Onderzoeksgeld

Universiteiten krijgen steeds vaker geld van derden, maar daar kleven wel risico's aan

null Beeld Ilse van Kraaij
Beeld Ilse van Kraaij

Universiteiten krijgen hun geld voor onderzoek steeds vaker van derden. Een welkome aanvulling op het budget, maar wat willen de gulle gevers terug voor hun geld?

Joost van Egmond

De Vrije Universiteit (VU) werd er vorige week hardhandig aan herinnerd: pas op met wie je zaken doet. De VU liet een Chinese universiteit betalen voor haar prestigieuze Cross Cultural Human Rights Centre (CCHRC), dat de westerse norm voor denken over mensenrechten kritisch beschouwt. Medewerkers van het instituut deden dan ook geregeld uitlatingen die passen in de lijn die China volgt als het gaat om mensenrechten. Gefinancierd door China.

Door de ophef die dat veroorzaakte zag de VU zich gedwongen de financiering voorlopig stop te zetten en grondig onderzoek te laten doen, maar de reputatieschade is al geleden.

Niet zomaar een incident

Dat is meer dan een geïsoleerd incident. Want de zogenoemde derde geldstroom, naast het geld van de rijksoverheid en van overheidsgerelateerde instituten zoals NWO, groeit. De derde geldstroom is een rivier met vele en diverse bronnen: contractonderzoek voor bedrijven, binnen- en buitenlandse overheden of projectbureaus, maar ook subsidies van de Europese Commissie. Het Rathenau Instituut, dat onderzoek doet naar de impact van wetenschap, becijferde dat die stroom tussen 2008 en 2018 met 50 procent toenam, tot 1,2 miljard euro. En daarmee groeit ook de bezorgdheid over mogelijke belangenverstrengeling.

Na een motie in de Tweede Kamer in 2020 liet het betreffende ministerie (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) het Rathenau Instituut onderzoek doen naar de mogelijke risico’s van deze financiering door derden. Daardoor weten we dat die geldstroom sterk groeit.

Daarbij zij wel aangetekend dat alle inkomstenbronnen voor onderzoek groeiden. Als percentage van het totale budget steeg de derde geldstroom van zo’n 14 naar 16 procent. “Het aandeel groeide de laatste jaren niet meer zo sterk, maar in euro’s nam deze financiering nog wel verder toe”, zegt Alexandra Vennekens, een van de auteurs van het onderzoek van het Rathenau Instituut. En het ziet er niet naar uit dat die groei snel zal stoppen.

Medische wetenschappen zijn koploper

Onderzoek in opdracht is overal toegenomen, maar niet op alle gebieden even sterk. Vooral medische wetenschappen springen eruit, gevolgd door terreinen als techniek en landbouw. Veel onderzoek naar medicijnen vindt bijvoorbeeld plaats in samenwerking met het bedrijfsleven.

Ook werken universiteiten geregeld samen met buitenlandse overheden op het terrein van taal en cultuur, zoals bij het wereldwijde netwerk van Confuciusinstituten. In Nederland heeft de Rijksuniversiteit Groningen bijvoorbeeld zo’n instituut. Ook Leiden had er een, maar die samenwerking is enkele jaren terug gestopt.

Is dat een probleem? Op zich niet, zegt Vennekens. Want de cijfers drukken we uit in geld, maar wat daarachter zit is samenwerking. Universiteiten zijn meer in de maatschappij komen te staan en zoeken partners die hen helpen relevant te zijn in hun onderzoek. Vennekens wijst erop dat nog niet heel lang geleden de klacht juist was dat onderzoekers zich te weinig aantrokken van maatschappelijke ontwikkelingen, het schrikbeeld van de spreekwoordelijke ivoren toren. “Burgers verwachten dat wetenschap bijdraagt aan oplossingen. dus moet je de maatschappij in en samenwerken met andere partijen.”

Gewenste en ongewenste invloed

De angel, zegt Vennekens, zit hem in de manier waarop. Samenwerking brengt nu eenmaal beïnvloeding met zich mee. Waar het om gaat is bepalen welke beïnvloeding ongewenst is, en welke je juist met open armen moet ontvangen. Daar is geen recept voor. Prachtige contracten die de onafhankelijkheid van onderzoekers garanderen zeggen in dit geval lang niet alles. Vennekens: “Het gaat om de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Hoe ze afstemmen en overleggen, bijvoorbeeld over het wel of niet opnemen van wezenlijke bevindingen bij het rapporteren van de resultaten. Daar zitten de risico’s.”

Veel projecten in die derde geldstroom brengen geen grote risico’s met zich mee. Bovendien kan een focus op risico’s van de derde geldstroom een blinde vlek creëren voor andere risico’s. Neem de affaire rond beïnvloeding van onderzoek bij het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) enkele jaren terug. Het ministerie van justitie bleek toen ‘onbehoorlijke’ invloed te hebben op de uitkomsten van onderzoek waar het om had gevraagd. Dat was allemaal géén derde geldstroom.

Liever dan alleen geldstromen volgen, bepleit Vennekens dan ook een focus op de risico’s van samenwerking, ongeacht met wie. “Als er samenwerking is, is het belangrijk dat de onderzoekers zelf zich bewust zijn van de risico’s van beïnvloeding door samenwerkende partijen. Het is niet gek dat die dat proberen. Ze hebben nu eenmaal een belang. Het is zaak die risico’s vooraf te onderkennen, te signaleren waar een grens wordt overschreden en dan voet bij stuk te houden. Voor dat laatste is het heel belangrijk om steun te krijgen van je leidinggevende en het instituut waar je werkt. Dat bewustzijn moet op alle niveaus aanwezig zijn. Je moet die reflectie inbouwen in je organisatie.”

Duidelijke kaders scheppen

Universiteiten en ook de overheid maken daar stappen in. Kennisveiligheid, zoals het wordt genoemd, staat inmiddels hoog op de agenda. Dan gaat het niet alleen om partners die een rapport proberen bij te sturen, maar ook om bijvoorbeeld spionage en diefstal.

Universiteiten hebben onderling afgesproken om allemaal een adviesteam kennisveiligheid in te stellen, die onderling informatie gaan uitwisselen. Het ministerie publiceerde daarbovenop deze week een leidraad voor kennisveiligheid. Die bevat tips en aanbevelingen, en ook concrete handvatten zoals een beslisboom, die iedere onderzoeker kan raadplegen. Volgend jaar komt er ook een toetsingskader, waarin dwingende regels worden vastgelegd.

‘Open waar mogelijk, beschermen waar nodig’

Met een adviesloket en een leidraad wil minister Robbert Dijkgraaf van onderwijs, cultuur en wetenschappen kennisinstellingen houvast bieden bij keuzes in internationale samenwerking: “Internationale samenwerking in de wetenschap en het hoger onderwijs biedt Nederland veel kansen en dat moeten we ook stimuleren. Tegelijk is het ook belangrijk dat Nederlandse kennisinstellingen alert zijn en blijven op mogelijke risico’s rond buitenlandse inmenging, misbruik van kennis of ethische kwesties die kleven aan de toepassing van onderzoeksresultaten.”

De leidraad gaat uit van zelfregulering. Kennisinstellingen worden geholpen om een goede afweging te maken tussen de voordelen en risico’s van samenwerking. Ook krijgen duidelijkheid en transparantie veel aandacht. “Maatregelen rond kennisveiligheid mogen niet ‘doorslaan’ en leiden tot willekeurige uitsluiting, verdachtmaking of discriminatie”, benadrukt het ministerie.

Een ander initiatief waar veel van wordt verwacht is een landelijk adviesloket voor kennisveiligheid bij het ministerie. Landen die al zo’n nationaal loket hebben, hebben daar goede ervaringen mee. Het loket moet een aanspreekpunt zijn voor concrete dilemma’s van onderzoekers. Daarnaast moet expertise over risico’s van samenwerking daar gebundeld worden, om te zorgen dat universiteiten of zelfs individuele onderzoekers niet zelf het wiel hoeven uit te vinden.

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

Duidelijke kaders zijn hard nodig, vindt het Rathenau Instituut. Vennekens’ collega Paul Diederen benadrukt hoe decentraal en informeel zulke samenwerking is. Contacten worden vaak op individueel niveau gelegd. “Daar werd lange tijd vrij losjes mee omgegaan. Er was vooral aandacht voor de voordelen en niet voor de risico’s. In reactie daarop zie je nu dat er juist veel protocollen komen.”

Weer een protocol

Niemand heeft de illusie dat de subtiele lijn tussen gewenste en ongewenste beïnvloeding altijd in een protocol of beslisboom te vatten is. De risico’s zijn extreem divers. Het is ondoenlijk dat allemaal dicht te timmeren, en bovendien gaan er dan ook veel kansen verloren. Voor een onderzoek naar atoomenergie wil je nu niet samenwerken met een universiteit uit Iran, maar op andere terreinen kan dat wellicht prima.

Of ongewenste beïnvloeding aan de orde is, is bovendien extreem moeilijk te bewijzen. Het gaat om geleidelijke en vaak informele processen, waarin een ‘niet-pluisgevoel’ een grote rol speelt. Het is ook niet zo dat betrokken individuen dat altijd het beste zien, stipt Alexandra Vennekens aan. “Je kunt als wetenschapper ook een invloed als ongewenst beschouwen terwijl die voor de maatschappelijke relevantie juist nuttig is.”

De huidige kaders zijn daarom breed, en dus ook nog wat vaag. Het gaat er vooral om dat kennisinstellingen zelf risico’s inventariseren en vervolgens monitoren. De bewustwording van de laatste jaren is daarin een enorme stap vooruit, denken ze bij het Rathenau Instituut. “Dit komt nu veel in het nieuws, en mensen gaan zich achter de oren krabben”, merkt Vennekens. “Dat is alleen maar goed. Als er nu duidelijke kaders komen en we blijven ook monitoren hoe het gaat, dan geven we ook een belangrijk signaal mee aan volgende generaties onderzoekers.”

“Het is heel lastig in strikte normen te gieten”, zegt Diederen. “Maar wat je wél kunt regelen is wie de beslissingen neemt en wie er meekijkt. Dat leidt in ieder geval tot meer gedragen beslissingen, waarin meer invalshoeken zijn meegenomen. Ik denk dat we wat dat betreft op de goede weg zijn.”

Lees ook:

Rapport bewijst: in drie gevallen beïnvloedde ministerie van Justitie het WODC ‘onbehoorlijk’

Het ministerie van justitie had drie maal een ‘onbehoorlijk’ dikke vinger in de pap bij onderzoek dat onafhankelijk moest zijn.

VU stopt Chinese financiering mensenrechtencentrum na kritiek op onafhankelijkheid

China financierde jarenlang een onderzoekscentrum voor mensenrechten van de Vrije Universiteit in Amsterdam. De universiteit heeft de subsidie inmiddels stopgezet en het ontvangen bedrag voor komend jaar teruggestort. Intussen laat de universiteit onderzoeken of de onafhankelijkheid in het geding is geweest.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden