Beeld Maartje Geels

ColumnErik Ex

We hebben de leerlingen cijferverslaafd gemaakt

Nakijken van werkstukken is geen straf, ze becijferen wel. De vierdeklassers hebben zich de afgelopen maanden het hoofd gebroken over een zelfgekozen onderwerp binnen het thema koloniale geschiedenis van Nederland. Nu is het mijn beurt: het beoordelen.

Werden tot slaaf gemaakten in Suriname anders behandeld dan in aangrenzend Frans-Guyana? Baseerden de ontwerpers van de apartheidswetten zich op denkbeelden van Abraham Kuyper? Ging de VOC nu wel of niet aan corruptie ten onder? De meeste werkstukken zijn echt interessant, alle zijn uniek. Dikwijls leer ik zelf nog wat: wist u dat Johan Maurits (van het Mauritshuis) een standbeeld heeft in Brazilië? Hoe kan ik dit werk in een cijfer omzetten?

Rubrics 

Om tot een cijfer te komen gebruik ik een rubric: een schema waarin docent en leerling kunnen zien wat de beoordelingscriteria zijn en hoe ieder onderdeel meetelt in het eindcijfer. Het voordeel is dat leerlingen kunnen zien wat er goed is gegaan en wat niet en dat ze van tevoren precies weten waar hun werkstuk aan moet voldoen.

Toch doen leerlingen vaak dingen die niet in het schema passen: een heeft twee keer het aantal toegestane woorden geschreven (maar is het notenapparaat vergeten), een ander begint de inleiding met een citaat van de Griekse filosoof Heraclitus en hangt daar zijn werkstuk aan op. Weer een ander schrijft belabberd, maar heeft haar familiegeschiedenis verwerkt. Welk gewicht moet ik hieraan geven?

Rubrics geven een schijnobjectiviteit, schreef Menno van der Schoot, universitair hoofddocent aan de VU, onlangs in ScienceGuide. Zaken zoals eigenheid, oorspronkelijkheid en originaliteit van een werkstuk laten zich moeilijk heel precies kwantificeren. Een werkstuk is juist meer dan een som der delen. Toch is het eerste wat de leerlingen doen, kijken naar de getallen in de rubric en hoe die optellen onder de streep tot een kaal eindcijfer.

Dat is niet gek, het cijfer is de enige ‘beloning’ voor hun zwoegen. Ik kan moeilijk van 16-jarigen verwachten dat ze overzien hoe dit werkstuk bijdraagt aan hun academische vaardigheden en algemene ontwikkeling.

We zitten vast in een systeem

‘Cijfers geven werkt niet’ is de veelzeggende titel van een onder leraren zeer populair boek uit 2013. De pedagoog Alfie Kohn stelt dat kinderen die cijfers krijgen, kiezen voor de makkelijkste weg en niet de intrinsieke waarde van hun werk zien. In de onderwijswetenschappen is cijfers geven op zijn minst discutabel. Maar het systeem verlangt het toch.

Het liefst zou ik stoppen met het kwantificeren van werkstukken en alleen gerichte feedback geven. Maar mijn leerlingen pikken dat niet. We hebben ze cijferverslaafd gemaakt. Voorlopig zet ik dus wel een cijfer op de werkstukken. Zowel ik als mijn leerlingen zitten vast in een systeem dat we zelf maken.

Lees ook: 

‘Stop met het geven van cijfers en stapels toetsen, dat schaadt het leerproces’

Geen cijfers, minder toetsen en geen vingers omhoog. Het roer moet om bij scholen, vindt de Britse onderwijsexpert Dylan Wiliam. Deze week geeft hij in Nederland workshops aan docenten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden