Onderwijsvernieuwing

‘We geven in Nederland nog precies zo les als 100 jaar geleden’. En dat moet anders

Beeld Ilse van Kraaij

Nu de maatschappij in sneltreinvaart verandert, gaat ook het lesprogramma voor het basis- en voortgezet onderwijs op de schop. Voor het eerst nemen docenten daar zelf het voortouw in. Donderdag presenteren ze hun voorstellen.

Een klas heeft een eigen ziel, schreef Theo Thijssen in 1926. Je kunt haar plagen, vleien, doen lachen of beven. Het is een stukje gemeenschap dat als individu optreedt. ‘En tegen wie spreek ik? Ook niet tegen een kind afzonderlijk, dat lijkt maar zo. Ik spreek tegen de klas als geheel.’ In zijn boek ‘De gelukkige klas’ beschrijft Thijssen een vervlogen tijd waarin veertig schoolkinderen op een kluitje opeengepakt zaten en nauwelijks als individu werden gezien. Een strak regime moest het gajes discipline en tucht bijbrengen.

Een kleine eeuw later is er in het onderwijs gelukkig veel veranderd, maar de essentie van het schoolsysteem is hetzelfde gebleven. “We geven in Nederland nog precies zo les als honderd jaar geleden”, verzucht biologiedocent Saskia van der Jagt.

De docent vertelt een verhaal, de leerlingen pennen mee en om de haverklap is er een toets. Dat mag allemaal een stuk speelser en interactiever, wat haar betreft. “Neem de kinderen mee naar buiten. Laat ze zelf dingen ontdekken en er met elkaar over praten. We moeten meer denken in creativiteit en minder in examens.”

Van der Jagt is een van de 150 docenten en schoolleiders die meewerkten aan de ‘curriculumherziening’, een grootscheepse operatie waarbij het hele lesprogramma van het basis- en voortgezet onderwijs op de schop gaat. Nieuwe tijden vragen om nieuwe vaardigheden, zo luidt de gedachte. 

Smartphone en kunstmatige intelligentie

Sinds begin vorig jaar werkten negen ‘ontwikkelteams’ aan nieuwe voorstellen voor negen leergebieden met inbreng van ouders, leerlingen, wetenschappers en het bedrijfsleven. Hun voorstellen overhandigen ze vandaag aan minister Arie Slob van onderwijs.

De wettelijke doelen van het onderwijs zijn in 2006 voor het laatst vernieuwd, maar in de tussentijd is er nogal wat veranderd. Zo deed de smartphone zijn intrede, rukt kunstmatige intelligentie op en vragen internationalisering en digitalisering om nieuwe vaardigheden. “We zijn op een totaal andere manier met elkaar gaan communiceren”, zegt docent mediawijsheid Wim Hilberdink. “Opleidingen en de arbeidsmarkt schreeuwen om digitaal geletterden.”

Scheve gezichten

Een herziening van het lesprogramma gebeurt eens in de zoveel jaar, maar nieuw aan de huidige aanpak is dat leraren zélf het voortouw nemen. Eerder werden veranderingen van bovenaf opgelegd door het ministerie van onderwijs, vaak ad hoc op basis van opmerkingen van vakverenigingen of naar aanleiding van incidenten. Dat zorgde geregeld voor scheve gezichten bij docenten.

“De huidige kerndoelen zijn – laat ik het aardig zeggen – nogal vaag”, zegt onderwijskundige Theo Douma. Hij is voorzitter van de coördinatiegroep van onderwijsorganisaties die begin 2017 pleitte voor een grote herziening van het lesprogramma van onderaf.

“We willen het onderwijs teruggeven aan de leraar. In bijvoorbeeld Canada, Australië en Scandinavische landen zijn leraren veel meer betrokken bij het maken van het lesprogramma. Dat is goed. Zij zijn dagelijks met de stof bezig en zien wat er in de klas gebeurt.”

Die brainstormsessies hebben nog geen kant-en-klare lesmethoden opgeleverd, maar wel een ‘integrale basis’ voor wat leerlingen in de toekomst moeten kennen en kunnen, zegt Douma. De inhoud is nog wat abstract, geeft hij toe. Hij lacht. “We zijn als de dood dat Arjen Lubach er straks weer iets moois van gaat maken.”

Toegegeven: dat laatste is niet ondenkbaar. Want wat wordt er nu precies bedoeld met ‘werken aan cultuurbewustzijn’, ‘rekenbewust vakonderwijs’ of ‘meer aandacht voor de mens en de eigen rol in de maatschappij’, waar de adviezen van de docenten vol mee staan?

De scholen in

“Deze voorstellen zijn alleen nog het wát, en niet het hóe”, verklaart Douma. “Daar gaat de Stichting Leerplanontwikkeling straks over. Wij adviseren de politiek om de komende twee jaar de scholen in te gaan om te kijken hoe onze voorstellen in de praktijk vorm kunnen krijgen en om de kosten in kaart te brengen. Het is natuurlijk afwachten wat er uiteindelijk in het klaslokaal terechtkomt. Maar ik kan me niet voorstellen dat alles straks weer in de prullenbak verdwijnt.”

De meest opvallende verandering is dat er aan de zeven bestaande leergebieden twee nieuwkomers zijn toegevoegd: burgerschap en digitale geletterdheid. Scholen zijn sinds 2006 al verplicht ‘iets’ aan burgerschap te doen, maar over de invulling bestond veel onduidelijkheid, zegt Danique van Wijk, docent in het speciaal onderwijs en lid van het ontwikkelteam voor burgerschap.

“Veel scholen doen een uitstapje naar de Tweede Kamer en ze organiseren maatschappelijke stages. Maar verder weten ze vaak niet goed wat ze ermee aanmoeten.”

Solidariteit en burgerschap

In het nieuwe curriculum hebben de docenten een nieuw doel opgesteld: het ontwikkelen van leerlingen tot burgers met een ‘actieve, betrokken, nieuwsgierige en kritische houding’. Daarbij staan drie waarden centraal die volgens hen van belang zijn in een democratische en pluriforme samenleving: vrijheid, gelijkheid en solidariteit. 

“Over solidariteit was het meeste discussie”, zegt Sanneke Quist, docent maatschappijleer die ook betrokken was bij het nieuwe programma. “We kregen vragen van docenten en wetenschappers of dat niet een te links frame is. Wij zien dat niet zo. Solidariteit is een belangrijk onderdeel van een democratische en diverse samenleving.”

Burgerschap hoeft van Quist en Van Wijk geen apart vak te worden, maar kan in meerdere vakken worden verweven, zoals maatschappijleer, geschiedenis en Nederlands. Het is belangrijk dat er op iedere school één persoon verantwoordelijk is voor het burgerschapsprogramma en het overzicht bewaakt, zegt Van Wijk. “We willen vooral dat leerlingen het gesprek met elkaar aangaan en dat ze hun waarden ontwikkelen. Dat is belangrijker dan stapels toetsen maken over de procedures van de Tweede Kamer.”

Het is een opvallende wens die bij meer vakken terugkomt: meer aandacht voor zaken als persoonsvorming, ethische vraagstukken en sociale verhoudingen. Die ‘zachte’ kant van het onderwijs is de laatste jaren te veel ondergesneeuwd door een overdaad aan toetsen, vinden veel leraren die aan de voorstellen hebben meegewerkt.

Het terugdringen van de ‘overladenheid’ van het lesprogramma was voor de leraren een belangrijk uitgangspunt, zegt Van Wijk. Veel leraren ervaren weinig ruimte voor eigen experimenten of maatwerk, omdat ze zoveel onderwerpen moeten behandelen en afvinken dat daar simpelweg geen tijd voor is. De ontwikkelaars pleiten daarom voor een ‘kerncurriculum’ dat maar zeventig procent van de onderwijstijd beslaat, zodat dat scholen meer ruimte krijgen om eigen keuzes te maken.

Digitale geletterdheid

Een tweede nieuwkomer is digitale geletterdheid, die ervoor moet zorgen dat leerlingen ‘op eigen kracht leren functioneren in een samenleving waarin digitale technologie en media een belangrijke plaats hebben’. Ook hier geldt dat veel scholen wel iets doen aan computerlessen, maar een rode draad is ver te zoeken.

“De laatste keer dat het curriculum is herzien was in 2006”, vertelt docent mediawijsheid Hilberdink, lid van het ontwikkelteam digitale geletterdheid. “In dertien jaar is er ontzettend veel gebeurd. Door de opkomst van smartphones en sociale media zijn we totaal anders met elkaar gaan communiceren. Dat biedt mogelijkheden, maar ook bedreigingen.”

In zijn lessen behandelt hij bijvoorbeeld wat leerlingen kunnen doen als ze geconfronteerd worden met schokkende beelden op internet. Wat vind je ervan als foto’s van jou worden gedeeld? Hoe organiseer je je eigen digitale identiteit? Hoe kun je digitale middelen gebruiken om je maatschappelijke betrokkenheid te tonen?

“We denken altijd dat jongeren zo handig met computers en sociale media zijn, maar ze kennen lang niet alle mogelijkheden en valkuilen”, zegt Hilberdink. “Zoals dat een foto die je op internet plaatst je nog jaren kan achtervolgen, waardoor je misschien later problemen krijgt bij een sollicitatie. Jongeren hebben vaak geen idee wat voor digitaal spoor ze achterlaten.”

Persoonlijke vorming

Daarmee wil hij niet zeggen dat docenten alleen maar met opgeheven vinger moeten waarschuwen voor de gevaren van de digitale wereld. “Het is ook een verrijking voor je persoonlijke vorming. Niet iedereen hoeft heel goed te leren programmeren. Maar het is wel belangrijk dat jongeren bewust omgaan met hun eigen schermtijd, en dat ze zich bewust worden van hun digitale identiteit.”

De twee nieuwe leergebieden, burgerschap en digitale geletterdheid, zijn voor voorzitter Douma de belangrijkste uitkomsten van de herziening. “Het is internationaal niet meer uit te leggen dat daar in Nederland niet op een systematische manier aan gewerkt wordt. Omringende landen zoals Engeland, Duitsland en Frankrijk hebben dat al lang geïmplementeerd. De samenleving verandert in hoog tempo, dus het is goed dat daar bij ons verandering in komt.”

De opvallendste voorstellen

De docenten hanteerden vijf principes bij het ontwikkelen van het nieuwe lesprogramma: het terugdringen van de overladenheid, een betere aansluiting tussen basis- en voortgezet onderwijs, meer samenhang tussen vakken, meer ruimte voor eigen aanbod en een goede balans tussen de drie hoofddoelen van het onderwijs (kwalificatie, persoonsvorming en socialisering). Naast de nieuwe leergebieden burgerschap en digitale geletterdheid moet er het nodige veranderen aan de bestaande vakken, vinden de docenten. 

Bij Nederlands moet er bijvoorbeeld meer aandacht komen voor experimenteren en spelen met taal, en bij de andere moderne talen voor meertaligheid en de invloed van cultuur op taal. Ook moeten kinderen al leren over statistiek en data verzamelen in het basisonderwijs, moet er meer aandacht komen voor ‘denken vanuit verschillende perspectieven’, duurzame ontwikkeling, ethische vraagstukken, de samenwerking tussen kunst en wetenschap en de eigen ‘beweegidentiteit’ van kinderen: wat vinden ze leuk en waar zijn ze goed in?

Lees ook:

‘Ons onderwijssysteem vormt niet, maar vervormt’

Het onderwijs is gebaseerd op verkeerde ideeën. Daarom moet het helemaal op de schop, vindt filosoof Jan Bransen. ‘Ons onderwijssysteem is failliet.’

Wie bepaalt hoe leerlingen goede burgers worden?

Goed burgerschapsonderwijs is waar het aan schort op het Haga Lyceum. Maar de vrijheid van onderwijs is heilig, dus mag de overheid niet ingrijpen. Nota bene een minister van de ChristenUnie wil dat nu veranderen. Uit angst voor de islam?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden