Column

Ach, hoeveel beter zou de wereld niet af zijn als ik het voor het zeggen had!

Beeld Maartje Geels

Ik begin steeds grotere waardering te krijgen voor de eerste generatie Chinezen die ons in hun beste Nederlands beleefd en ingetogen van bami en nasi voorzagen. Of voor asielzoekers die in beginnend Nederlands uitleggen wat ze allemaal is overkomen. 

Afgelopen weekend dronk ik met een vriend een kop koffie bij Joe & the Juice, een koffiezaak bij mij om de hoek, deel uitmakend van een keten met meerdere dependances in de stad. Over de koffie heb ik het niet, die was prima te drinken, maar we konden er alleen in het Engels terecht, ten teken dat het Nederlands wat Joe en zijn sapjes betreft betreft een gepasseerde taal aan het worden is en we ons dienen op te maken voor de volledige amerikanisering van ons land. En o ja, ze namen ook geen cash geld meer aan, alles moest worden gepind. Ik weet niet eens of dat wel mag, volgens mij zijn Nederlandse munten in dit land een wettig betaalmiddel dat door leveranciers van diensten gewoon moet worden aangenomen, maar ze doen het daar niet, punt.

De arrogantie van dit alles ergerde mij en mijn vriend onuitsprekelijk en we zaten ons als twee boze oude mannetjes tegenover elkaar te beklagen over de stand van zaken in de wereld. Wat is er gebeurd met ons, kinderen van de jaren zestig, van de vrijheid, van de vooruitgang, van de vrede? Of is het de wereld om ons heen die zich op onverdraaglijke wijze van ons vandaan ontwikkeld heeft? Ik had de neiging om in de zaak uit te schreeuwen: ‘Dat was de bedoeling niet, hoor je me!’

Een stil verlangen naar Weense koffiehuizen met zwijgende mensen achter kranten beving mij. Ach, hoeveel beter zou de wereld niet af zijn als ik het voor het zeggen had! En nóg iets; behalve voor gebroken Nederlands sprekende vreemdelingen begin ik ook steeds meer respect te krijgen voor Theresa May van de Tories en Kees van der Staaij van de SGP. Terwijl ik toch heus tegen de brexit en de Nashville-verklaring ben. Maar de ernstige en rustige manier waarop die twee hun tegenstanders antwoorden imponeert me. Daar staan ze, tegenover de uitjouwers en boeroepers, de mensen die niets van ze wensen aan te nemen, maar ze geven geen krimp, ze wijken niet maar blijven op kalme wijze hun standpunten uitleggen.

Wie had dat kunnen denken, dat de beheerste, onbuigzame conservatieven nog eens mijn hart zouden stelen, niet vanwege hun ideeën maar vanwege de manier waarop ze ze aan de man brengen. Vorm of vent? Dan vorm in dit geval. Ja, ik zou best kunnen leven onder een kabinet May-Van der Staaij, saai, voorspelbaar, degelijk, noeste werkers die niet van de daken lopen te schreeuwen dat ze, onder het naar eigen inzicht vervormde motto van Pim Fortuin ‘Ik zeg wat ik denk en doe niet wat ik zeg’, liefst hun tegenstanders in elkaar zouden slaan maar het niet doen.

Kortom, we leven in de verkeerde wereld, maar gelukkig kan ik het zeggen zonder opgepakt te worden en als overtollige cultuurpessimist en sloper van de vooruitgang ergens in de goelag te werk gesteld te worden. Dat is in ieder geval íets.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden