Column

Acceptatie of afwijzing van homoseksualiteit heeft met de Bijbel niets te maken

Beeld Trouw

Ik was even weg naar Londen en pas bij terugkeer las ik de vele reacties op mijn column waarin ik beweer dat de homo-emancipatie niet tot stand kwam door de kerk, maar vanuit die kring juist werd tegengehouden.

Ik zei dat het allemaal voortkwam uit de jeugdcultuur van the sixtiesIk kan natuurlijk niet helemaal gelijk hebben, want ‘de kerk’ is ongeveer net zo vaag als ‘the sixties’. Maar of ik het nu nauwkeurig zei of niet, het werd wel met alom stijgende bloeddruk gelezen.

In de reacties  
– val ik door de mand als de wrokkige broer van de verloren zoon
– ik zet een fatale stap terug in de tijd
– ik vertoef in een benepen comfortzone
– ik ga kort door de bocht
– scheer alles over een kam
– reageer mijn frustratie af
– bazel maar wat
– weet alleen vooroordelen op te dissen
– ben zuur
– heb een erg grote mond
– ben een armetierig wij-zij denker
– tors misplaatste rancune
– moet mijn darlings killen en mag Gerard Reve niet vergeten. 

Kennelijk een zenuw geraakt.

Er waren twee vriendelijke reacties, maar ook die niet echt instemmend. Ik werd ook bijgeschoold. Predikanten als Klamer, Simon en Brussaard werden meerdere malen genoemd om hun pionierswerk rond de acceptatie van homoseksualiteit, evenals de paters Gottschalk en Van Kilsdonk. Ik moet bekennen dat ik alleen Van Kilsdonk kende uit dit rijtje. Tot mijn verrassing noemde niemand Kuitert, maar die is wellicht buiten de kring geplaatst omdat hij gelooft dat alles van beneden komt.

Heilzame werking

Ik weet echter nog steeds niet goed hoe je het feit moet wegen dat sommige religieuze voorgangers hier iets te melden hadden. Mijn vinnig verguisde stelling is dat ze die begripvolle benadering van homoseksualiteit niet opliepen in eigen religieuze kring, maar daarbuiten. Dat ze aanhaakten bij het rumoer buiten de kerk.

Dat doet natuurlijk niets af aan hun heilzame werking. Ik vind dat mijn critici minstens op een punt gelijk hebben: ik zit ernaast als ik meen de inspanningen van deze mannen te mogen diskwalificeren op basis van het feit dat ze hun visie niet in eigen kring opdeden.

Waar ik echter moeite mee blijf hebben is de gedroomde omstandigheid dat het accepteren dan wel afwijzen van homoseksualiteit iets te maken zou hebben met de Bijbel. Het idee, kortom, dat er een begrijpelijk verband is tussen de Bijbel en wat bijbellezers doen.

Als hun zegenrijke standpunt werd ingeblazen door bijbelteksten dan is de onontkoombare vraag: hoe kon die boodschap daar negentien eeuwen lang begraven liggen? Ze moeten het wel uit hun omgeving hebben gehaald want in de Bijbel staat het nergens. Staat het er wel in? Is daar dan gedurende al die jaren overheen gelezen? En wie kuste deze boodschap dan wakker? 

Bejubelde uitzondering

Religie heeft in West-Europa een slechte reputatie als het op emancipatoire kwesties aankomt: de arbeidersbeweging die het lijden van de werkende mens wilde verlichten, werd door de kerken, door alle kerken, fel bestreden. Pas toen die beweging bloeide werd het ook in religieuze kring mogelijk om de arbeider naar voren te halen.

Wie Daens zegt, of Ariëns, die wijst op een bejubelde uitzondering, die echter de akelige regel bevestigt. Kenmerkend voor mijn achtergrond is dat ik geen predikanten kan noemen die het voor de arbeider opnamen. Ja, Domela Nieuwenhuis natuurlijk, maar die verliet de kerk.

Nu belanden we van onhandig gepraat over ‘the sixties’ en ‘de kerk’ en ‘de arbeidersbeweging’ in een heel ander gebied, de mentaliteitsgeschiedenis. En hier blijkt mijn bereik pas echt armetierig.

Andere koek

Voor het duiden van het soort omwenteling waarover we nu iets proberen te zeggen, moet je te rade gaan bij echte historici als Norbert Elias, Michel Foucault of Deirdre McCloskey. Van deze laatste las ik ‘Bourgeois Dignity – why economics can’t explain the modern world.’

Ja, da’s andere koek. Zij beschrijft hoe het verbreken van de sterke band tussen staatsrecht en godsdienstige autoriteit in zestiende-eeuws Europa een bevrijding betekende. Vanaf deze tijd hoefden mensen hun lot niet langer te aanvaarden als een brok ellende of geluk dat je van je voorvaderen kreeg toegeschoven.

Mijn slotsom voor vandaag: mijn beweringen over het verband tussen homo-emancipatie en religieuze voormannen moeten bij nader inzien uitgeboekt worden als oppervlakkige geschiedschrijving.

Bert Keizer is schrijver, filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen. U leest ze terug op trouw.nl/bertkeizer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden