Studie

Vormt het leenstelsel écht zo’n grote belemmering voor studenten?

Beeld Brechtje Rood

De tegenstanders van het leenstelsel zeggen dat het jongeren belemmert in de kansen voor de toekomst, het klassensystemen in de hand werkt, en het geld niet wordt geïnvesteerd in het onderwijs zoals beloofd. Kloppen deze argumenten?

Het leenstelsel brengt studenten later in financiële problemen

Onderwijs is een recht, zei voormalig GroenLinks-Kamerlid Zihni Özdil in deze krant toen hij pleitte voor afschaffing van het leenstelsel. Daarvoor zou je je niet in de schulden hoeven steken, aldus Özdil.

De verwachting is dat de studieschuld verder zal oplopen. In 2017 was die zo’n 11,2 miljard euro, meldde de NOS onlangs. De studenten die voor het eerst te maken kregen met het leenstelsel, studeren namelijk pas in 2020 af. Vanaf dat jaar is pas een inschatting van de schuldenlast te maken.

Toch: gevolgen van het leenstelsel zijn er nu al. Studenten verlaten in vergelijking met vijf jaar geleden een jaar later het ouderlijk huis. 40 procent van de thuiswonende studenten zegt uit financiële overwegingen niet op kamers te zijn gegaan. Het leenstelsel is daarbij van grote invloed.

Dat blijkt uit een recent rapport van de Sociaal-Economische Raad (Ser). Voor het onderzoek zijn 3000 jongeren ondervraagd en hebben negen jongerenorganisaties hun achterban geraadpleegd. Het rapport concludeert dat jongeren meer lenen en dat heeft weer invloed op hun positie op de woningmarkt: ze hebben hogere woonlasten en kopen later hun eerste eigen woning. Dat komt omdat het, door wachtlijsten en inkomenseisen, moeilijk is via de sociale woningbouw een huis te vinden.

Hoewel eerder werd beloofd dat de studieschuld niet zwaar zou meewegen bij het aanvragen van een hypotheek, blijkt in de praktijk dat de oorspronkelijke – niet de actuele – studieschuld wordt meegenomen in de berekeningen die de hoogte van de hypotheek bepalen. Daardoor kunnen voormalige studenten met een studieschuld maar een beperkte hypotheek krijgen. Gevolg is dat zij in toenemende mate zijn aangewezen op vrijesectorhuurwoningen, die duurder zijn.

Kwetsbare groepen worden hard geraakt

Studenten die uit minder welvarende gezinnen komen, zouden een leen-aversie hebben en dat zou hen beperken in hun studieloopbaan, is het argument van de tegenstanders. Minister Van Engelshoven (onderwijs) brengt daartegenin dat het leenstelsel een sociale component in zich heeft. Studenten mogen hun studieschuld in 35 jaar aflossen, in eerste instantie werd gesproken over 10 jaar. Bovendien wordt de schuld naar draagkracht terugbetaald, en is dat nooit meer dan 4 procent van je inkomen.

Uit de meest recente CBS-cijfers, twee maanden geleden gepubliceerd, blijkt dat het leenstelsel geen grote invloed heeft op de havo-gediplomeerden die verder willen studeren. In 2017 studeerde 85 procent van de havisten uit de laagste welvaartsgroep binnen twee jaar aan een hbo-instelling. In de hoogste welvaartsgroep lag dat percentage op 87,3. Deze verschillen zijn niet groter geworden na invoering van het leenstelsel, aldus het CBS. Alleen het percentage vwo’ers uit rijke gezinnen dat naar de universiteit gaat, ligt hoger.

Maar het gaat volgens de tegenstanders niet alleen om middelbare scholieren, het leenstelsel heeft ook invloed op de doorstroom van mbo naar hbo. Het klopt dat de doorstroom van mbo naar hbo een dalende lijn laat zien, maar die is er al sinds 2006. Ging in 2006 nog 60 procent van de mbo’ers naar het hbo, tien jaar later lag dat percentage op 50. Om die stagnerende trend (in 2017 en 2018 gingen weer iets meer mbo’ers naar het hbo) enkel toe te schrijven aan de invoering van het leenstelsel is volgens onderzoekers onterecht. Mbo’ers zijn bijvoorbeeld sneller dan havisten of vwo’ers geneigd om te gaan werken in plaats van door te studeren als de arbeidsmarkt goed is.

Het geld wordt niet geïnvesteerd in het onderwijs

Toen het leenstelsel werd ingevoerd beloofde de voormalige minister van onderwijs, Jet Bussemaker, dat de opbrengsten zouden worden geïnvesteerd in het onderwijs. Met andere woorden, de student zou uiteindelijk profiteren van het leenstelsel.

Een rapport van de Algemene Rekenkamer concludeerde anderhalf jaar geleden dat die investeringen uitbleven. Hogescholen en universiteiten zouden zich niet aan de afspraken houden. Dat zit zo: het geld uit het leenstelsel kwam pas vorig jaar (in 2018) beschikbaar. Om het gat tussen 2015 en 2017 te dichten beloofden de hoger onderwijsinstellingen 600 miljoen euro te investeren in kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Van dat toegezegde bedrag werd 280 miljoen daadwerkelijk geïnvesteerd.

Studentenvakbonden reageerden woedend naar aanleiding van het rapport. Maar de universiteiten en hogescholen bestreden de conclusies omdat de definities die de Rekenkamer hanteerde, niet zouden deugen. Uiteindelijk beloofden ze wel om in 2019 scherper en transparanter te begroten en de middelen effectief te besteden.

Lees ook: 

GroenLinks-Kamerlid Özdil trekt steun voor leenstelsel in: ‘Het is een verrot systeem’

GroenLinks hielp het leenstelsel voor studenten in 2015 aan een meerderheid. Nu moet het van tafel, zegt onderwijswoordvoerder Zihni Özdil van diezelfde partij in een interview met deze krant.

Langzaam schuift dit leenstelsel richting de prullenbak

Na GroenLinks keert ook de PvdA zich af van het leenstelsel voor studenten. Gaat onderwijspartij D66 vasthouden aan een systeem dat bedolven wordt onder kritiek?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden