ColumnAbdelkader Benali

Abdelkader Benali ontdekt de noodtoestand, Hollandse stijl

Om niet kopje onder te gaan in de overdaad aan nieuws, aanbevelingen, raadgevingen, updates, hoaxes en nepnieuws over het ­coronavirus overtuig ik mijn dochter ­ervan dat er nog een wereld buitenshuis te verkennen valt. We zullen de gepaste anderhalve ­meter afstand in acht nemen. Onze boodschappen zullen we snel doen.

Dus, vooruit, schoentjes aan, jasje aan. Het kind heeft het coronaprotocol al goed onder de knie, komt er een nies dan wordt die schattig opgevangen in de vijfenveertig graden-hoek van haar elleboogje. Met de boodschappentas onder de arm lopen we naar buiten, waar we ontdekken dat de wereld er meer uitziet als Vene­zuela dan Zweden. Zo ziet de noodtoestand, Hollandse stijl, eruit. Bij het nieuwe straatbeeld horen ook nieuwe omgangsvormen.

Bij het instappen van de bus sommeert een vrouw in bezit van een gorgelende rokershoest ons om twee plekken verder te gaan zitten. “Anderhalve meter”, kakelt ze, “anderhalve meter.” Het is de herhaling die het ondraaglijk maakt. Met deze toon van spreken maken we elkaar tot paria’s, niet tot medestrijders tegen het virus.

De paaltjes die bij de bakker zijn neergezet zijn de uitdrukking van een nieuwe realiteit. De bakkersvrouw drukt me een krentenbol in de hand. “Voor de kleine.” Door dit korte moment van contact sijpelt er wat vertrouwen in de menselijkheid terug in de binnenbast.

Ik wil van het einde der tijden niet weten

Het speeltuintje, waar we een korte tussenstop ­inlassen, is druk met jonge studenten die uitgebreid hun work-out doen. Twee meisjes op de rand van de ­puberteit beleven een hilarisch moment met elkaar door in de touwen te gaan hangen van het speeltuig. Ze zijn vrij. Jongens, een paar jaartjes jonger, kijken nieuwsgierig toe.

Waar heeft deze mensheid zoveel onschuld aan te danken? Ik denk aan de onvergetelijke regels van de dichter W.H. Auden over hoe het angstwekkend grote en het kleine om elkaar heen dansen: 

Wat het lijden betreft vergisten zij zich nooit
de Oude Meesters: hoe goed begrepen zij
Zijn menselijke rang; hoe het plaatsheeft
Terwijl iemand anders aan het eten is
of een raam opent of net traag voorbijloopt.

Terwijl mijn dochter omhoog swingt in de schommel en kirt: “Kijk eens, papa, hoe hoog!”, sturen Brabantse ziekenhuizen hun patiënten naar het noorden, wetende dat dit voor sommigen te laat zal zijn. Ik wil van het einde der tijden niet weten.

De bus huiswaarts is leeg, de straten zijn leeg, de ­wegen zijn leeg – een wereld naar binnen geklapt. Op beide ov-passen heb ik geen tegoed meer. Ik excuseer me bij de buschauffeur. Zolang er mensen zijn, zal er ­leven zijn.

Bij de altijd opgewekte Marokkaanse groenteboer slaan we aubergines in, je kan er nooit te veel van in huis hebben. Een vrouw die op haar beurt wacht springt een halve meter naar achteren. “Afstand”, snauwt ze. Een medewerker van de groentewinkel sommeert een klant afstand te houden. “Anders 4000 euro boete, broeder.” De broeder negeert hem. Het kind loopt naar de caissière, de vrouw begint te briesen: “Houd afstand, houd afstand!” De caissière prevelt dat ze niet meer naar achteren kan. “Houd je kind bij je”, schreeuwt de vrouw tegen me. “Praat met je kind.” De energie die ze meeneemt naar buiten kan ons gestolen worden.

Als ik thuiskom plof ik op de bank. Ik voel me zwaar en licht tegelijkertijd. Als een doodsbericht dat geen ­afzender heeft.

Abdelkader Benali 

Abdelkader Benali (1975) is schrijver. In 1996 debuteerde hij met ‘Bruiloft aan zee’, in 2003 won hij de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman ‘De langverwachte’. Om de week schrijft hij voor Trouw een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden