Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Alleen de slachtoffers mogen kerk aanspreken op de daden

Opinie

ERIC FENNIS | LID VAN DE COMMISSIE SEKSUEEL MISBRUIK BISDOM HAARLEM-AMSTERDAM

© Thinkstock

De Nederlandse bisschoppen nemen wél hun verantwoordelijkheid voor seksueel misbruik. Maar iedere compassie of actie is bij voorbaat verdacht.

De Amerikaanse bisschoppen nemen veel meer dan hun Nederlandse collega's hun verantwoordelijkheid ten aanzien van het seksueel misbruik, stelt de Nijmeegse religiehistoricus Peter Nissen in een opiniestuk in deze krant (20 maart). Zij zouden inmiddels meer openheid tonen, gesprekken met slachtoffers voeren, adequate maatregelen hebben genomen. Kortom, de bisschoppen hier kunnen er nog veel van leren.

Ik neem aan dat zij inderdaad kijken hoe landen als de VS en Ierland met deze kwesties zijn omgegaan. Landelijk vergt dat veel afstemming en dat resulteert wel eens in voor slachtoffers te algemene reacties. Maar bisschoppen hebben voor hun bisdommen een eigen verantwoordelijkheid en het is misschien daarom goed om eens in kaart te brengen wat bijvoorbeeld de bisschop van Haarlem-Amsterdam inmiddels gedaan heeft. Dit om aan te geven dat er wel degelijk verantwoordelijkheid wordt genomen in kwesties die vaak gepaard gaan met onmogelijk beheersbare emoties. Daarbij is onze ervaring dat de pers niet altijd op de empathie van de bisschoppen zit te wachten en nauwelijks podium biedt voor goed doordachte commentaren.

Bij het bekend worden van het seksueel misbruik in 2010 heeft mgr. Punt onmiddellijk een brief aan al zijn gelovigen gestuurd om zijn diepe afschuw over het misbruik kenbaar te maken. Hij heeft daarna vrij snel een bisdomcommissie benoemd met experts (vrouwen en mannen) die slachtoffers kunnen begeleiden. Zelf heeft hij veel slachtoffers, ook van buiten het bisdom, gesproken en kunnen helpen, en heeft hij een van hen uitgenodigd zijn verhaal te doen bij de priesterraad van het bisdom om dit adviescollege te doordringen van de ernst van misbruikervaringen.

In opvolgende diocesane brieven, preken en openbare optredens heeft de bisschop telkens zijn afschuw uitgesproken, slachtoffers opgeroepen zich vooral te melden en in december 2011 zijn slachtoffers expliciet uitgenodigd bij de bisschopswijding van de nieuwe hulpbisschop, die dat zeer hebben gewaardeerd.

De nieuwe hulpbisschop is zeer betrokken en belegt, al dan niet samen met de bisdomcommissie, informatieavonden en dergelijke, om parochianen goed te informeren. En onlangs is op de site van het bisdom een rubriek verschenen waarin misbruikzaken die in het bisdom spelen, gevolgd kunnen worden.

Toch merken wij als bisdomcommissie dat een bisschop zich heel moeilijk kan bewegen in deze emoties. De meeste kwesties spelen in een periode waarin beide bisschoppen zelf nog kind waren. Maar spreken zij excuses uit voor wat toen gebeurd is, dan wordt dat als 'niet oprecht' ervaren. Worden archieven vrij gegeven, "dan zal het meeste wel vernietigd zijn". Worden met slachtoffers in goed overleg afspraken gemaakt, juist omdat er van rechtswege geen mogelijkheden zijn, dan heet dat 'zwijggeld' en 'doofpot'. En daders die toch ook recht hebben op een eerlijk onderzoek, wordt ondanks schorsing en publieke vernedering, "toch de hand boven het hoofd gehouden".

Nissen verwijt de bisschoppen dat zij vooral via advocaten communiceren. Omgekeerd weten advocaten van slachtoffers hun cliënten onnodig ver van bisschoppen te houden. Hoe kun je dan compassie tonen? Bisschoppen, maar ook andere medewerkers van de Kerk hebben een grote verantwoordelijkheid en daar schieten ze zeker in tekort, maar het is voor ons op dit moment nog steeds heel moeilijk om de juiste woorden te spreken of handelingen te verrichten, omdat iedere compassie of actie bij voorbaat verdacht is.

Wij proberen oprecht zo goed mogelijk te handelen in een vaak onmogelijke emotie. Dat het altijd meer kan is zeker waar, maar helaas kunnen wij het leed dat mensen is aangedaan niet wegnemen. Onze zorg betreft in eerste instantie de slachtoffers en zij alleen mogen ons aanspreken op onze daden. Wij zijn waarschijnlijk veel meer met slachtoffers opgetrokken dan Nissen, en hun levensverhalen hebben ons diep geraakt. Kritiek is goed, dat houdt ons als Kerk ook scherp en biedt hopelijk de openheid naar andere sectoren in de samenleving die op deze dossiers nog aangesproken moeten worden. Daar ligt misschien een nieuwe opdracht voor Nissen en de zijnen, want als historicus nog steeds alleen de Kerk aanspreken op deze ellende begint wat ongeloofwaardig te worden.

Deel dit artikel