Onderwijs

‘We spreken niet meer van lager onderwijs, maar nog wel van hoger onderwijs. Mbo’ers zijn er ook nog!’

null Beeld Idris van Heffen
Beeld Idris van Heffen

Hoger opleiden is een maatschappelijke norm geworden. Mbo’ers, de grootste groep studenten, voelen dat. Het is soms knokken om gezien te worden, maar dat gevecht gaat een groeiende groep graag aan.

Joost van Egmond

Even valt de zaal stil. Een aantal mbo-studenten staat op. Ze draaien een rondje om hun as en gaan weer zitten. Op het podium is zojuist het woord ‘leerlingen’ gevallen en dit ritueel is hun reactie. Mbo’ers zijn studenten, geen leerlingen, en dat maken ze op deze manier duidelijk.

Die status is sinds 2020 bij wet geregeld. Iedereen die doorleert na primair en voortgezet onderwijs, is daarbij gelijkgetrokken. Maar de praktijk sluit daar niet altijd bij aan. Er zijn na het voortgezet onderwijs twee richtingen: hoger onderwijs, oftewel hbo en wo samen, en daarnaast mbo. Hoe meer er wordt gesproken van hoger onderwijs, om hbo en wo samen aan te duiden, hoe opmerkelijker de kloof met mbo wordt. De richting met 500.000 studenten hoort nadrukkelijk niet bij het hoger onderwijs en de studenten worden in de wandelgangen toch vaak aangeduid als leerlingen.

Hoger en hoger

Studenten in Nederland leren verder door dan ooit. Waarom doen ze dat? En wat is het effect op henzelf en de maatschappij? We zoeken de antwoorden in een reeks artikelen over mbo, hbo en wo op trouw.nl/hogerenhoger. Volgende week: wat te doen met een mbo-diploma?

Dit rondje om de as was een testrit, het werd bewust uitgelokt om te oefenen. De spreker die het gewraakte woord ‘leerlingen’ liet vallen was Samia Boukhizzou, uitgaand bestuurslid van JOBmbo, de belangenorganisatie van studenten. Zij had het ritueel ook bedacht, maar tot haar blijdschap was er op deze bijeenkomst helemaal niemand die de fout in ging, dus dan doe je het maar zelf. “Als je zo’n energizer hebt afgesproken, wil je het ook een keer oefenen. En het is nog steeds hard nodig. Met het bestuur hebben we afgesproken dat we het ook bij beleidstafels zullen doen.”

Dat belooft wat, de bestuurders van JOBmbo zitten om de haverklap met iedereen om tafel. Moet minister Robbert Dijkgraaf van hoger onderwijs en mbo zich ook opmaken voor tollende studenten aan tafel? “Hij is nou juist iemand die zijn woorden heel zorgvuldig kiest”, zegt Boukhizzou lachend, “maar als hij zich zou verspreken dan doen we zeker dat rondje!”

Woorden doen ertoe

Welke termen je gebruikt is belangrijk, zegt ook Quin Blokzijl, tot voor kort de voorzitter van JOBmbo. “Termen doen veel met wat je denkt te kunnen en wat je ambities zijn. We moeten ons afvragen of de woorden die we gebruiken de lading nog wel dekken. We spreken niet meer van lager onderwijs, maar nog wel van hoger onderwijs. Hoe kan dat? Wij zijn er ook nog!”

Samia Boukhizzou, uitgaand bestuurslid van JOBmbo, de belangenorganisatie van studenten. Beeld Sicco van Grieken
Samia Boukhizzou, uitgaand bestuurslid van JOBmbo, de belangenorganisatie van studenten.Beeld Sicco van Grieken

Assertieve mbo’ers, en dat zijn er heel wat, zoeken naar manieren om die mentaliteit te doorbreken. Zoals de pirouette van Boukhizzou. Blokzijl zelf schreef Van Dale aan met het verzoek de omschrijving van ‘student’ in het woordenboek aan te passen. De eerste betekenis luidt nu ‘iem. die studeert, m.n. aan een universiteit of hogeschool’. De bredere betekenis ‘iemand die een opleiding volgt’, komt daarna.

“Misschien kom ik over als een brompot”, schreef hij de redactie van het woordenboek, “maar als het mbo niet expliciet wordt genoemd als een legitieme plek voor studenten, kan zich dat in de praktijk vertalen tot ondergeschiktheid.” De redactie van Van Dale laat weten dat het altijd de historische betekenis is die bovenaan staat. Met de status van die betekenis heeft dat niets te maken, zegt hoofdredacteur Ton den Boon. “Zo laten we zien hoe de toepassing van een woord verandert.”

Dat mag zo zijn, voor JOBmbo helpt dit soort discussies om de emancipatie van de mbo’er op de agenda te krijgen. “We moeten een cultuuromslag maken”, vindt Blokzijl. “We snappen dat dit niet in een week gaat, maar de wil moet er wel zijn. En alle kleine beetjes helpen.” Zeker die term hoger onderwijs moet eruit, vindt hij. Praktisch en theoretisch onderwijs is een veelgenoemd alternatief. Ook dat heeft nadelen, zegt Blokzijl, “maar het is wel beter dan wat we hebben.”

Chronisch ondergewaardeerd

Het onderscheid heeft echte gevolgen voor echte mensen. Om te beginnen op organisatorisch vlak. Minister Dijkgraaf heeft dus in zijn portefeuille hoger onderwijs en mbo, het onderwijs aan studenten als geheel wordt niet samengenomen. Studentenvertegenwoordigingen als vakbond Lsvb of het Interstedelijk Studentenoverleg Iso, dat medezeggenschapsraden vertegenwoordigt, hebben hbo en wo als achterban, niet het mbo.

Die studenten zijn aangewezen op JOBmbo, en al zijn de contacten tussen al die organisaties hartelijk en intensief, geïntegreerd zijn ze niet. Blokzijl merkte in zijn bestuursjaar vooral hoeveel beter het kan. “Laatst deden we een brainstorm helemaal samen, met alle studentengeledingen. Dat was enorm inspirerend.” Hij zou dat heel graag vaker zien.

Het mbo maakt gigantische aantallen: 500.000 studenten telt het, ongeveer 40 procent van het totaal. De gemiddelde Nederlander is een mbo’er, slechts één op de drie heeft een ‘hoger’ diploma dan dat. Maar desondanks hangt de opleidingsrichting er in de beeldvorming een beetje bij.

Quin Blokzijl, voormalig voorzitter van JOBmbo. Beeld
Quin Blokzijl, voormalig voorzitter van JOBmbo.Beeld

Uit een studie bleek dit jaar dat mbo’ers zich niet gehoord en niet gewaardeerd voelen. “Ik ben maar een mbo’er”, vatte een deelnemer eigenlijk de hele studie in vijf woorden samen. Mbo-studenten voelen zich chronisch ondergewaardeerd in een prestatiemaatschappij waarin het mbo als laag wordt bestempeld, onderstreepte de studie nog eens. Het rapport zit vol hartverscheurende voorbeelden “Ik heb het idee dat mensen denken dat ik dom ben als ik zeg dat ik op het mbo zit”, vertelde een student.

Steeds in een vakje geduwd

“Middelbaar, hoger... We zouden om te beginnen die namen eens kunnen aanpassen. Wie is daar überhaupt ooit op gekomen”, verzucht student Clemens van den Broek, die namens de 57 mbo-scholen van Nederland tot ambassadeur is benoemd. “Je wordt elke keer in een vakje geduwd.”

De beeldvorming zit diep. Van den Broek is zich ervan bewust dat hij als ambassadeur voor 500.000 studenten moet spreken en wil niet generaliseren, maar hij merkt het om zich heen als hij peptalks houdt voor collega-studenten. “Veel studenten denken niet dat ze het ver gaan schoppen. Ze hebben het gevoel dat ze er niet toe doen.” Maar wat hij ook merkt: “Het heeft echt niets met leren te maken, die jongens zijn heus niet dom. Ze weten alleen niet waar ze het voor zouden doen.”

Zo bepaalt de beeldvorming voor een groot deel het resultaat. Van den Broek kan daar zelf over meepraten. “In groep 6 haalde ik negens en tienen en ging het over een vwo-advies. Maar toen mijn ouders gingen scheiden stond mijn hoofd niet meer naar leren.”

Het werd voor hem een vmbo-advies, als enige van de klas. Dat hielp bepaald niet in zijn motivatie. In leerjaar 3 verliet hij zijn school en wilde hij niet meer terug. Toen kwam de kans om de entreeopleiding te doen, een alternatieve route in het mbo richting een startkwalificatie. “Die heb ik met beide handen aangegrepen.” Zijn kansen keerden, Van Den Broek studeert inmiddels op de mbo-opleiding sociaal werk. “Als ik nu als ambassadeur op een vluchtelingenschool kom, kijken die jongens tegen mij op, want zij moeten entree gaan doen. Ze zijn verbaasd als ze horen dat ik zo ook ben begonnen.”

Het begin van een oplossing is om op te houden met die competitiedrang, denkt hij. “Gaan met die banaan, en niet steeds naar een ander kijken”, verwoordt hij het op zijn peptalks. Maar de grootste taak ligt bij hun omgeving. “Bij mij op de basisschool was het echt onderwerp van gesprek. Iedereen hoopte op havo of vwo. Ouders werken dat in de hand. En als ik dan zie hoe hard ze daar moeten leren … dan denk ik: liever een zes zonder stress, dan een negen en geen leven.”

Clemens van den Broek Beeld
Clemens van den BroekBeeld

Van den Broek ziet onder mbo’ers het begin van zo’n mentaliteitsomslag. “Ik denk dat langzaamaan steeds meer jongeren doorhebben dat ze met iets groters bezig zijn dan ze denken. Dat ze er wel echt toe doen.”

De emancipatie is in volle gang

Er is iets gaande onder mbo’ers, en dat is niet beperkt tot de acties van JOBmbo of de peptalks van de ambassadeur. Op allerlei fronten wordt geijverd voor gelijkstelling van mbo’ers met andere studenten, van kortingsregelingen tot faciliteiten op de campus en daarbuiten. Ook uitsluiting wordt niet meer zomaar geaccepteerd; mbo’ers voerden protest bij een studentencafé in Utrecht waar ze niet welkom waren.

Wie niet wil wachten op gelijkstelling lost het zelf op. Nederland heeft sinds dit voorjaar de eerste studentenvereniging voor mbo’ers, de Referendum Sanctum Hollandicus Vereniging RSHV. Ze hebben veertig leden en vol zelfbewustzijn staat het bestuur op de introductieweek voor studenten in Utrecht. Vooralsnog is dat een unicum, Utrecht stelde als eerste zijn introductieweek dit jaar open voor mbo’ers. Het is een klein stapje, RSHV is op deze verenigingenmarkt nog omsingeld door studentenverenigingen die hun aandacht exclusief richten op de aankomend eerstejaars hbo en wo. Geen mbo’er die zich daar meldt. “Ze voelen een te grote drempel”, zegt bestuurslid Goshi Vlaanderen van RSHV.

Maar de reactie om jezelf te verenigen slaat aan. Het is niet waarschijnlijk dat RSVH nog lang de enige blijft. Initiatieven bloeien overal op. En er zijn genoeg onderwijsinstellingen en lokale bestuurders die dat graag faciliteren. Het zal geen toeval zijn dat Utrecht een gangmaker is, een van de weinige steden waar een wethouder expliciet mbo in zijn portefeuille heeft. Wat dit juist zo krachtig maakt, is dat het voor studenten door studenten is”, zegt wethouder Dennis de Vries bescheiden. “Maar je kunt helpen om partijen mee te krijgen”. Ook de onderwijsinstellingen willen graag. Nimeto hielp bij de oprichting van RSHV en ROC Midden-Nederland, een van de grootste in het land, nam direct contact op om te vragen hoe ze konden helpen, vertelt Goshi Vlaanderen.

De samenleving moet mee veranderen

Al met al zijn er wel wat tekenen dat de cultuuromslag waar Quin Blokzijl voor pleit, ook wordt ingezet. Maar snel gaat het niet. “Globaal denk ik nog niet dat we de waardering krijgen”, zegt hij. Dat hoorde hij ook terug uit de vele gesprekken met medestudenten die hij als voorzitter voerde. “De initiatieven komen veelal vanuit ons, en dat is prachtig, maar om te slagen heb je ook anderen nodig. We hebben de samenleving echt ingericht als een ladder: hoe hoger hoe beter. Dat begint al bij de citotoets. Dat veranderen gaat moeizaam.”

Jelmer Becker, die het stokje als JOBmbo-voorzitter van hem overneemt, maakt zich dan ook geen illusies over het tempo van deze emancipatie. “Maar we zijn zaadjes aan het planten. Nu gaat het erom die ontwikkeling breder te trekken.”

Vertrekkend voorzitter Blokzijl studeert nu zelf af in media en redactie. Dan gaat hij als ondernemer de proef op de som nemen hoe ver je komt met mbo. “Ik ga websites ontwerpen en onderhouden. Ik hoop dat het lukt om een klantenkring op te bouwen.” Zo niet, dan houdt hij de deur naar een vervolgopleiding in het hbo op een kier. “Dat voelt wel een beetje gek, juist omdat we nu zo bezig zijn om duidelijk te maken dat mbo goed genoeg is. Maar ik wil het ook niet uitsluiten.”

Lees ook:

Mbo-studenten voelen zich miskend door politiek Den Haag

Mbo’ers in Nederland hebben het gevoel niet mee te tellen. Een grote, belangrijke groep van ruim een half miljoen jongeren dreigt gedemotiveerd te raken.

Volgens Fleur (18) moeten mbo’ers zich het studentenleven invechten

Toen Fleur van Veenendaal (18) samen met haar vrienden in Utrecht op stap ging, werd ze naar eigen zeggen door café de Kneus geweigerd omdat ze mbo-student was. Na aandringen mocht ze toch naar binnen. Het zorgde voor de nodige media-aandacht en een demonstratie aan het adres van de studentenkroeg.

Eindelijk kunnen ook mbo’ers ‘volop in het studentenleven duiken’

Voor het eerst kunnen aankomend mbo-studenten meedoen met de introductiedagen voor eerstejaars in Utrecht. Massale aanloop was er nog niet, maar ‘het zaadje is geplant’.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden