Onderwijs

Zij willen graag leraar worden, maar dan komt de toets

Robbert Dijkgraaf, minister van onderwijs, cultuur en wetenschap, tijdens een bezoek aan de lerarenopleiding pabo van Inholland.  Beeld ANP
Robbert Dijkgraaf, minister van onderwijs, cultuur en wetenschap, tijdens een bezoek aan de lerarenopleiding pabo van Inholland.Beeld ANP

Het lerarentekort kan voor een deel worden opgelost als meer mbo’ers doorstuderen op de pabo. Velen van hen willen graag voor de klas staan, maar struikelen over de toelatingstoetsen. Nieuwe testmethodes moeten de doorstroom makkelijker maken.

Eline van Suchtelen

Groep vijf, met kinderen van 8 en 9 jaar oud. Dat zijn voor leerkracht in opleiding Danique Hekman de mooiste leeftijden om mee te werken. “Ze geloven niet meer in Sinterklaas, maar op het moment dat hij voor de deur staat, vinden ze het toch wel heel leuk. Je kunt goed met ze praten, maar ze zijn eigenlijk ook nog heel klein.”

Hekman (26) heeft een droom om lerares te worden. Ze zit al op de pabo, maar moet nog wel slagen voor haar laatste toelatingstoets. Haar mbo-diploma als onderwijsassistent heeft ze al op zak. Toen ze afstudeerde was er geen geschikte baan te vinden, dus werkte ze een aantal jaren als filiaalmanager bij een kledingzaak. Nu er weer volop banen zijn in het onderwijs, heeft ze haar oude passie opgepakt. Ze staat al deels voor de klas en wil nu haar onderwijsbevoegdheid halen zodat ze betaald wordt voor het werk wat ze – door het lerarentekort – nu vaak al doet.

Voor veel studenten met een mbo-opleiding, zoals Hekman, zijn de toelatingstoetsen voor de pabo een struikelblok. Ze haken vroegtijdig af of durven überhaupt niet aan de opleiding te beginnen. En dat terwijl ze nu meer nodig zijn dan ooit.

Het onderwijs staat te springen om potentiële leerkrachten zoals Hekman. Nederland zoekt meer dan 9000 fulltime leraren in het primair onderwijs. Dat zijn bijna 13.000 juffen en meesters. Een deel van het tekort moet worden aangevuld vanuit het mbo, waar veel talent rondloopt dat graag voor de klas wil staan. Vorig jaar was 29 procent van de eerstejaars op de pabo afkomstig uit het mbo. In 2021 begonnen er in totaal 7679 mensen met de opleiding tot leerkracht.

De overgang van het mbo naar de pabo verloopt alleen niet altijd goed. Ongeveer 30 procent van de mbo’ers met een droom om leraar te worden, slaagt niet voor de toelatingstoetsen.

Om zeker te weten dat de mbo’er het niveau van de pabo aankan, moet er een voldoende gehaald worden voor de vakken geschiedenis, aardrijkskunde en het combinatievak natuur&techniek. De toetsen werden geïntroduceerd in 2015 met de achterliggende gedachte om pabostudenten meer bagage mee te geven als ze beginnen met de opleiding. In die tijd viel 1 op de 3 studenten in het eerste jaar uit. Maar de toetsen hebben amper tot betere eerstejaars geleid, blijkt uit onderzoek.

Extra kans

Om de drempel weer te verlagen, mogen studenten vanaf dit studiejaar kiezen of ze de toetsen vooraf, of gedurende het eerste studiejaar afleggen. En ze krijgen een extra kans voor elk vak om te slagen. Dan kunnen ze alvast beginnen met de opleiding, maar lopen ze wel het risico dat ze weer moeten vertrekken bij een onvoldoende. Havisten, vwo’ers en mensen met een afgeronde hbo of wo-opleiding hoeven die toetsen niet te maken als ze (bij havisten) al eindexamen hebben gedaan in die vakken.

Rotterdam is dit najaar op drie hogescholen begonnen met een nieuwe toelatingsmethode. Studenten kunnen daar kiezen voor de traditionele toets, maar ze mogen in plaats daarvan ook kiezen om een portfolio te laten zien. Ze moeten in dat dossier zien aan te tonen dat ze de kennis al bezitten.

Britt Mulders (20) uit Zoetermeer had daar wel wat voor gevoeld. Zij had haar droom om juf te worden al bijna opgegeven. Pas bij de derde poging slaagde ze voor de toelatingstoets voor de lerarenopleiding. Mulders, die haar mbo-diploma voor onderwijsassistent heeft, zit nu in het tweede jaar van de pabo op de Hogeschool Inholland in Den Haag. “De toelatingstoetsen waren echt een niveautje hoger dan wat ik gewend was. De vraagstelling vond ik lastig. Ik raakte de draad kwijt in wat ze nou eigenlijk wilden weten.”

Mulders schreef zich na de eerste confrontatie met taaie geschiedenisvragen direct uit voor de opleiding. Ze nam een tussenjaar om zich voor te bereiden en werkte in die tijd ook als onderwijsassistent op een school. Uiteindelijk was het daardoor toch een nuttig jaar.

Ondanks de grote moeite die het haar kostte om aan de eisen te voldoen, kan ze nu makkelijk meekomen met de rest. De kennis die ze destijds nodig had, beklijfde niet. “Dat roept bij mij wel vraagtekens op over het nut van die toetsen. Als het op een andere manier gemeten kan worden, bijvoorbeeld via een presentatie, had ik er wellicht wel wat van onthouden.”

Andere mogelijkheden

Gert Mallegrom, regiomanager voor onder andere de pabo in Den Haag, is het eens met de kritiek. “Ik ben blij dat er andere mogelijkheden komen om de kennis veel meer toegepast te toetsen, omdat we ook weten dat de kans dat het dan beklijft hoger is.”

Alle drempels weghalen om meer leraren op te leiden, is niet wenselijk, zegt hij. “Als je een gebrek aan kennis hebt, is de kwaliteit van je onderwijs minder. Dan kun je misschien nog zo leuk met kinderen omgaan en een prima sfeer in de klas creëren, maar je moet ze ook wat kunnen leren. Stel dat je prachtig kunt vertellen over geschiedenis, maar het klopt inhoudelijk van geen kant, is dat geen goede zaak.”

Kan de opleiding zelf geen extra begeleiding geven in het halen van de toelatingstoetsen? Mallegrom denkt van niet. “Daar is helemaal geen tijd voor. We hebben die vier jaar echt nodig om goede leraren op te leiden.’

Mallegrom vindt dat studenten ook realistisch moeten blijven. Niet iedere onderwijsassistent heeft het in zich om leraar te worden. “Je moet eerlijk zijn. Er zijn studenten die ontzettend waardevol in die basisschool zijn, maar niet het niveau van leerkracht aantikken. Dat is geen diskwalificatie, dat is gewoon het verschil dat er bestaat tussen mensen. Zij zijn net zo hard nodig op school, in een andere functie.”

Ibna Sardha (39) is een klasgenoot van Danique Hekman op de flexibele pabo in Den Haag. Sardha heeft twintig jaar als kapper gewerkt en heeft vorig jaar haar mbo-opleiding voor onderwijsassistent afgerond. Ze werkt nu drie dagen op een school en hoopt over drie of vier jaar haar lesbevoegdheid te halen zodat ze een vaste klas krijgt.

Dat moet sneller en eenvoudiger kunnen, vindt ze. “Iemand die economie heeft gestudeerd, wordt als zij-instromer meteen voor de klas gegooid. Die persoon haalt misschien wel makkelijk de toetsen, maar heeft geen idee hoe je een veilig pedagogisch klimaat schept. Dat is krom. Wij zitten al in de onderwijswereld en krijgen vooral drempels om überhaupt aan de opleiding te beginnen.”

Klasgenoot Hekman is het met haar eens. Als voorbeeld noemt ze de lesvoorbereidingen die ze voor haar opleiding moet maken. Dat doet ze al elke dag op de school waar ze werkt. “Die kun je bij mij wel wegstrepen. Soms heeft men geen benul wat we al allemaal doen.”

Twee toetsen heeft Hekman al gehaald. Alleen aardrijkskunde komt er nog aan. “Ik snap echt wel dat je een bepaald niveau moet hebben om voor de klas te staan. Maar ik denk niet dat ik een betere docent word als ik precies weet hoe het zit met de windrichting op de noordpool.”

Lees ook:
Veel is al geprobeerd om het lerarentekort te bestrijden.

De onderwijsministers willen het nu gaan hebben over ‘gevoelige thema’s’.

Het groeiende lerarentekort is reden de barricaden op te gaan.

De ramp van het groeiende lerarentekort voltrekt zich in stilte en kan helaas niet rekenen op dezelfde aandacht die passagiers op Schiphol krijgen die vanwege personeelstekort hun vlucht missen. Onterecht.

Vlak voor het nieuwe schooljaar moet Naomy Monteban nog op zoek naar drie docenten.

De scholen staan op het punt van beginnen en her en der proberen schoolleiders nog de laatste vacatures op te vullen. De zoektocht naar het complete team is ook dit jaar weer een uiterst moeilijke. En de competitie lijkt groter te worden.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden