Burgerschapsonderwijs

Voor goed burgerschap moet je uit je bubbel breken

Leerlingen Art (l) en Abraham (r) van de reformatorische vmbo-school De Swaef bezoeken een dagopvang voor verstandelijk gehandicapten. Ze doen de afwas met Mitra (36).Beeld Inge Van Mill

Hoe zorgen scholen ervoor dat hun leerlingen goede burgers worden? Trouw onderzocht het op vier verschillende middelbare scholen in het land. Hun visie op burgerschap verschilt, maar de overkoepelende boodschap is hetzelfde: stap uit die bubbel.

Ongemakkelijk staan de jongens buiten te roken. Hij moet zich inhouden om niet te lachen, zegt Abraham (14), een jongen met zwarte krullen en dito coltrui. “Maar ik vind het ook zielig”, voegt hij er schuldbewust aan toe. Werken met verstandelijk beperkten is niets voor hem, zegt hij stellig. “Je kunt niet met ze praten. Ik zou dat niet volhouden.” Samen met een groepje klasgenoten uit 3 vmbo helpt Abraham mee bij ASVZ, een dagopvang voor mensen met een verstandelijke beperking in Rotterdam. Corona heeft het land dan nog niet in de greep. Hij en Art (14) zijn ingedeeld bij de kookgroep, die inmiddels toe is aan de afwas.

Onder toeziend oog van Mitra, een goedlachse vrouw met een roze schort en bloemetjesblouse, brengen de jongens bakken vuile vaat naar de spoelkeuken. Ze weten zich niet goed raad met de onvoorspelbare vrouw, die ze nu eens verleidelijk toelacht en dan ‘jij bent echt dom!’ schreeuwt. “Ik heb kennis hoor”, herhaalt ze als een mantra boven de muffe dampen van de vaatwasmachine. De jongens kijken elkaar met opgetrokken wenkbrauwen aan.

Eigen invulling

De excursie is onderdeel van het burgerschapsonderwijs van De Swaef, een reformatorische vmbo-school met zo’n 600 leerlingen in Rotterdam-Zuid. Nu het burgerschapsonderwijs voor discussie zorgt, bekeek Trouw hoe vier Nederlandse scholen met verschillende overtuigingen er invulling aan geven.

Hoe zorgen scholen ervoor dat ze goede burgers afleveren? Welke aspecten geef je leerlingen mee? Hoe praat je over het verschil tussen homo en hetero, man en vrouw, liberalisme en christendom? Deze vragen roepen keer op keer discussie op, want iedere school vult de zogeheten ‘burgerschapsopdracht’ anders in. Wat wel of niet mag en moet, lijkt niet ­altijd duidelijk. Zo ontstond er vorig jaar ophef nadat NRC en ‘Nieuwsuur’ publiceerden over de lesmethode ‘Help! Ik word volwassen’ van de Islamitische Schoolbesturen Organisatie (ISBO). Daarin staat dat jongens en meisjes in de puberleeftijd geen oogcontact mogen ­hebben en dat een vrouw kleding moet dragen die alles bedekt, behalve haar gezicht en handen.

In Den Haag buitelden de verontwaardigde reacties over elkaar heen. De onderwijsinspectie besloot onderzoek te doen naar het burgerschapsonderwijs in Nederland en concludeerde eerder dit jaar: een kwart van de onderzochte scholen doet te weinig aan het ‘actief bevorderen’ van basiswaarden van de democratische rechtsstaat zoals verdraagzaamheid, gelijkwaardigheid en het afwijzen van discriminatie.

Ruimte voor verschil

Dankzij de vrijheid van onderwijs, vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, hebben Nederlandse scholen veel ruimte om zelf te bepalen hoe ze hun onderwijs inrichten. Dat scholen hun leerlingen verschillende morele opvattingen bijbrengen over ‘wat hoort’, bijvoorbeeld als het gaat om homoseksualiteit of de opstelling tegenover andersdenkenden, vloeit daar als vanzelf uit voort. Ruimte voor verschil is goed, schrijft de onderwijsinspectie in haar rapport, maar daarbij geldt een grens: de ruimte voor de één mag niet ten koste gaan van de ruimte van de ander. 

Om dat devies draait het bij de grondwettelijke basiswaarden van de democratische rechtsstaat én bij de wettelijke burgerschapsopdracht. Naast de vrijheid om eigen opvattingen uit te dragen, hebben scholen de plicht om te zorgen voor ‘actieve overdracht’ van basiswaarden zoals gelijkwaardigheid, verdraagzaamheid en non-discriminatie. Doen ze dat niet (genoeg), dan heeft dat volgens de inspectie gevolgen voor de verdraagzaamheid, gelijkwaardigheid en autonomie in onze pluriforme samenleving. 

Op de Stichtse Vrije School in Zeist wordt tijdens de economieles ook gesproken over burgerschapsthema's. Beeld Werry Crone

Trouw nam de proef op de som en ging op onderzoek uit bij een reformatorische school, een vrije school, een openbare school en een islamitische school: hoe gaan deze scholen om met burgerschap? Wat vinden ze belangrijk? Waar leggen ze de nadruk op?

De rechtbank en de Tweede Kamer zitten zo’n beetje standaard in het burgerschapspakket. Ook op De Swaef. Voordat de scholen drie maanden op slot gingen, gingen de derdeklassers vier keer per jaar op stap, aldus docent maatschappijleer Albert Tahapary. In de Tweede Kamer vallen de scholieren nogal op, zegt Tahapary met milde zelfspot. “Onze meisjes dragen allemaal rokken. En de enige politicus die de leerlingen herkennen, is Kees van der Staaij (fractievoorzitter van de reformatorische partij SGP, red.). Dat zullen niet veel pubers ze nadoen.”     

Meisjes moeten een rok dragen

Tahapary koppelt het burgerschapsonderwijs op De Swaef, waar meisjes een rok moeten dragen en de Bijbel geldt als het onfeilbare woord van God, vooral aan naastenliefde. Het werk in een dagopvang voor verstandelijk beperkten sluit daarop aan, zegt hij. “Het is goed dat onze leerlingen zien dat de maatschappij groter is dan het stukje waarin ze zichzelf bevinden. En dat er mensen zijn die niet mee kunnen komen. We hopen dat dit ze laat zien dat het niet ingewikkeld is om iets te doen voor een ander.”

Hoewel de visie van de Vrije School nogal verschilt van het reformatorische De Swaef, had bovenstaand citaat ook afkomstig kunnen zijn van decaan en economiedocent Wouter Modderkolk van de Stichtse Vrije School in Zeist. “Mijn leerlingen moeten zich kunnen verwonderen, en verplaatsen in de ander. Dat is burgerschap voor mij.” Die boodschap is verweven in alle lessen. Ook in het vak economie, blijkt als Modderkolk zijn vwo-leerlingen vraagt waarom zelfstandigen zonder personeel harder getroffen worden door de coronacrisis dan mensen in dienst. “Omdat ze geen sociale zekerheid hebben”, antwoordt leerling Tirza geroutineerd. Modderkolk: “Mijn leerlingen moeten snappen waarom zzp’ers het momenteel zwaar hebben.”

De Vrije School heeft burgerschap sinds 2014 verankerd in het onderwijs, alleen niet volgens een vast stramien. Terwijl de onderwijsinspectie juist voorstander is van een vastomlijnde aanpak. Die concludeerde in 2016 dat de meeste scholen wel aandacht besteden aan burgerschapsvorming, maar dat een overkoepelende visie en planmatige aanpak ontbreken. Uit internationaal onderzoek blijkt bovendien dat Nederlandse leerlingen vergeleken met scholieren in vergelijkbare landen slechter scoren op de onderzochte domeinen democratie, maatschappelijke participatie en identiteit.

Minister Slob (basis- en voortgezet onderwijs) kwam onlangs met een nieuw wetsvoorstel. Daarin staat dat scholen ‘actief burgerschap’ en ‘sociale cohesie’ moeten bevorderen door leerlingen de basiswaarden van de democratische rechtsstaat bij te brengen. In de toelichting noemt Slob vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit, tolerantie en verantwoordelijkheid als de verplichte kern van het burgerschapsonderwijs.

Afvinklijstje

Docent Modderkolk ziet weinig in dit soort voorschriften. “Het is vaak ingegeven door politieke standpunten. Het wordt dan zo’n afvinklijstje”, zegt hij. “Wij willen onze eigen draai aan burgerschap geven vanuit onze visie, ingegeven door een bovengemiddelde interesse in de wereld, en de mensen om ons heen.”

Ook Richard Toes is kritisch op de nieuwe wet van Slob. Hij is voorzitter van het college van bestuur van het Wartburg College, dat vestigingen heeft in Rotterdam en Dordrecht en waar het reformatorische De Swaef onder valt. Die nadere invulling van de wet is volgens Toes door angst ingegeven. Met name voor de radicale islam. De belangstelling voor burgerschapsonderwijs komt in golven afhankelijk van de maatschappelijke onrust, constateert hij. “Nu merk je dat er vanwege radicalisering en de kwestie rond het Cornelius Haga Lyceum (een islamitische school in Amsterdam die al jaren met de overheid in de clinch ligt, red.) hernieuwde aandacht voor het onderwerp is. De grote olifant in de kamer is de islam. Maar die wordt niet benoemd. Dat vind ik kwalijk.”

Op het islamitische Avicenna College in Rotterdam merken ze die gevoeligheid ook. “Als wij niets doen aan de Holocaust, krijgen wij al snel mensen over ons heen. Maar als een openbare school niets aan islamofobie doet, kraait er geen haan naar. Dat is geen gelijke monniken, gelijke kappen”, zegt Stefan Kras, docent geschiedenis en trekker van het burgerschapsonderwijs op het Avicenna. “Dat Slob scholen meer houvast wil geven door de burgerschapsopdracht aan te scherpen, vind ik niet zo verkeerd. Maar ik merk dat sommige scholen in hun burgerschapsonderwijs vrijer zijn dan anderen.”

De populatie leerlingen op de Stichtse Vrije School in Zeist is net als op De Swaef nogal homogeen is: vaak witte kinderen van hoogopgeleide ouders. En dat is niet altijd een ideaal uitgangspunt voor burgerschapslessen. Beeld Werry Crone

Nepnieuws en homoseksualiteit

Voor het openbare Roer College Schöndeln, voorheen Mavo Roermond, kan de aanscherping van de wet juist niet ver genoeg gaan. ­Zelf hebben ze al jaren een apart vak voor burgerschapsonderwijs, ‘horizon’. De thema’s variëren van nepnieuws tot homoseksualiteit, en van de verschillen tussen vluchteling en ­migrant tot de werkzaamheden van een rechter.

Eén van de leerlingen vertelt dat zijn zus ooit slachtoffer was van cyberpesten. Een hele nare ervaring, want ineens gingen er foto’s van haar rond op internet. De kinderen worden bewust gemaakt van dit soort thema’s in de les. Met cyberpesten heeft eersteklasser Puck geen ervaring, vertelt ze tijdens een les over nepnieuws. Wel herinnert ze zich een ander pijnlijk moment dat grenst aan privacyschending, denkt ze. “Laatst stond de zoon van een vriend van mijn ouders met een fles rosé op de foto in de krant.” Dat was volgens Puck nogal vervelend, omdat de jongen minderjarig was. “Zijn ouders konden dat gewoon allemaal zien”, zegt ze giechelend tegen haar vriendinnen Tara en Féliz.

Zo’n beetje tegelijkertijd met het moment waarop het thema burgerschap werd verankerd in de wet (in 2006), startte Roer College Schöndeln al met de horizonlessen. Harry Maas, docent geschiedenis en nauw betrokken bij het burgerschapsonderwijs: “Binnen het docententeam leefden bepaalde onderwerpen heel erg. Hoe ga je om met transgenders, seks of een bepaalde geaardheid van leerlingen? Docenten worstelden daarmee en hadden behoefte aan handvatten.” Maas herinnert zich een jongen die in transitie ging en inmiddels als meisje door het leven gaat. “Daar heeft zij destijds heel open over verteld in de klas”, zegt Maas. Ook ouders worden regelmatig betrokken bij de lessen, bijvoorbeeld als het gaat over mediawijsheid. “Hoe maak je afspraken met kinderen over het gebruik van de telefoon? Dat soort vragen komen dan aan bod.”

Maas zou het liefst zien dat alle scholen aparte lessen burgerschap inrichten. “Want als je het bij alle andere vakken neerlegt, dan heb je kans dat het verwatert.” Bashir Azizi is het daarmee eens. Hij is leraar maatschappijleer op het Roer College Schöndeln. Azizi promoveerde onlangs op het thema wereldburgerschap, waarin een nieuw idee van burgerschap binnen het onderwijs een prominente rol inneemt. Hij kan bogen op een indrukwekkende carrière: hij voltooide een universitaire studie in Afghanistan en de voormalige Sovjet-Unie, was diplomaat, vluchtte naar Nederland vanwege de Moedjahedien. Hij begon in Roermond van voor af aan: leerde Nederlands, deed een studie filosofie en maatschappijwetenschappen en staat inmiddels aan het hoofd van de sectie maatschappijleer en maatschappijwetenschappen van Lyceum Schöndeln.

Globalisering

Goed burgerschapsonderwijs is voor Azizi, gekleed in driedelig kostuum, van levensbelang. Zeker in een vrije samenleving als die van Nederland. Hij formuleert twee aanbevelingen: laat Nederlandse scholen zich meer richten op wereldburgerschap, “want de globalisering vereist dat burgerschap in een bredere context geplaatst moet worden”. Leerlingen moeten zich volgens Azizi niet alleen bewust zijn van de plek die zij als burger innemen in Nederland, maar in de wereld: hoe verhouden zij zich bijvoorbeeld tot vluchtelingen en migranten, wat zijn mensenrechten? Daar kunnen Nederlandse scholen nog wel wat stappen in zetten, is de overtuiging van Azizi.

Die bredere blik op de wereld is van levensbelang, beaamt de reformatorisch bestuurder Toes. Zeker in de gesloten, veelal witte omgeving waarin zijn leerlingen zich bevinden. Hij vindt het belangrijk ‘om alles wat met xenofobie te maken heeft aan de kaak te stellen.’ Daarom doen ze uitwisselingen met het islamitische Avicenna College, maar ook met een openbare en een evangelische school. De leerlingen voeren debatten over politieke onderwerpen, volgen elkaars lessen of gaan samen op excursie.

In de keuken bij een allochtoon gezin

Het is daarbij steeds de bedoeling om ‘een goed beeld krijgen van de ander’, zegt Toes. In de brugklas brengen alle leerlingen al een bezoek aan een gezin met een migratieachtergrond. “Ze krijgen uitleg over een bepaalde cultuur en kijken daarna letterlijk in de keuken van een allochtoon gezin en eten mee”, zegt Toes. “Daarna vertellen ze op school over hun belevenissen. Ook het gezin nodigen we uit. Dat is best een organisatie, maar wel heel belangrijk. Marokkanen blijken vaak anders te zijn dan onze kinderen dachten.”

Ook het bezoekje aan de dagopvang voor verstandelijk gehandicapten opent een nieuwe wereld voor de leerlingen, blijkt tijdens hun excursie. Daan (15) en Johnny (14) zitten bedremmeld aan weerszijden van een schele vrouw met kroeshaar die onsamenhangende klanken uitstoot. In de hoek van de kamer wordt een paniekerige vrouw tot bedaren gebracht door een begeleidster, terwijl een oudere vrouw onverstoorbaar een Bassie & Adriaan puzzel legt. Onder de tafel kruipt een man rond met een roze stoffer en blik. Het is een werkelijkheid die hun zintuigen geweld lijkt aan te doen.

In het kader van een burgerschapsproject van reformatorische vmbo-school De Swaef bezoeken jongeren de ASVZ dagopvang voor verstandelijk gehandicapten. Lydia (14 jaar) kijkt toe terwijl Anke (48) (in rolstoel rechts) in gesprek is met dame links.Beeld Inge Van Mill

Ongemakkelijke ervaringen

Toch zijn juist dat soort soms ongemakkelijke ervaringen heel vormend, zegt Stefan Kras. Het verplaatsen in de ander is ook op het islamitische Avicenna College een belangrijk aspect van het burgerschapsonderwijs. Een speerpunt is de Holocaust. Kras: “Het verwijt dat je daar als islamitische school te weinig aan doet, is snel gemaakt. In plaats van bedreiging zien we dat als kans. Thema’s als uitsluiting en sociale isolatie zijn nog steeds relevant. Er komen hier geregeld Joden op school.”

Hoe zorg je ervoor dat leerlingen niet alleen mensen uit de eigen groep ontmoeten? Ook de Vrije School in Zeist worstelt ermee. Zeker omdat de populatie leerlingen nogal homogeen is, net als op De Swaef. Het zijn vaak witte kinderen van hoogopgeleide ouders die kiezen voor de Vrije School. Links georiënteerd ook, zeggen de 6-vwo’ers. Als je het hebt over burgerschap, wellicht niet ideaal? “Het is lastig”, erkent Modderkolk. “We proberen andere bevolkingsgroepen aan te spreken, we doen veel met mond-tot-mondreclame. Maar we willen ook weer niet actief marketing gaan voeren. We doen veel met internationale uitwisselingen en onze leerlingen moeten stage lopen bij ideële instellingen.”

Het mag wel iets gemengder, vindt 6-vwo-leerling Laura. “Wij zijn toch een beetje die culturele elitegroep.” Dat wil niet zeggen dat de leerlingen niet breed geïnteresseerd zijn. Dat zijn ze juist. Ze zijn zich erg bewust van discriminerende tendensen in de samenleving. Klasgenoot Lot: “Iedereen is wel zo’n beetje tegen Zwarte Piet.” Maar iets actiever werven onder bepaalde groepen, vindt Laura wel een goed idee. Jesse relativeert: “niemand op deze school is tegen diversiteit. Het is ook geen onwil van de rector ofzo, maar niet iedereen kiest voor de Vrije School. Sommige mensen vinden het zweverig.”

Discussie over vaccineren

In no time ontstaat er een levendige discussie. Zo gaat het vaker, zegt Modderkolk. Regelmatig bespreken ze items van ‘Zondag met Lubach’, bijvoorbeeld over de vaccinatiediscussie, een gevoelig onderwerp op de Vrije School omdat sommige ouders er heel bewust voor kiezen hun kinderen niet te laten vaccineren.

Modderkolk: “Ik bevraag de leerlingen dan en probeer de discussie vanuit verschillende standpunten te benaderen: wat is eigenlijk een ziekte en waarom krijgen we die?” Het past volgens de docent bij de visie van Rudolf Steiner: sta open voor de wereld om je heen, en benader die vanuit alle richtingen. Stel vragen – dat is de kern. “Ook als het gaat om het werk van Adam Smith, de zzp’er of de brexit.”

Leerlingen moeten vooral uit hun bubbel komen, is de boodschap van alle scholen die Trouw voor dit verhaal benaderde. In Roermond op het Roer College Schöndeln doen ze dat door leerlingen tijdens de lessen Horizon virtueel mee te laten varen met een vluchtelingenboot. In Zeist, op de Vrije School, bedacht een leerlinge die een werkstuk over de islam maakte om een week lang een hoofddoek te dragen op school. Op het Avicenna nodigen ze veteranen uit die iets vertellen over VN-missies. En op het reformatorische De Swaef maakt het bezoek aan de dagopvang ASVZ grote indruk op de leerlingen, merkt docent maatschappijleer Tahapary. “Ik zie dat ze beduusd zijn.”

Lees ook:

‘Het debat over burgerschap vliegt uit de bocht’

Gestapo, razzia’s, KGB-methodes. De onderwijsinspecteurs die de omgang met verschillende morele opvattingen in de schoolklas onderzochten, kregen harde woorden over zich heen. Maar volgens hun baas Monique Vogelzang deden ze gewoon hun werk. ‘We moeten zorgen dat de nuance terugkomt.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden