Column

Abdelkader Benali beleefde een aflevering van De Luizenmoeder in het echt

Abdelkader BenaliBeeld Maartje Geels

Er is een reden waarom ik niet naar ‘De Luizenmoeder’ kijk, ik zit zelf in een aflevering van De Luizenmoeder. Een werkelijke. 

Met nog dertig andere ouders staan we hutjemutje voor het oriëntatiegesprek in de lerarenkamer van een Amsterdamse school. De ouders die er niet meer bij kunnen staan op de gang, alsof ze in de rij staan voor een bioscoopfilm.

De directeur is verbaasd over de opkomst: “Het is voor het eerst dat er zoveel ouders zijn. Ik moet een foto laten maken.” De woningmarkt kookt over in Amsterdam, de basisschoolmarkt kookt mee over.

Wat het er allemaal niet leuker op maakt is dat de schoolkeuze in Amsterdam een politiek verhaal is geworden. Er dreigt segregatie in de schoolklas. Hoogopgeleide bakfietsmoeders pompen vele kilometers om hun kinderen naar een school met gelijkgestemde ouders te brengen. Laagopgeleiden schijnen hetzelfde te doen. Met als gevolg een stad die razendsnel uit elkaar groeit.

De Schoolwijzer van de gemeente Amsterdam geeft ons een aantal voorrangsscholen, de scholen die binnen ons postcodegebied vallen. Als we deze school als nummer 1, 2 of 3 kiezen dan is er een grote kans dat Amber geplaatst wordt. Voor veel ouders is hier sprake van groot onrecht.

De meest gestelde vraag tijdens de kennismakingsgesprekken is: “Ik woon niet in het postcodegebied, maakt mijn kind een kans geplaatst te worden?” De vraag klinkt als een klacht. In de stem hoor ik lichte paniek. Accepteer mij, ik zal een voortreffelijke luizenmoeder zijn!

Wordt er ook nog gespeeld?

In het rekenlokaal steekt een bezorgde moeder bij het vragen stellen meteen van wal over haar dochter. Het zou om een heel bijzonder kind gaan dat hier uitstekend op haar plek zou zijn. We worden ook op de hoogte gebracht van de allergieën van het kind. Bij elk kennismakingsgesprek is zo’n moeder aanwezig. De vechtmoeder. Ik weet meer van haar kind dan van mijn eigen kind.

De intensiteit waarmee sommige ouders het gesprek aangaan confronteert me met mijn eigen pedagogische amateurisme. Als de directeur van een school zijn vlammende betoog over leerplannen, doelen en ambities heeft afgesloten, heb ik maar één vraag: ‘Wordt er ook nog gespeeld?’

“Ook bij het spelen verliezen we niet uit het oog dat er geleerd kan en moet worden.” “Oké, oké, oké.”

Op een Montessorischool leiden twee kinderen ons rond door de gangen en langs de klassen. Ik baan me een weg door een meute lopende, pratende en twijfelende kinderen. Het enige dat ze niet doen is stilzitten. “Dit is Montessori”, zegt een vriend. “Daar heet het vrijheid van bewegen.” Mijn vrouw vindt het te druk. “Ik weet niet of Amber hier goed kan gedijen.” Ik ben onder de indruk van de georganiseerde chaos. Deze school scoort best wel hoog op de Cito. Veel kinderen die naar het vwo doorstromen. Toch blijft de verwarring.

Ouders

Bij het etentje dat voor de columnisten van Trouw is georganiseerd praat ik met Beatrijs Ritsema. Het gesprek gaat over mijn zoektocht naar de perfecte school voor Amber. Beatrijs stelt me gerust: “Belangrijker dan de school zijn de ouders die hun kinderen naar school brengen. Als dat ouders zijn bij wie je je goed voelt, dan zal je je ook gerust voelen wanneer je dochter bij hun kinderen gaat spelen.”

We volgen ons gevoel omdat het kiezen van een school niet gestuurd kan worden. Soort zoekt soort. Dat is veilig.

Abdelkader Benali

Abdelkader Benali (1975) is schrijver. In 1996 debuteerde hij met Bruiloft aan Zee, in 2003 won hij de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman De Langverwachte. Om de week schrijft hij voor Trouw een column. Lees ze hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden