Onderwijs

Zorg dat kinderen beter gaan leren lezen, schrijven en rekenen, waarschuwt de onderwijsinspectie

Bij rekenen halen jaarlijks ongeveer 50.000 groep 8-leerlingen niet het streefniveau. 24 procent van de 15-jarige leerlingen leest niet op basisniveau. Beeld Patrick Post
Bij rekenen halen jaarlijks ongeveer 50.000 groep 8-leerlingen niet het streefniveau. 24 procent van de 15-jarige leerlingen leest niet op basisniveau.Beeld Patrick Post

In ‘De staat van het onderwijs’ roept de Onderwijsinspectie opnieuw op tot structurele verbetering van de vakken taal en rekenen. De problemen zijn dit coronajaar alleen maar groter geworden, de kansenongelijkheid is gegroeid.

De Inspectie van het Onderwijs geeft in het jaarverslag over coronajaar 2020 een boodschap mee die na zo’n turbulent jaar opvalt in eenvoud: zorg er nu voor dat onze leerlingen beter leren lezen, schrijven en rekenen, want het gaat niet goed met ze. En dat ligt niet aan de lockdowns, memoreert De staat van het onderwijs. Dat probleem bestond al ver voor 2020.

Een kwart van de leerlingen in het primair onderwijs kon al niet schrijven op het afgesproken minimale basisniveau. 24 procent van de 15-jarige leerlingen leest niet op basisniveau. Bij rekenen halen jaarlijks ongeveer 50.000 groep 8-leerlingen niet het streefniveau. Tot aan de universiteit moeten studenten extra begeleiding inroepen om hun taalvaardigheid bij te spijkeren.

De problemen zijn dit coronajaar alleen maar verdiept, de kansenongelijkheid is gegroeid, constateert inspecteur-generaal Alida Oppers. Het lichtpuntje uit het rapport is de 8,5 miljard die het kabinet uittrok in het Nationaal Programma Onderwijs. Oppers: “Gebruik dit geld vooral om de achterstanden in de basisvaardigheden in te lopen en het stelsel te ‘renoveren’”.

Onderwijs in vrije val

Jaap Versfelt, oprichter van Stichting LeerKracht, zag al in 2012 de noodzaak om het Nederlandse onderwijs van een kwaliteitsimpuls te voorzien. In zijn voormalige baan als partner bij onderzoeksbureau McKinsey en ‘teleurgestelde vader’ zag hij dat het Nederlandse onderwijs in een vrije val was geraakt. Op de ranglijsten van beste onderwijslanden duikelde vooral het leesonderwijs tot onder het gemiddelde niveau van ontwikkelde landen, maar ook bij rekenen, taalvaardigheid en natuuronderwijs is Nederland in vijftien jaar tijd uit de lijst met toplanden verdwenen. Versfelt: “Nederland zou dit alleen kunnen oplossen als er een voortdurende verbetercultuur op scholen tot stand gebracht zou worden”.

Dankzij de coronacrisis is er nu een enorm bedrag voor onderwijs uitgetrokken, en volgens de Inspectie biedt deze ‘ongekende crisis nu ongekende kansen’ tot verbetering. Maar Versfelt vindt het onbestaanbaar dat het zover heeft moeten komen. “Vijftien jaar lang heeft de overheid toegekeken hoe het onderwijs verslechterde. Het ministerie heeft niet de verantwoordelijkheid genomen om het op te lossen, of had niet de kennis om het te kunnen oplossen. Het gaat hier om een probleem dat ook Herman Tjeenk Willink laatst benoemde in een interessant interview in De Groene Amsterdammer: het bestuur is niet competent genoeg geweest in de uitvoering van beleid.”

De staat van het onderwijs: coronajaar 2020 was er een van ongelijke kansen

Vanwege de lockdown zijn in 2020 geen eindtoetsen in het basisonderwijs afgenomen. De inspectie betreurt dit, omdat ze hierdoor de kans niet heeft gekregen vast te stellen wat de achterstanden precies waren. Dit bemoeilijkt het herstellen van de schade. Het achterwege blijven van de toetsen leidde ertoe dat de schooladviezen gemiddeld lager uitpakten dan normaal, en dat 14.000 basisscholieren, vooral meisjes en leerlingen uit lagere sociaal-economische klassen, een hoger schoolniveau zijn misgelopen.

In het voortgezet onderwijs heeft – in plaats van de reguliere 92 procent – 99 procent de school met een diploma verlaten. Dat is mede te danken aan het uitblijven van een centraal eindexamen. Leerlingen bleven ook minder vaak zitten: 30.000 leerlingen in 2020, tegenover 45.000 in 2019.

Er is nog maar een handjevol zwakke scholen in Nederland, maar volgens de inspectie biedt een school die voldoet aan basiskwaliteit niet noodzakelijkerwijs goed onderwijs. Naar schatting zitten 35.000 basisscholieren, vooral kinderen van ouders met een zwakke sociaal-economische achtergrond, op een slecht presterende school. Het lesaanbod tijdens de lockdown was op deze scholen minder goed. Deze leerlingen hebben anderhalf keer minder leergroei doorgemaakt dan leerlingen met een sterke uitgangspositie.

Inspecteur-generaal Oppers beveelt aan om de 8,5 miljard grotendeels te besteden aan de verbetering van de vakdidactiek van leerkrachten, oftewel hun kwaliteit om kennis op een effectieve manier over te dragen. Maar volgens Versfelt moet je leraren nu niet allerlei cursussen vakdidactiek gaan voorschotelen. Het is volgens hem cruciaal dat er op school onder leraren een cultuur bestaat waarin zij gezamenlijk voortdurend bezig zijn het onderwijs te vormen en te verbeteren. “Maar ik vrees dat het meeste geld zal gaan naar zomerscholen en verlengde lesdagen. Acties die dus structureel niets bijdragen aan de verbetering van het onderwijs.”

35.000 leerlingen op slecht presterende basisschool

Waarom heeft het ministerie niet al lang geleden het voortouw genomen in de ‘renovatie’ van het onderwijs als zoveel seinen allang op rood stonden? Scholen hebben traditioneel veel ‘onderwijsvrijheid’ in Nederland, maar dat mag volgens Versfelt geen excuus voor het feit dat de verschillen tussen zwakke scholen en goede scholen in Nederland zo ontzettend groot zijn. Er zitten alleen al 35.000 leerlingen, vooral die met een sociaal-economisch zwakkere achtergrond, op een slecht presterende basisschool.

“Het ministerie zegt sinds het rapport van de commissie-Dijsselbloem uit 2008: wij bemoeien ons wel met wát er op scholen onderwezen moet worden, maar niet met hoe. Schoolbesturen kijken vooral naar de gebouwen en de financiën, en laten aan de leraren over wat er in de klas gebeurt. En de schoolleiders kijken naar wat het bestuur doet. En zo komt de leraar alleen te staan, en krijgt geen steun bij het geven van goed onderwijs. Dat veroorzaakt de werkdruk en de stress.”

Onderling kunnen leraren, door bij elkaar in de klas te kijken, een sterke didactische en pedagogische cultuur ontwikkelen, zegt Versfelt. Dat is ook wat hij met Stichting LeerKracht al op duizend scholen heeft gedaan. “Maar het ministerie heeft ook de ruimte om geld ter beschikking stellen voor een gerichte aanpak van die verbetercultuur. Als het een wenk in die richting geeft, weet ik zeker dat scholen van harte zullen volgen. Dat hoeft niet duur te zijn. 8,5 miljard is dan echt heel veel geld.”

Lees ook:

De problemen in het onderwijs zijn groter en groter geworden, maar de geldbuidel staat klaar

Inspecteur-generaal Alida Oppers presenteert haar eerste Staat van het onderwijs over coronajaar 2020, en geeft een zware opdracht mee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden