en zo gaat het nog steeds. Inmiddels vaak met allochtoon ogende vaders die met deze fietspedagogie het ultieme bewijs van hun inburgering leveren. Vanaf dat moment zijn ook hun kinderen met het rijwiel vergroeid – althans zolang de hulpmotor er niet extra blitse status aan komt toevoegen. Voor mijn generatie was dat de brommer, voor de huidige het scootertje.

Anarchist in het stadsverkeer

Eén ding is al die tijd onveranderd gebleven. In minachting voor alle verkeersregels laat de fietser de Hell’s Angel ver achter zich. De fietser is in het stadsverkeer de anarchist ‘ni Dieu ni maître’, met lak aan stoplichten, asfaltstrepen, stoepranden of voetgangerszones. Hoe trotser hij alle regels tart, hoe subliemer hij zich weet. Aan de wet ontheven zijn is van oudsher het voorrecht van het bovenmenselijke.

Hoe trotser hij alle regels tart, hoe subliemer hij zich weet. Aan de wet ontheven zijn is van oudsher het voorrecht van het bo­ven­men­se­lij­ke.

Dat gaat niet altijd goed. Tijdens haar inburgeringsperiode kwam mijn allochtone echtgenote na een fietstochtje steevast ontdaan terug – overladen met half-begrepen verwensingen omdat zij als enige stopte voor rood licht. Dat dat niet altijd onverstandig is begreep ik toen ik op de Stadhouderskade voor mijn ogen een fietser doodgereden zag die zich in zijn soevereiniteit jegens het stoplicht nèt iets te ver gewaagd had.

Übermensch op zijn rijwiel

Ik moet bekennen dat ook ik er geen wetsvrezende fietser door geworden ben. Risico hoort nu eenmaal bij het Nietzscheaanse gevaarlijke leven van de Übermensch op zijn rijwiel. Dat is niet naar de zin van oud-advocaat Frank Bakker, die in deze krant zijn gal mocht spuwen over de losgeslagen fietser in de stad van ‘heldhaftig, vastberaden en ongedisciplineerd.’

Hij is de enige niet. Al zo’n kwarteeuw terug foeterde Rudy Kousbroek, bij terugkomst naar Nederland, verontwaardigd over de zeden van de hoofdstedelijke tweewieler. Een hele krantenpagina, toen nog in groot formaat, had hij aan zijn tirade toegedacht. Dat leek de redactie te veel eer. Het schimpwoord ‘oudewittemannengezeur’ bestond nog niet, anders zou het zeker gevallen zijn. Tot de helft teruggesneden verscheen het stuk tenslotte op een linkerpagina, ergens diep in de krant.

Niet dat Bakker of Kousbroek ongelijk hebben. Het gedrag van de Amsterdamse fietser is vaak onuitstaanbaar, asociaal en tergend hooghartig. In dat laatste schuilt meteen het probleem. Vrijwel geen van hen laat zich aan dat gelijk van Bakker of Kousbroek ook maar één jota gelegen liggen. Zij, wij, blijven door de stad crossen alsof we werkelijk één moment de werkelijkheid de baas zijn. Noem het de armeluisvariant van de almachtsfantasie.

Gebrek aan fietsersdiscipline

Dat is niet mooi, dat is niet ethisch of fatsoenlijk – maar juist daaraan heeft die fantasie lak. Gebrek aan fietsersdiscipline mag dan de plaag of desnoods het kwaad zijn in de hoofdstedelijke verkeerscirculatie, ons morele bewustzijn is ambigu genoeg om door dat kwaad ook een beetje te worden verleid. Fatsoensprediking heeft het menselijk gemoed flink weten te temmen, maar met enige regelmaat wil het, met de zegen van Annie M.G. Schmidt, ‘een beetje stout’ zijn en rijdt het door het rode licht of over de stoep.

Schaamte is het enige dat de fietsende Übermensch eronder krijgt

Eén ding heeft Frank Bakker echter goed begrepen. Voor schuldgevoel is het soevereine anarchisme weing vatbaar, voor beschaming des te meer. Waar de Europees-christelijke moraal ophoudt, neemt de heidense van de schaamtecultuur het over. ‘Mensen voelen zich betrapt, daar hebben ze moeite mee,’ zegt hij terecht. Schaamte is het enige dat de fietsende Übermensch eronder krijgt.

Daarom heb ik, onboetvaardige rijwielanarchist, bewondering voor Frank Bakker. Anders dan alle wetsinstanties is hij een waardige tegenstander, die met gelijke wapens weet terug te vechten. Als respectvolle vijand mijd ik vanaf nu de voetgangerszone van ‘zijn’ Lijnbaanssteeg als het heilige gebied van een taboe.

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril.

Lees ook:

Frank Bakker is de Amsterdamse fietser zat en dagvaardt minister Grapperhaus

In zijn strijd tegen ongedisciplineerde fietsers eist oud-advocaat Frank Bakker vandaag dat de minister optreedt. Wie maakt een eind aan gevaarlijk rijgedrag van fietsers?

Deel dit artikel

Hoe trotser hij alle regels tart, hoe subliemer hij zich weet. Aan de wet ontheven zijn is van oudsher het voorrecht van het bo­ven­men­se­lij­ke.

Schaamte is het enige dat de fietsende Übermensch eronder krijgt