null

OpinieUniversiteiten

Alleen Europese samenwerking kan onze universiteiten nog beschermen

De macht van techbedrijven is één van de gevaren die wetenschapsbeoefening bedreigt. In Europees verband kan Nederland dat beter aan, denken Arthur Mol, rector magnificus in Wageningen, en Karen Maex, rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam.

Nederland veronachtzaamt Europa in zijn hoger onderwijsbeleid. Het is zeer onverstandig om niet verder te kijken dan de huidige samenwerking. Die bestaat tot nu toe uit ondersteuning van Europese staf- en studentenmobiliteit, wederzijdse diploma-erkenning en het stimuleren van onderzoekssamenwerking tussen universiteiten. Op die terreinen zijn ook belangrijke successen geboekt sinds het Verdrag van Maastricht in 1992. Denk aan de Erasmus+-uitwisseling van studenten (bijna een miljoen uitwisselingen in 2019), de Bologna-standaard van onderwijseenheden (ECTS), het universele bachelor-mastersysteem en aan Europese universitaire onderzoekssamenwerking.

Nederlandse universiteiten doen daar goed aan mee. Maar de snelle ontwikkelingen in het hoger onderwijs vergen een (veel) verdergaand gemeenschappelijk optreden in Europa. Drie voorbeelden maken dit duidelijk.

Techbedrijven

Allereerst digitalisering. Dit biedt natuurlijk kansen op betere en meer diverse onderwijsvormen, didactiek en samenwerking. Denk aan het flexibel online kunnen volgen van onderwijs in Frankrijk of Zweden, het uitwisselen van interactieve kennisclips en digitaal praktijkonderwijs, en het veilig digitaal terugkoppelen van leerprestaties naar studenten.

Maar risico’s zijn er ook. Het hoger onderwijs dreigt (te) afhankelijk te worden van de grote techbedrijven en hun private waarden, infrastructuur en technologie. Hoe houden we zeggenschap over onze eigen onderwijsdata? Hoe houden we keuzevrijheid in digitale platforms en hoe voorkomen we eenzijdige afhankelijkheid? Alleen in Europees verband kunnen we de digitale voordelen benutten en de nadelen zoveel mogelijk uitsluiten.

Daarnaast werken Nederlandse universiteiten gezamenlijk aan een nieuwe manier van erkennen en waarderen van wetenschappelijk talent. Daarbij kijken we niet alleen naar het aantal publicaties van een wetenschapper en hoe vaak die worden geciteerd, maar vooral naar kwaliteit van onderzoek én onderwijs, en naar maatschappelijke impact. Deze nieuwe maatstaven voor excellentie moeten dan wel Europees worden vormgeven, zodat onze talenten ook elders aan de slag kunnen en Nederlandse universiteiten in Europa (en wereldwijd) hoog blijven staan op ranglijsten.

Tenslotte: Nederland en Europa vinden Open Science (gratis toegang tot wetenschappelijke publicaties, het beschikbaar stellen van onderzoeksdata en het delen van onderwijsmateriaal) terecht belangrijk. Open Science slaagt echter alleen als alle onderwijsinstellingen in Europa eraan bijdragen en Europa zich inspant om met de VS, China en anderen afspraken te maken. Anders ligt gratis meeliftgedrag op de loer: anderen willen wel toegang tot onze data, maar blijven hun eigen data afschermen. Actieve participatie van de Nederlandse overheid in Brussel om coalities te bouwen en internationaal op te treden is dan van groot belang.

Passief en volgend

Nederlandse universiteiten hebben tot nu toe volop meegedaan aan en geprofiteerd van de Europese onderzoeks- en onderwijsprogramma’s. Maar nieuwe uitdagingen, zoals bovenstaande, vereisen veel verdergaande Europese samenwerking

Vergeleken met bijvoorbeeld Duitsland en Frankrijk is de inzet van de Nederlandse overheid in Europa passief en volgend. Nederland beschermt vooral nationale bevoegdheden, heeft in de eerste plaats oog voor de financiële netto opbrengst en geeft weinig aandacht, prioriteit en ondersteuning aan de uitdagingen van morgen in het hoger onderwijs.

Laat een nieuwe Nederlandse regering in Brussel dus de EU-agenda mede bepalen (onder meer op bovengenoemde punten) en laat ze de Nederlandse universiteiten ondersteunen bij hun Europese ambities en uitdagingen, juist ook vanwege het Nederlandse belang.

Lees ook:
José van Dijck: ‘Alleen Europa kan iets tegen Google uithalen’

Mediahoogleraar José Van Dijck werd onlangs geëerd met een Spinoza- of Stevin­premie voor haar onderzoek naar digitalisering. “Ik onderzoek wat er aan de hand is. En inderdaad, de platformisering heeft ons enorme mogelijkheden en gebruiksgemak gegeven. Maar achter de schermen is er wel een enorme datamacht gegroeid.

Studenten gaan ook dit studiejaar minder naar het buitenland

De collegezalen zijn weer open, maar veel studenten wijzigen ook dit jaar hun buitenlandse studieplannen. Dat is niet alleen sneu voor hen, zegt een woordvoerder van de Vereniging van Universiteiten “De studenten zijn het gezicht van Nederland in het buitenland.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden