InterviewKaren Heij

Zijn Cito-toetsen straks verleden tijd? ‘Een goede kennisbasis krijg je niet door steeds te meten’

De leerlingen van groep 8 van basisschool De Horizon buigen zich over de CITO-toets. In april buigen zich volgens de Algemene Onderwijsbond ruim 107.000 leerlingen zich over de eindtoets. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
De leerlingen van groep 8 van basisschool De Horizon buigen zich over de CITO-toets. In april buigen zich volgens de Algemene Onderwijsbond ruim 107.000 leerlingen zich over de eindtoets.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

De eindtoets, die deze week wordt afgenomen, is volgens velen de grote gelijkmaker van leerlingen in groep 8. Karen Heij, die er woensdag op promoveert, ziet de toetscultuur juist als bedreiging van de kansengelijkheid.

Het is toeval dat toetsdeskundige Karen Heij in de week dat in groep 8 de eindtoets wordt afgenomen, promoveert aan de universiteit van Tilburg op haar uiterst kritische proefschrift over de Nederlandse toetscultuur. Die is volgens haar zo dominant geworden in het onderwijs, waarin de nadruk steeds meer op rekenen en taal is komen te liggen, dat die een brede ontwikkeling van kinderen in de weg staat – en daarmee hun gelijke kansen.

Waarom staat de eindtoets gelijke kansen in de weg? Een toets is toch eerlijker dan een schooladvies van een leraar, die vaak ook de thuissituatie van een leerling in zijn advies meeweegt?

“Het probleem met een eindtoets, zoals de Cito-toets, is dat die leerlingen onderling met elkaar vergelijkt. De beste 20 procent krijgt een vwo-advies, de zwakste 50 procent vmbo. Ieder jaar zijn die percentages hetzelfde. Zo verdelen we leerlingen vanaf hun twaalfde over de sectoren die we nodig hebben, van academici tot vakmensen.

“Maatschappelijk gezien heb je zo misschien een wenselijke uitkomst, maar wat zegt het over de leerling? Wat zeggen deze scores over zijn geschiktheid voor een type onderwijs? Zo’n 30 procent zit na drie jaar ergens anders, de helft op een lager, en de andere helft op een hoger niveau. Veel kinderen blijven waarschijnlijk onder de radar, die zouden misschien wel hoger kunnen, maar volgen gewoon wat het systeem van hen verlangt. Ze worden er als het ware in opgesloten.”

Geeft een combinatie van toetsscore en het schooladvies van de leerkracht een uitgebalanceerd beeld van de talenten van een leerling?

“Heb je de documentaire Klassen gezien? Dat zo’n leerling maar geen hoger advies kreeg, omdat het lijntje op de curve niet steeg? Het advies is volledig technocratisch, ik vond dat huiveringwekkend. Leraren worden geacht hun adviezen te laten afhangen van de toetsen die in groep 6, 7 en 8 worden afgenomen. Het gaat daarbij om een beperkte set indicatoren van taalvaardigheid en rekenvaardigheid. Dat begint al bij kinderen in groep 3, waar de eerste toetsen worden afgenomen, waardoor een kind van 6 jaar al wordt opgesloten in bepaalde parameters. Die toetsen dienen vooral als verwachtingsmanagement richting ouders of de onderwijsinspectie.

“Een leerkracht kan nog zo zijn best doen om naar de talenten van een kind in brede zin te kijken, maar dat werkt niet meer in een systeem dat zo afhankelijk is geworden van de scores op rekenen en taal. De school of de inspectie zal zeggen: ‘Waar komt dat advies vandaan? De toetsresultaten wijzen toch ergens anders op?’”

Rekenen en taal zijn toch ook de belangrijkste basisvaardigheden?

“Toen Adriaan de Groot, de oprichter van het Cito, in 1966 de eindtoets bedacht, had hij niet voorzien dat zijn meetinstrumenten zo zwaar zouden gaan wegen. Rekenen en taal waren met meerkeuzevragen makkelijk te toetsen, maar wat hem betreft niet de enige indicatoren voor goed onderwijs.

“Een kind moet op school allereerst de wereld leren kennen en begrijpen. Je kunt een leerling wel een tekst over een vakantie naar Frankrijk laten lezen, waar iemand een middeleeuws kasteel bezocht, maar als hij zich bij zo’n bezoek geen voorstelling kan maken, wordt het begrijpend lezen van zo’n tekst ook veel moeilijker. We moeten zorgen voor een goede kennisbasis. Voor alle kinderen. Die krijg je niet door steeds te meten, maar door goed onderwijs.”

Is het een stap in de goede richting dat de Onderwijsraad afgelopen week adviseerde dat het selectiemoment pas drie jaar later moet komen, na drie jaar brugklas?

“Ik weet nog niet wat ik van dat advies moet denken. De Onderwijsraad koppelt een langere brugklas ook aan meer maatwerk voor leerlingen vanaf de basisschool. Wat bedoelen ze daar precies mee? Dat we ze nog meer in hokjes gaan stoppen? Met toetsen die kinderen steeds weer onderling met elkaar vergelijken? Ik vrees dat de cultuur van toetsen op standaardnormen als rekenen en taal dan vrij spel krijgt. En dat er voor leerlingen die daar niet goed op scoren, alleen maar eindeloze oefening op die basisvaardigheden overblijft en nauwelijks ruimte voor brede ontwikkeling. Als dat gebeurt, gaan we er qua kansengelijkheid echt niet op vooruit.”

Lees ook:

Toets op jonge leeftijd zegt niets over de ontwikkeling van een kind

Toetsen die worden gemaakt op jonge leeftijd zeggen weinig over de latere ontwikkeling. Dat blijkt uit een onderzoek van orthopedagoog Niek Frans van de Rijksuniversiteit Groningen.

Met tranen in mijn ogen werd ik als juf afgerekend op de toetsresultaten

Leerkracht Naomi Smits vraagt zich af: Waarom moeten we oefenen voor een toets?

Is de Cito-toets wel zo’n goed idee? ‘Cito-toets werkt juist ongelijkheid in de hand’

Het is de week van de Cito-toetsen. Moeten we vasthouden aan het gelijkheidsideaal dat aan de toets ten grondslag ligt of wordt het tijd om de veelbediscussieerde toets overboord te gooien, vraagt het filosofisch elftal zich af.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden