Lesprogramma

Voor het eerst hebben leraren zelf een nieuw lesprogramma opgesteld

Beeld Ilse van Kraaij

Voor het eerst hebben leraren zelf een nieuw lesprogramma voor het basis- en voortgezet onderwijs opgesteld. Ze overhandigen de plannen vandaag aan minister Arie Slob (onderwijs). 

Digitale geletterdheid en burgerschap moeten verplichte leergebieden worden in het basis- en voortgezet onderwijs. “Het is internationaal niet meer uit te leggen dat daar op Nederlandse scholen niet systematisch aan gewerkt wordt”, zegt onderwijskundige Theo Douma, die voorzitter is van de coördinatiegroep van de curriculumherziening. “De samenleving verandert in hoog tempo en veel landen om ons heen hebben dit allang geïmplementeerd.”

De curriculumherziening is een grote operatie waarbij zo’n 150 docenten en schoolleiders afgelopen anderhalf jaar werkten aan een nieuw lesprogramma voor het basis- en voortgezet onderwijs. Hun voorstellen overhandigen ze vandaag aan minister Arie Slob (onderwijs), die ze gaat bestuderen en in november met een reactie komt.

De docenten van curriculum.nu willen dat er – naast de zeven bestaande leergebieden – twee verplichte leergebieden bij komen met heldere, landelijke doelen. Burgerschap moet leerlingen opleiden tot ‘burgers met een actieve, betrokken, nieuwsgierige en kritische houding’. Daarbij staan drie waarden centraal die volgens hen van belang zijn in onze democratische en pluriforme samenleving: vrijheid, gelijkheid en solidariteit.

Vraagstukken oplossen met digitale technologie

Bij digitale geletterdheid moeten kinderen leren om ‘op eigen kracht te functioneren in een samenleving waarin digitale technologie en media een belangrijke plaats innemen’. Het leergebied bestaat uit informatievaardigheden, mediawijsheid, ICT-basisvaardigheden en vraagstukken oplossen met behulp van digitale technologie. De twee leergebieden hoeven niet per se aparte vakken te worden, maar kunnen verweven worden in allerlei lessen.

Het is de eerste keer in Nederland dat docenten zelf het voortouw nemen bij het opstellen van een integraal nieuw lesprogramma, bijgestaan door onder meer wetenschappers, leerlingen en het bedrijfsleven. Eerder werden veranderingen stukje bij beetje van bovenaf opgelegd door het ministerie van OCW, vaak ad hoc op basis van opmerkingen van vakverenigingen of incidenten. De wettelijke doelen van het onderwijs zijn in 2006 voor het laatst (deels) vernieuwd, maar sindsdien is er veel veranderd en vragen trends als internationalisering en digitalisering om nieuwe vaardigheden.

Belangrijk dat kinderen goed omgaan met internet

Op het gebied van digitale geletterdheid ligt er voor Nederland echt een uitdaging”, zegt Douma. “In Engeland zijn scholen allang bezig met programmeren. Ook in Duitsland, België en Frankrijk is digitale geletterdheid veel beter geïmplementeerd. Ik zeg niet dat we plotseling alleen maar met mobieltjes moeten gaan rondlopen, maar het is zo belangrijk dat kinderen goed leren omgaan met internet.”

Deze voorstellen zijn de eerste ‘bouwstenen’ voor een nieuw lesprogramma, benadrukt Douma. Hierna zijn de politiek en Stichting Leerplanontwikkeling aan zet om die verder uit te werken tot kostenplaatjes, beleid en lesmethodes. Wat er uiteindelijk van in het klaslokaal terechtkomt, is dus nog de vraag.

Een opmerkelijk punt van kritiek komt van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso), die concludeert dat er in de voorstellen te weinig aandacht is voor persoonsvorming (zoals het ontwikkelen van waarden) – naast kwalificatie en socialisatie een van de drie hoofddoelen van het onderwijs. “Dat is niet zo gek, want dat viel buiten onze opdracht”, zegt Douma. “Voor persoonsvorming mochten we geen apart ontwikkelteam vormen van de Tweede Kamer, omdat de invulling daarvan aan de scholen zelf is.”

Die vrijheid voor scholen is belangrijk, vindt de PO-Raad, de vereniging van basisschoolbesturen. Vicevoorzitter Anko van Hoepen is blij met de voorstellen die er nu liggen, zegt hij. “Het is bijzonder dat leraren en schoolleiders nu het voortouw nemen bij het ontwerpen van een nieuw lesprogramma”, zegt hij. “De status van het beroep heeft alles te maken met hoeveel zeggenschap je hebt over wat er in de klas gebeurt. Er werd in het verleden steeds een klein beetje door de politiek gesleuteld per leergebied. Nu is het groots aangepakt door leraren zelf. Daar moeten we in de toekomst een continu proces van maken.”

Lees ook:

‘Ons onderwijssysteem vormt niet, maar vervormt’

Het onderwijs is gebaseerd op verkeerde ideeën. Daarom moet het helemaal op de schop, vindt filosoof Jan Bransen. ‘Ons onderwijssysteem is failliet.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden