null Beeld

ColumnAbdelkader Benali

Aan de overkant wacht Europa, die luxe cruise waar alles glimt en beter is

De hoogtemeter op het horloge tikt 1600 meter aan, zover het oog reikt zijn we omringd door naaldbomen en ceders. Het Rif-gebergte werpt een verkoelende schaduw over zijn reizigers. Langs de weg vul ik mijn fles bij met water uit een natuurlijke bron. We zijn op weg naar huis na een weekje in het dorp van mijn vrouw doorgebracht te hebben.

De nachten waren heet. Er was weinig te doen. Dat leek me vooraf juist de charme van het verbijf. De rest van het jaar is er immers genoeg te doen. Nederland is synoniem voor altijd wat te doen.

Na een dag in het dorp waarin we niets doen, zegt mijn dochter van vijf dat ze iets wil doen. Het huis waarin we verblijven heeft geen stromend water, elke dag opnieuw wordt er water gehaald bij de bron. Ik neem mijn dochter mee, maak van haar een foto. Er zwemmen aalachtige organismen in het water. Om de zoveel uur valt de electriciteit uit, ’s avonds wordt de generator aangezet. Het grootste deel van de tijd zitten we in het half-donker. Door de hitte verlies ik mijn eetlust.

Ik rijd de oom van mijn vrouw naar het dichtst bij gelegen stadje om graan te laten malen. Twee zware zakken worden uitgeladen. De maler vraagt ons later terug te komen. We gaan in een café zitten om koffie te drinken. Als we teruggaan om het gemalen graan op te halen, blijkt de maler een fout te hebben gemaakt. Hij heeft de verkeerde zak gemalen. De oom is woedend. De jongen schreeuwt terug. “Ik ben ziek.”

We bezoeken een andere oom, hij neemt me mee naar achteren en opent een zak met amandelen. “Hier, je mag zoveel meenemen als je wilt. Maar dan moet je wel zelf de noten breken.” Hij reikt me een steen aan. Ik geef het na een paar mislukte pogingen op. Hij lacht en vult mijn handen met amandelen.

We nemen afscheid van de familie.

Om negen uur ’s avonds rijden we Tanger in, precies op het moment dat de avondklok ingaat. De straten puilen uit, niemand lijkt van zins naar huis te gaan.

Op de vlucht voor een armzalige toekomst

De volgende dag eten we een hamburger in een modern eettentje. Mijn dochter raakt de hare met geen vinger aan. Dat is rijkdom, je eten niet te hoeven opeten. Twee jongens met vuile voeten in afgetrapte slippers met rugzakken op de rug tikken op het raam. Honderden van hen lopen door de stad, op de vlucht voor een armzalige toekomst, met niets meer dan een schraal heden onder de arm. De harraka worden ze genoemd, zij die alle schepen achter zich verbranden.

Aan de overkant wacht Europa, die luxe cruise waar alles glimt en beter is. Ik misgun niemand het paradijs. En denk aan wat Anil Ramdas schreef: “Als je eenmaal weet welke verworvenheden het Westen heeft dan kun je je niet voorstellen dat de rest van de wereld daar geen toegang toe wil.” Ik parafraseer en moet hem gelijk geven.

Ik reik de jongens vanuit het eettentje de hamburger aan. Ze verdelen hem met de vingers precies doormidden, alsof het een kwestie van eer is dat de een niet meer krijgt dan de ander. Rechtschapenheid in actie. Zij doen iets goed, wij doen iets verkeerd. Ze hebben elkaar. En ze hebben niemand. Wij hebben alles. Maar elkaar hebben we niet meer.

Mijn vrouw kijkt op van haar telefoon, slecht nieuws uit het dorp. “Iedereen heeft corona.”

Abdelkader Benali (1975) is schrijver. In 1996 debuteerde hij met ‘Bruiloft aan zee’, in 2003 won hij de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman ‘De langverwachte’. Om de week schrijft hij voor Trouw een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden