Start academisch jaar

Studeren is meer dan op tijd je diploma op zak hebben

Studenten op de informatiemarkt tijdens de Eurekaweek. Tijdens de introductieweek van de Erasmus Universiteit Rotterdam maken studenten kennis met hun universiteit. De introductieperiode vindt dit jaar wegens het coronavirus in aangepaste vorm plaats.Beeld ANP

Een student die zich niet gezien voelt, presteert ook minder. Dit academisch jaar moet aantonen of hogescholen en universiteiten ook online een leergemeenschap kunnen zijn.

Het academisch jaar begint met ongekend lege zalen, gangen en campussen. De grote vraag is dit jaar of de universiteiten en hogescholen een gevoel van studiegemeenschap kunnen blijven bieden als studenten en docenten anderhalve meter afstand moeten houden, het openbaar vervoer maar een beperkte hoeveelheid reizigers aankan en universiteitssteden kampen met oplopende besmettingen onder jongeren. Slagen zij er niet in sociale binding te creëren, dan verwachten de Landelijke Studentenvakbond en het Interstedelijk Studentenoverleg een extra grote uitval van studenten.

“Individuele aandacht gaat het verschil maken”, zegt Dahran Çoban, voorzitter van het ISO. “Kunnen hogescholen en universiteiten op een kleinschalige manier interactie teweegbrengen tussen student, medestudenten en docenten? Daarvoor moeten ze een mengvorm creëren van fysiek en online onderwijs.”

Zelfontplooiing

Die persoonlijke aandacht is zo belangrijk, zegt lector studiesucces Rutger Kappe, omdat een student pas goed gaat presteren als hij zich prettig voelt bij zijn studie en zijn medestudenten. “Studenten willen gezien worden. Zonder relatie geen prestatie. Lukt dat niet, dan neemt de kans toe dat ze in een negatieve spiraal terechtkomen.” Ook minister Van Engelshoven vindt dat je een succesvolle studententijd breder zou moeten definiëren dan alleen snel afstuderen. Haar antwoord op het op universiteiten zo gelaakte rendementsdenken, dat zij in december presenteerde, is dat er tijdens de studie meer aandacht moet zijn voor zelfontplooiing. Maar gaat dat dit jaar lukken?

Universiteiten en hogescholen zetten alles op alles om studenten geen vertraging te laten oplopen. Maar volgens Çoban is dat niet genoeg: “We zijn in Nederland altijd trots geweest op onze breed ontwikkelde studenten die conferenties organiseren, bestuurswerk doen of intensief sporten. Als die mogelijkheden straks wegvallen, gaan studenten achterstanden oplopen. Het lastige voor universiteiten is dat dit de onmeetbare waarden zijn van de studietijd. Toch verdienen ze juist nu alle aandacht.”

Hoe maken studenten het beste van hun studententijd?

Halil Kaynak

Halil Kaynak (24), derdejaars student economie en bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam

“Mijn studie is ontzettend ­belangrijk voor me. Als ik alle vakken met hoge cijfers in één keer haal, heb ik het gevoel ­succesvol te zijn. Als ik op de universiteit kom, zet ik mezelf er echt toe om lekker te gaan ­studeren. Heb je even geen ­goede dag, dan helpen je professoren en je medestudenten je er wel doorheen. Ze nemen je mee in het proces van student zijn. Sinds de lockdown is de sfeer sterk veranderd. We krijgen weinig informatie.

Het probleem is, denk ik, dat ik aan een hele grote faculteit ­studeer. De docenten zijn zo druk, dat ze geen tijd voor de studenten over lijken te hebben. Als je een probleem hebt, word je eerst verwezen naar de website. Ik denk dat studenten aan een kleine opleiding meer contact hebben. Toen ik hiervoor de hbo-opleiding leraar natuurkunde deed, had ik ook echt toffe leraren. Zij hebben me goed geholpen bij mijn studie. Dat kon ik best gebruiken, want ik moest veel zelf uitvinden. Mijn ouders hebben niet gestudeerd.

Ik zou op de universiteit wel meer betrokken willen worden bij het onderwijs. Ik zou dan ­adviseren studenten ruimte te geven om na een college met de docent in discussie te gaan over wat je hebt geleerd en hoe je dat kunt toepassen. Dat motiveert enorm.”

Sander Wagemans

Sander Wagemans (22) student natuurwetenschap en innovatiemanagement aan de Universiteit Utrecht

“Als het aan mij lag, zouden alle hoorcolleges voortaan online gegeven mogen worden. Ik zit meestal stil achteraan de zaal te luisteren, het maakt mij niet uit waar ik dat doe. Ik hoop wel dat komend jaar de zestien uur werkcolleges per week allemaal fysiek ­gegeven gaan worden, maar ik heb er nog niets over gehoord. Mijn studie is middelgroot. Alle docenten ken ik wel, en als er iets was de afgelopen maanden, wist ik precies bij wie ik terechtkon. Ik zou er niet aan denken om naar een studieadviseur te gaan: arme man, dan heeft hij ineens honderd studenten op de stoep staan.

Ik besteed naast mijn studie veel tijd aan het bestuur van ­Europees Jeugdparlement. De conferenties die ik daarvoor zou organiseren, gingen allemaal niet door. Alles moest ineens online. Het was improviseren, maar ik heb er misschien nog wel meer van geleerd dan als alles normaal was geweest. Ik zou wel actiever willen zijn in de inspraakorganen op de universiteit, maar dat blijft hoogdrempelig. Als universiteiten studenten meer zouden willen betrekken, zouden ze dat beter kunnen regelen.”

Sanne van Beem

Sanne van Beem (21) studeert geneeskunde en philosophy, bioethics and health aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en global health aan de Universiteit Maastricht.

“Studenten geneeskunde hebben door corona in ieder geval vier maanden vertraging opgelopen. Wie nog niet begonnen was aan de coschappen nog veel meer. Ikzelf nam in 2019 een tussenjaar na mijn bachelor geneeskunde om in Maastricht een master global health te doen. Ik had na de zomer wel met mijn coschappen willen beginnen, maar ik kan pas in juli 2021 terecht. En ik heb geluk ­gehad; veel medestudenten die een tussenjaar namen beginnen nog later. Ik ga nu dus nog maar een jaar filosofie studeren. De studiekosten lopen hierdoor verder op. Als ik straks klaar ben, heb ik bijna acht jaar gestudeerd. Ik wil graag internist worden, maar iets met zorgbeleid zou ik ook heel interessant vinden.

Dat ik ‘al’ in juli coschappen kan gaan lopen, heeft ermee te maken dat ik diabetes type 1 heb. Tijdens onvoorspelbare dagen bij eerdere stages kon ik wel­eens heel erg moe worden. De universiteit heeft er nu voor gezorgd dat ik op ziekenhuizen in de buurt coschappen kan lopen. Dat scheelt al iets.

Ik zie trouwens om me heen dat studenten met chronische aandoeningen best tevreden zijn met het online onderwijs, waardoor ze niet meer hoeven te reizen en geen aanwezigheidsplicht meer hebben. Ze vroegen al heel lang om meer digitale mogelijkheden. Nu kwam daar ineens ruimte voor.”

Lees ook:

Rector magnificus Rianne Letschert: ‘Bij leren moet je ervaren’

Meer dan de helft van de studenten van de Universiteit Maastricht komt uit het buitenland. Ook dit studiejaar, ondanks Covid-19. Rector magnificus Rianne Letschert over het belang van persoonlijk contact tussen student en docent, en wat we kunnen leren van de lockdown.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden