Compensatie

Wie betaalt de studieschuld van de leenstelselgeneratie?

null Beeld Nanne Meulendijks
Beeld Nanne Meulendijks

Bijna alle politieke partijen hebben zich tegen het leenstelsel gekeerd. Wat betekent dat voor de generatie studenten die het zonder basisbeurs moest stellen? Worden zij gecompenseerd?

Zestienduizend euro in de min. Dat was de stand van zaken toen filosofiestudent Kayleigh Hofstede (20) onlangs haar schuld checkte. Met nog minimaal drie jaar studeren te gaan, ziet dat er niet al te rooskleurig uit, zegt ze zelf. Ooit begonnen op het mbo, stroomde ze via het hbo door naar de universiteit in Nijmegen.

Kayleigh is onderdeel van de leenstelselgeneratie; studenten die vanaf 2015 niet langer door de overheid werden gesponsord, maar het geld voortaan moesten lenen. Afgestudeerden hebben 35 jaar de tijd om hun schuld terug te betalen en het terug te betalen bedrag is nooit meer dan 4 procent van het inkomen. Een afgestudeerde betaalt wat hij kan missen.

Het plan voor het sociaal leenstelsel kwam uit de koker van kabinet Rutte-II (PvdA en VVD) en kon uitgevoerd worden dankzij steun van D66 en GroenLinks. Eén van de argumenten voor invoering was dat de bakker dan niet meer hoefde mee te betalen aan de studie van de zoon van de advocaat. Het bedrag dat met de invoering van het leenstelsel zou worden bespaard, een miljard euro, zou ten goede komen aan het hoger onderwijs.

Belofte van extra investeringen

Een iets te rooskleurige voorstelling van zaken. Bovendien hadden de universiteiten en hogescholen niet de miljoenen geïnvesteerd in het betere onderwijs dat ze hadden beloofd, toonde een rapport van de Algemene Rekenkamer. “Het is niet waarschijnlijk dat de belofte van extra geld helemaal is waargemaakt voor de generatie studenten voor wie het bedoeld was”, concludeerde collegelid Francine Giskes in 2018. Ze bedoelde de studenten die tussen 2015 en 2017 waren begonnen en die het zonder basisbeurs moesten stellen. Precies de studenten die nu hun studie aan het afronden zijn en die dus ook niet profiteren van de politieke omwenteling rondom het leenstelsel. Want de kans is groot dat het leenstelsel in een nieuw kabinet van tafel gaat. De vraag doemt op wat er gebeurt met de studenten die noodgedwongen moest lenen. Worden zij gecompenseerd?

Deze studenten hebben inmiddels een aardige schuld opgebouwd. Volgens het CBS leenden studenten in 2019 gemiddeld zo’n 700 euro per maand. Dat kan aardig in de papieren lopen. Eerder werd becijferd dat de gemiddelde schuld per student naar verwachting 24.000 euro zal zijn.

Die schuld zorgt voor een psychische druk, zegt filosofiestudent Kayleigh. “Het zit steeds in mijn achterhoofd, terwijl ik studeren erg leuk vind. Wat dat betreft zijn de vooruitzichten niet zo gunstig momenteel met het huidige leenstelsel. Ik twijfelde bij voorbaat al welke studie ik moest doen: ging ik voor iets wat me inkomenszekerheid zou geven of voor wat ik leuk vind? Ik koos uiteindelijk toch voor het laatste.”

Geen basisbeurs en gebroken beloftes; het zijn precies de redenen waarom studenten de laatste jaren actievoeren onder de noemer #nietmijnschuld. Kayleigh is één van hen. De studenten willen niet alleen de basisbeurs terug, maar willen ook dat de leenstelselgeneratie wordt gecompenseerd. Veel politieke partijen scharen zich inmiddels achter dat idee. Hoeveel dat mag kosten, daarover verschillen de meningen.

Voucher van 4000 euro

Zo trekt het CDA voor de compensatie jaarlijks 100 miljoen uit, plus 200 miljoen eenmalig. De SP heeft er 1,7 miljard euro voor over, de PvdA 1,6 miljard euro en de ChristenUnie 1,5. D66 wil de studenten compenseren met een eenmalige voucher van 4000 euro per student, die ook mag worden gebruikt voor het terugbetalen van de studieschuld, al heeft de partij dit idee niet laten doorrekenen. GroenLinks wil een startkapitaal van 10.000 euro voor iedere achttienjarige én met terugwerkende kracht voor de leenstelselgeneratie. Alleen de VVD staat nog achter het originele plan van het leenstelsel.

De compensatie kost inderdaad een flinke smak geld, zegt Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks. “Van alle partijen trekken wij er het meeste geld voor uit. We hebben het laten doorrekenen en de kosten liggen rond de 8 miljard euro. Dat willen we onder meer bekostigen door de belasting voor hogere inkomens te verhogen.” Hoe reëel is het dat dit bedrag er daadwerkelijk gaat komen? Westerveld: “Gezien de huidige verhoudingen niet reëel: de VVD is de grootste partij. Toch acht ik de kans groot dat het leenstelsel op de schop gaat. De hamvraag is wat mij betreft: wie gaat het betalen? Vorige verkiezingen wilden CDA en de ChristenUnie het bijvoorbeeld halen uit de lumpsum, het bedrag dat de overheid aan het onderwijs uitgeeft. Dat lijkt me geen goed idee: dan gaan studenten er uiteindelijk weinig op vooruit.”

Morrelen aan het sociale leenstelsel is volgens de VVD helemaal niet aan de orde. In een reactie schrijft de partij het een ‘eerlijk stelsel’ te vinden. “We kunnen daarmee het hoger onderwijs voor iedereen toegankelijk houden”, laat VVD-Kamerlid Hatte van der Woude weten. “We vinden het daarbij wel belangrijk dat we investeren in kwaliteit van onderwijs op een manier die transparant is voor de studenten.” Met andere woorden: het is belangrijk dat studenten kunnen zien waar het geld van de afschaffing van de basisbeurs naartoe is gegaan.

Voorzichtig geleefd

De compensatie van de leenstelselgeneratie is een lastige kwestie, erkent Barend van der Meulen. Hij is hoogleraar institutionele aspecten van het (hoger) onderwijs en directeur van onderzoeksinstituut Center for Higher Education Policy Studies. “Er is ook een groep studenten die heel voorzichtig heeft geleefd en wellicht naast de studie heeft gewerkt, die een kleine of geen schuld heeft. Voor deze groep is het onrechtvaardig om te zeggen: kom, we schelden alle schulden kwijt.”

De politieke puzzel is niet eenvoudig. Los van een eventuele terugkeer van de basisbeurs en studenten die compensatie willen, zeggen hogescholen en universiteiten al jaren dat ze geld tekortkomen. Er zou minstens een miljard bij moeten. Price­waterhouseCoopers berekende onlangs dat alleen al het wetenschappelijke onderwijs bijna structureel een miljard tekortkomt. En om de doelstelling te halen op het gebied van onderwijs en onderzoek zou er volgens onderwijsminister Ingrid van Engelshoven nog eens een miljard bij moeten. Van der Meulen: “Opgeteld kom ik dan op drie miljard euro uit, een bedrag waarvan ik niet denk dat dit wordt vrijgespeeld in deze kabinetsformatie. We zitten in het hoger onderwijs behoorlijk in de knoop. Studentenaantallen groeien, de rol van internationalisering en digitalisering wordt groter. Er moet uiteindelijk gekozen worden, en ik weet niet of het weinige geld dat er komt alleen wordt gebruikt om het leenstelsel terug te draaien en studenten te compenseren.”

De grote vraag is hoe het dan wel wordt opgelost? Van der Meulen voorziet een politiek compromis. “Bijvoorbeeld door de studenten niet direct geld te geven, maar dat te doen in de vorm van vouchers (een tegoed voor een nieuwe opleiding, red.). Die zijn al uitgedeeld aan studenten die niet konden profiteren van het afschaffen van de basisbeurs en het beloofde betere onderwijs. Dat is niet zo kostbaar op de lange termijn, en het is enigszins strategisch omdat niet alle vouchers gebruikt zullen worden.”

Andere terugbetalingsregeling

Een ander compromis: de terugbetalingsregeling wordt aangepast. “Door bijvoorbeeld de termijn waarin studenten hun lening terugbetalen te rekken”, zegt Van der Meulen. Hoewel studenten dan wel nóg langer met een schuld zitten, erkent hij. “Een andere optie is om het maandelijkse bedrag te verlagen. In dat geval zou de overheid uiteindelijk veel schulden moeten kwijtschelden.”

Door studieschulden stellen studenten belangrijke keuzes uit, blijkt uit eerder onderzoek in het buitenland. Ze kopen later een huis, beginnen later aan kinderen en voelen zich mentaal minder goed. “Dat is de psychologische druk van het leenstelsel, waar ook Kayleigh over spreekt”, zegt Van der Meulen. “Dat valt op te lossen door bijvoorbeeld de terugbetaling anders in te steken, bijvoorbeeld via het salaris. Zie het als een sociale premie. Dan zien mensen niet dat het bedrag afgeboekt wordt, maar gaat het indirect. Dat geeft psychologisch gezien ruimte.”

We kunnen wel zeggen dat het leenstelsel voor een deel mislukt is, vindt Van der Meulen. “Het had psychologisch een groter effect dan verwacht. Bijvoorbeeld op mbo-studenten die nu minder doorstuderen, al zou dat ook kunnen komen doordat het goed ging met de economie en mbo-studenten liever gingen werken. Dan kun je op papier wel zeggen dat het lenen een investering is in je toekomst, maar als mensen het niet voelen, houdt het op.”

Het leenstelsel had ook anders ingericht kunnen worden, stelt hij. “De gedachte dat een bijdrage wordt gevraagd van studenten die later vermogend genoeg zijn om het terug te betalen, is op zich goed. Maar dat kun je ook doen door een bijdrage te vragen bij opleidingen waarvan we weten dat er later veel geld wordt verdiend. Of door de bijdrage ­alleen te vragen in de masterfase en de bachelor door de overheid te laten sponsoren. De opbrengsten worden dan in de kwaliteit van hoger onderwijs gestoken.”

Verbroken beloftes

Daarnaast hebben ook de gebroken beloftes het hoger onderwijs schade berokkend, stelt Van der Meulen. “Dat is de wrangheid van het hele leenstelsel. De minister heeft destijds de implementatie ervan verslonsd. Ze had beloofd dat de schuld niet zou meetellen bij de hypotheekberekeningen. Dat blijkt heel lastig.” Zo stelde de Autoriteit Financiële Markten vorige week nog voor om de informatie van de studieschulden openbaar te maken voor hypotheekverstrekkers. Dat was tegen het zere been van het kabinet én jonge mensen. Zo’n registratie zou een afschrikwekkende werking hebben.

Ook aan de belofte van de minister om de rente laag te houden, hield Van Engelshoven zich niet, zag Van der Meulen. “Al snel werd daaraan gemorreld en werd die toch variabel. Na flinke druk zette de minister een streep door de verhoging.”

Hoe reëel is het dat de politiek nu wel haar beloftes nakomt? “Ondanks dat ik denk dat er iets zal veranderen, hou ik mijn hart vast als het gaat over de manier waarop”, zegt GroenLinks-Kamerlid Westerveld. “Het is een lastige puzzel”, zegt Van der Meulen, “maar ik kan me niet voorstellen dat er níets gebeurt. Met grote partijen als D66 en het CDA, die altijd al tegen het leenstelsel waren, lijkt het me toch dat de scherpe randjes van het leenstelsel eraf gaan. Doordat veel partijen voor compensatie zijn, is de druk opgevoerd: hoe langer het leenstelsel in zijn huidige vorm blijft bestaan, hoe duurder het wordt de boel te ­veranderen.”

Lees ook:

#nietmijnschuld: studenten gaan de straat op tegen het leenstelsel

Studenten willen de basisbeurs terug, en compensatie voor het leenstelsel. In maart voerden ze actie in zes studentensteden.

Vormt het leenstelsel écht zo’n grote belemmering voor studenten?

De tegenstanders van het leenstelsel zeggen dat het jongeren belemmert in de kansen voor de toekomst, het klassensystemen in de hand werkt, en het geld niet wordt geïnvesteerd in het onderwijs zoals beloofd. Kloppen deze argumenten?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden