Column

Aboutaleb nam het eerste exemplaar van mijn boekje in ontvangst. Erg chique, gezien onze relatie

Beeld Trouw

De vraag plofte neer op mijn laptop via een mail van collega Nelleke Noordervliet: of ik iets voelde om in opdracht van Het Historisch Genootschap Roterodamum hun jaarlijkse essay te schrijven? 

Iets over de blijde intrede van een jonge immigrant in het Rotterdam van de jaren zeventig. Toen ik bij de essayisten die me waren voorgegaan de naam van journalist Henk Hofland ontdekte, was mijn keus snel gemaakt. Maar wat ik toen nog niet wist: het essay zou in de zomer met maar een hand, drie gebroken ribben en schouder getikt moeten worden. Of van je fiets vallen een signaal is van geslaagde Nederlandse integratie van de essayist, wil ik uit schaamte niet echt onderzoeken. Verzachtende omstandigheid: het ongeluk gebeurde op een Italiaanse berg. Wonder boven wonder werkte het schrijven van dit essay als therapie in deprimerende zomertijden. Alles kwam weer boven. De frituurgeur en mijn eerste kroket uit de muur op CS, het klotsende water tegen de Feijenoordkade waar ooit verkrachters en moordenaars aan de galg hingen, of de vervallen GEB-aanvragen aan de Rochussenstraat die ik als uitzendkracht sorteerde. Ik veerde op en herbeleefde mijn Rotterdamse jaren.

En afgelopen vrijdag was er eindelijk de presentatie van al die nu gebonden zinnen. In de imposante Burgerzaal van het stadhuis aan de Coolsingel, keek een geamuseerde burgemeester naar mij. Wat ik erg chique van Ahmed Aboutaleb vond, is dat hij het eerste exemplaar van het boekje wel in ontvangst nam. We hebben een nogal getourmenteerde relatie gehad de laatste twintig jaar en dat de columnist niet echt mals voor de bestuurder is geweest, is een eufemisme. Maar goed, ik durfde nog wel onbeschaamd een laatste sneer naar de man uit te delen: Aboutaleb kon nu wel de burgemeester van deze stad zijn maar in dit gebouw was ik hem eerder voorgegaan: door er in een ver verleden te trouwen!

De toespraak van Aboutaleb, zonder een velletje papier voor zich, was vervolgens ernstiger en maakte grote indruk op de zaal. Hij had het over de noodzaak om het verleden grondig te kennen om in het heden adequaat te handelen. Geschiedenis in dienst van menselijkheid. Hoe had hij in hemelsnaam, twee jaar geleden, zich tegen de komst van een asielzoekerscentrum in Rotterdam kunnen opstellen? Niet dus. Als burgemeester van een stad die zo hard door oorlogsgeweld was getroffen, wilde hij de toegang niet weigeren aan mensen die voor oorlog waren gevlucht. (Ondanks burenprotest is het centrum in Beverwaard gekomen en het zorgt geenszins voor overlast). Aboutaleb had gelijk en was authentiek in zijn overpeinzingen. Maar het geschiedenismes snijdt aan twee kanten. Terwijl de burgemeester zijn woorden in de Burgerzaal uitspraak, hekelde Angela Merkel in Duitsland en driehonderd prominenten in Frankrijk het nieuwe antisemitisme dat sommige asielzoekers en Arabische migranten ‘het land binnenbrengen’ (Merkel). Voor deze nieuwkomers lijkt kennis van het Europese verleden in hun eigen heden te zijn verdampt.

Lees hier meer columns van Sylvain Ephimenco.

Bijvoorbeeld deze: Volgens Aboutaleb is elke moslim een salafist. Dat is verbijsterend, onjuist en zeer riskant

"Hoe kan een bestuurder met zoveel ervaring toch een kardinale fout maken die schadelijk kan zijn voor zijn politieke loopbaan?", vroeg Sylvain Ephimenco zich in januari af. "Het probleem voor ‘Abou’ ligt besloten in een zinnetje dat hij in december op de radio uitsprak: ‘Elke moslim is een beetje salafist’."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden