null Beeld
Beeld

ColumnSylvain Ephimenco

Ach, wie weet wint er in de brij van steenkolenengels en valse noten een rebel tegen het uniforme idioom

Ik kon niet achterblijven. De druk was onweerstaanbaar. Door tal van columns en recensies vooraf en door eindeloze praatjes aan de gasttafel die met vette uitroeptekens waren opgefleurd. Ik ging er goed voor zitten, maar pas aan het einde van de tweede halve finale van het Eurovisie Songfestival, toen de tv uit was, zag ik mijn verwarde blik die zich in het zwarte scherm weerspiegelde. Mijn pupillen waren nog wijder dan de schotel onder mijn onaangeroerde kop koffie. Alsof ik een halve pond amfetaminen rustend op een bedje van gemalen ecstasypilletjes had genuttigd.

Dit urenlange spektakel, psychedelisch en stroboscopisch, was werkelijk junkmakend. Een weergaloos snufje techniciteit. Maar ik kon me hierdoor niet precies herinneren wat ik werkelijk gezien en gehoord had. Ja, gesticulerende, springende, stampende silhouetten die uit volle borst valse zangnoten uitbrulden.

De herinnering aan de laatste en zeventiende deelnemer van de tweede avond wist ik nog wel enigszins op te roepen, met behulp van wat flarden uit mijn wankelende geheugen. Het was, geloof ik, een kleine Deen met een te kort paars jasje die plots zijn krappe podium verliet om op zijn gympjes Usain Bolt na te doen. Hij rende als een gek misschien wel honderd meter, had in het publiek kunnen vallen, rende terug naar zijn stek om volstrekt buiten adem nog meer valse zangnoten de Rotterdamse nacht in te sturen.

De volgende dag werd ik door schuldige nostalgie overmand. Ik zag me terug als kind, met het hele gezin rond die lompe zwart-wit kast gepropt, een ITT-Oceanic van zeker 59 centimeter. Uit de keuken walmde nog de geur van de net genuttigde linzensoep waar mijn moeder stukjes aardappelen en nog kleinere stukjes spek had gekookt.

Hé boomer

In de aangrenzende woonkamer, door de weeïge geur van linzen en spek geparfumeerd, kon het Songfestival beginnen. Wat een feest! Ik zag opnieuw Gigliola Cinquetti (1964) als een houten en bange Klaas het podium betreden: “Non ho l’età/ Non ho l’età per amarti/ Non ho l’età per uscire sola con te”. Ze hield als een verlegen maagd haar handen achter haar rug en haar enige choreografie bestond uit af en toe die handen naar voren te halen. En dan twee jaar later Udo Jürgens (1966) in een gedurfde act, want zittend nu achter de piano: “Merci Chérie, uns’re Liebe war schön, so schön.” Hij werd zelfs uit twee verschillende standpunten door twee camera’s gefilmd. Revolutionair! Douze points!

En in 1969 die ietwat plompe Lenny Kuhr die even, in het begin, haar gitaar leek te zijn vergeten: “Hij zat zo boordevol muziek/ Hij zong voor groot en klein publiek/ Hij maakte blij, melancholiek/ De troubadour.”

Hé, boomer, houd eens op met die vergane koeien uit het stilstaande water van de sloot! Ja, sorry, maar die winnaars konden echt zingen. En vooral: ze deden het in eigen taal, hiermee de Europese diversiteit in eer houdend. Ach, wie weet, tussen de valse noten van die alomtegenwoordige brij van steenkolenengels, wint er zaterdagavond misschien toch een rebel tegen het uniforme idioom.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden