null Beeld
Beeld

ColumnErik Ex

‘Wie is de leider van de grootste oppositiepartij van Nederland?’ is geen goede vraag van een docent

Hoe stel je een goede vraag? Afgelopen week kwam ik erachter dat ik het al jaren fout doe. Voor de klas dan. Want in het dagelijks leven stellen we vaak vragen omdat we iets willen weten wat nog onbekend is. Van ‘waar heb je de auto geparkeerd?’ tot ‘wat is de zin van het leven?’. Voor de klas moet je het anders doen, zo las ik in EDI 2.0, een boek met tips en technieken voor een goede les.

Eerst leg je iets uit. Daarna vraag je aan leerlingen of ze het hebben begrepen. Maar dan dus niet ‘hebben jullie het begrepen?’ Nee, je stelt vragen om het begrip te controleren.

Dit klinkt voor de hand liggend, maar toen ik het had gelezen, begon ik mezelf plotseling te betrappen op allemaal domme vragen: ‘Wie is de leider van de grootste oppositiepartij van Nederland?’ Voor het antwoord moet je iets weten over de term ‘oppositie’ en over de verdeling van de oude Tweede Kamer.

En daarna weer: ‘Waarom is een coalitie zonder de VVD onwaarschijnlijk?’, ‘Wat is het verschil tussen D66 en Volt?’. Ik had dit nog niet uitgelegd, dus in feite was ik voorkennis aan het peilen. Leerlingen die thuis de verkiezingen hadden gevolgd wisten het. Zij die nog niks wisten, leerden vooral dat ze het niet wisten. Ze haakten af. Zo kan kansenongelijkheid er in praktijk uit zien.

Juist verkeerde patronen kunnen inslijten

Ik bleef mezelf er maar op betrappen. Soms deed ik het even goed, maar dan ging ik weer de fout in. In tien jaar ervaring heb ik al snel tienduizenden vragen gesteld aan klassen. Het wordt een automatisme. Meer ervaring maakt een leraar niet zonder meer beter. Juist verkeerde patronen kunnen inslijten.

Vaak zit een goede les in dit soort details. Zo leerde ik van een collega dat je altijd aan de andere kant van de klas moet gaan staan wanneer een leerling spreekt in een klassikale situatie. Dan gaat hij of zij automatisch harder spreken en kan de hele klas het horen. Tegennatuurlijk, maar effectief.

En in plaats van het klassieke vingers opsteken kun je beter het lot laten bepalen wie de beurt krijgt, zo las ik twee jaar geleden in een boek. Dan denken alle kinderen na. Inmiddels trek ik kaartjes met de namen van de kinderen erop.

Van experts leren kinderen significant meer

Onderwijsonderzoeker John Hattie onderscheidt expert-leraren van ervaren leraren. Van experts leren kinderen significant meer. Ze geven gerichte feedback, zorgen voor een optimaal leerklimaat en geloven dat alle kinderen de succescriteria kunnen behalen.

Hoe verkrijgen leraren expertise? Door observatie van collega’s, het lezen van onderwijsboeken en vervolgens gerichte oefening. Iets waar bijna geen enkele leraar die ik ken de tijd voor neemt. Of heeft. Dat blijft voor mij een vraag.

Erik Ex (1987) is leraar geschiedenis op het Cygnus Gymnasium in Amsterdam en werkt voor Schoolinfo, dat zich bezighoudt met onderwijsinnovatie. Hij schrijft elke twee weken een column. Lees zijn eerdere bijdragen hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden