Burgerschapsonderwijs

Voor veel jongeren is democratie een vaag begrip

Een les burgerschap aan de Mavo Roermond. Beeld Laurens Eggen
Een les burgerschap aan de Mavo Roermond.Beeld Laurens Eggen

De helft van de tweedeklassers staat onverschillig tegenover de democratie. De kenniskloof tussen vwo’ers en vmbo’ers is verontrustend, vinden UvA-onderzoekers.

Terwijl de stembiljetten bij hun ouders op de mat vallen, blijkt uit een grootschalig onderzoek van de Universiteit van Amsterdam dat gemiddeld de helft van de Nederlandse jongeren tussen de 12 en 14 jaar leven in een democratisch land niet belangrijk vindt of er geen mening over heeft. 35 procent van de tweedeklassers weet niet of ze in een democratie leven, of denkt zelfs van niet.

Politieke en maatschappelijke problemen zijn voor kinderen in de tweede klas van de middelbare school zelden onderwerp van gesprek: 60 tot 70 procent zegt hier met ouders maar een paar keer per jaar over te praten. Ook op school blijven zulke gesprekken volgens de kinderen uit: eveneens 60 tot 70 procent van de kinderen geeft aan nooit of ‘enkele keren per jaar’ met de leraar te praten over politiek en samenleving.

Een langlopend onderzoek

Het rapport berust op de data die zijn verzameld in de eerste twee rondes van het Adolescentenpanel Democratische Kernwaarden en Schoolloopbanen (ADKS), een meerjarig onderzoek waarbij duizenden Nederlandse leerlingen in tientallen scholen worden gevolgd om de ontwikkeling van democratische kernwaarden bij jongeren in kaart te brengen.

Ten dele verklaren onderzoekers Laura Mulder en Paula Thijs de onbekendheid met democratie uit de abstractie van het begrip. Kinderen zouden op deze leeftijd wellicht nog niet begrijpen wat democratie precies inhoudt, en de vragen dus ook niet goed kunnen beantwoorden. “Een woord als politici, verwarden eersteklassers met politie”, vertelt Thijs. “Ook zou het kunnen dat zij gesprekken over maatschappelijke onderwerpen soms helemaal niet als dusdanig herkennen.”

Mulder en Thijs schrokken er meer van dat kinderen op het vwo zoveel meer kennis en waardering hebben voor democratie dan op het vmbo. Op het vwo vindt 71 procent van de leerlingen democratie belangrijk, terwijl op het vmbo maar 34 procent dat vindt. De grootste groep vmbo’ers (45 procent) heeft er geen mening over.

Waar te beginnen

Nederlandse kinderen krijgen minder les in burgerschap dan veel kinderen in het buitenland. Deze zomer moet een wet in werking treden waarin wordt vastgelegd aan welke regels het burgerschapsonderwijs in basis- en voortgezet onderwijs moet voldoen. Het ADKS-onderzoek is volgens de onderzoekers een soort nulmeting, waarmee kan worden vastgesteld waar we moeten beginnen.

Want hebben kinderen in het basisonderwijs wel voldoende geleerd als het begrip democratie een groot deel van hen zo weinig zegt? Thijs en Mulder kunnen dat op basis van hun onderzoek niet beoordelen. “Scholen hebben veel vrijheid om burgerschap vorm te geven en doen dat heel verschillend”, zegt Thijs. “Je moet als politiek nu gaan vaststellen op welke leeftijd je de leerlijn burgerschap wilt laten beginnen.”

Pas in de bovenbouw van de middelbare school krijgen Nederlandse kinderen maatschappijleer of -kunde. De onderzoekers sluiten daarom niet uit dat de kenniskloof tussen vmbo’ers en vwo’ers bij derdeklassers iets nauwer wordt.

De kenniskloof begint thuis

Toch verwachten zij dat er op schoolniveaus verschillen blijven bestaan in hoe kinderen democratie beleven. Mulder: “Vwo’ers hebben meer kennis over democratie, vaak van huis uit al meegekregen. Zij raken er als ze ouder worden steeds meer van overtuigd dat in een democratie de meerderheid mag bepalen wat er gebeurt. Dat zien we bijvoorbeeld bij de mate waarin zij rekening houden met minderheden. Die neemt onder tweedeklassers in het vwo al af, en het zou kunnen dat die trend doorzet. Op het vmbo hebben leerlingen vaak meer begrip voor iemand met een andere cultuur of religie.”

Afnemende solidariteit is een trend onder alle tweedeklassers, en die heeft gevolgen voor het maatschappelijke draagvlak voor een sociale samenleving, denken de onderzoekers. Zij zullen volgen of deze ontwikkeling doorzet naarmate leerlingen ouder worden en meer leren over de verzorgingsstaat. Want, schrijven zij: “Die solidariteit is van groot belang in het licht van de toenemende druk op de sociale zekerheid, die in het bijzonder de toekomstige generaties treft.”

Lees ook:

Wie voor een dictatuur of theocratie pleit, krijgt ook met de nieuwe burgerschapswet gewoon zijn diploma

De Tweede Kamer behandelt woensdag het wetsvoorstel over burgerschap. Dat heeft minister Slob van onderwijs onlangs aangescherpt, hoewel hij in 2006 nog tegen overheidsbemoeienis was. Waarom deze draai?

‘Striktere regels voor burgerschap tasten vrijheid van onderwijs aan’

Het plan om het vak burgerschap aan te scherpen, schuurt met de vrijheid van onderwijs, vindt hoogleraar Paul Zoontjes.

‘Het debat over burgerschap vliegt uit de bocht’

Gestapo, razzia’s, KGB-methodes. De onderwijsinspecteurs die de omgang met verschillende morele opvattingen in de schoolklas onderzochten, kregen harde woorden over zich heen. Maar volgens hun baas Monique Vogelzang deden ze gewoon hun werk. ‘We moeten zorgen dat de nuance terugkomt.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden