Column

Alle goeds voor de relmuis, maar niet op mijn eettafel

Rob Schouten Beeld Maartje Geels

Ik ben een gelegenheidsboeddhist. Ik laat Zuster Bromvlieg met liefde in leven en gun Broeder Mol het zijne, maar ze moeten me niet te na komen. Dan krijgen de bijbelse aanvechtingen in mij de overhand in de trant van: allen die ik liefheb bestraf ik en tuchtig ik. Monstertjes of schoonheden, maakt me niet uit.

Het is een prachtig beestje met twee toepasselijke namen: zevenslaper oftewel relmuis. In Nederland is het slechts een naam, maar in België en Frankrijk heb je ze volop. Hij heeft ook een mooie literaire staat van dienst, Multatuli heeft over hem geschreven en Gerard Reve, en Martin Bril ook. Hij speelt een belangrijke rol in 'Alice in Wonderland', naast de Maartse Haas. Het is de grootste muis op aarde, laat ik mij vertellen, want niet betekent dat je hem kunt vergelijken met de kleinste olifant. Een rat ongeveer maar veel mooier, donker omrande oogjes, een zwarte streep, een fraaie dikke staart.

Genoeg reden tot boeddhisme. Ik had er al eens een hoog door de woonkamer zien lopen, langs een richel, niet schichtig zoals de gewone muis maar zelfverzekerd; hij keek me met kraaloogjes onderzoekend aan en toen bleek dat ik niets ondernam verdween hij weer. Maar op een gegeven moment werd ik midden in de nacht wakker van een ijselijk gekrijs, een meter of twee van mijn bed op zolder in Frankrijk, het hield niet op. Een beetje Mahlers Negende maar dan zonder dirigent. Ik zat rechtop, haren min of meer overeind. Het moest wel iets groots zijn, meende ik, en ik gokte op de gevreesde steenmarter, plaag van vogeleieren en elektriciteitskabels.

Maar waar zevenslapers zijn, zijn geen steenmarters, dus moest het wel de zevenslaper geweest zijn, met een snerpend duet want het waren er natuurlijk minstens twee. Toen drong tot me door dat er een heel nest met ruzie moest zitten. De boeddhist gaf het op. Ik telde bij zijn wandaden nu ook de forse keutels op, formaat rozenmest, die ik her en der aantrof en inmiddels ook in de keuken. Ook niks tegen mest maar wel op de juiste plekken graag, dus niet op de tafel of naast het koffiezetapparaat.

Ik zit er nu een beetje stoer over te praten maar eerlijk gezegd wist ik niet goed raad: hoe kom je van de zevenslaper af? Ik kocht een ultrasoon apparaat dat ook nog eens een verblindend licht afscheidde maar ze bleven waar ze waren, met de zolder als uitvalsbasis met korte citytripjes naar beneden.

Ten slotte kocht ik een val, pulkte er met gevaar voor eigen vingers wat kaas in en een paar uur later had ik al beet. Wat een prachtig beest, zelfs in zijn dood oogjes nog open, vlak bij het begeerde voedsel. Ik voelde me dokter Guillotin, die misschien een weldoener was maar ook een scherprechter. Val weer weggegooid en proberen samen te leven. Ik zou wel een Beatrix Potter-achtig hokje voor het hele gezin willen timmeren in de tuin, of een soepele emigratie willen verzorgen. Ik snap het landleven. En echt, alle goeds! Maar niet hier.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden