Onderzoek

Soms blijkt een diploma van leerfabriek NCOI bitter weinig waard

Beeld Suzan Hijink

De Onderwijsinspectie begint een onderzoek naar de kwaliteit van diploma’s van de private onderwijsinstelling NCOI. Volgens studenten en oud-medewerkers laat het onderwijs daar te wensen over. Alles draait om geld. ‘Toets inzien? 25 euro.’

Wie zich in Nederland wil om- of bijscholen heeft maar weinig keuze. Iedere volwassen student komt bijna automatisch terecht bij opleidingsinstituut NCOI, ‘de grootste opleider van werkend Nederland’, zoals het zich noemt. De ontstaansgeschiedenis van het bedrijf leest als een klassiek succesverhaal. Eigenaar Robert van Zanten begon in 1996 bij zijn moeder op zolder met een bureautje, een fax en een brochure met mogelijke opleidingen voor volwassenen. NCOI bood van het begin af aan flexibel onderwijs, buiten kantooruren op locaties door het hele land. Daardoor kan de private opleider meer vragen voor een opleiding dan een publiek roc of een hbo, waar volwassenen nauwelijks terechtkunnen.

Het bleek een gat in de markt. Jaarlijks volgen 200.000 Nederlanders een cursus, opleiding of training bij NCOI of een van zijn vele dochterbedrijven. Er werken meer dan vijfduizend docenten voor het bedrijf. De private opleidingsgigant die uitgroeide tot een miljoenenbedrijf heeft nu bijna een monopolie op volwassenenonderwijs en omscholingscursussen. 

Onder de bezielende leiding van Van Zanten nam NCOI de afgelopen tien jaar bijna twintig concurrenten over. Voor elk type onderwijs kun je nu bij het bedrijf of een van de dochters terecht. Van een tweedaagse cursus in Microsoft Excel bij IT-opleider Computrain tot een vierjarige hbo-bachelor Rechten bij NCOI-dochter LOI. En van een eenjarig programma in professioneel coachen bij Boertien Vergouwen Overduin tot een volledige mbo-opleiding doktersassistent bij NTI. Allemaal onderdeel van NCOI.

De toestroom van overwegend volwassen studenten zal alleen maar toenemen met de noodzaak om na de coronacrisis werklozen om te scholen. NCOI, dat veel korte omscholingsprogramma’s aanbiedt, staat op het punt flink te profiteren van de miljoenen die de overheid hiervoor heeft uitgetrokken.

Een winstmarge van 10 procent op het ‘product’ onderwijs, hoe kan dat?

Maar ook zonder geld uit publieke potjes voor de studenten, draait het bedrijf buitengewoon goed. In 2019 had het een omzet van 250 miljoen euro en een winst van 30 miljoen euro. Ruim 10 procent winstmarge op het ‘product’ onderwijs, waar in de publieke sector alleen maar veel geld bij moet: hoe krijgt NCOI dat voor elkaar?

Om de succesformule achter NCOI te ontcijferen spraken platform voor onderzoeksjournalistiek Investico en Trouw met ruim vijftig studenten, (oud-)docenten en (oud-) medewerkers van NCOI, vaak op basis van anonimiteit. Uit hun verhalen blijkt dat NCOI een instituut is waar studenten klagen over onvoorziene kosten voor herexamens en scriptiebegeleiding en over wisselende leslocaties. Waar docenten bijna allemaal freelancers zonder onderwijsbevoegdheid zijn. Waar ze hun lessen moeten afdraaien als lopendebandwerk, omdat NCOI aan alle kanten op hun vergoeding beknibbelt. En waar verwarring wordt gezaaid over de waarde van de te behalen diploma’s, die in de praktijk soms minder waard zijn dan wordt voorgespiegeld.

De Onderwijsinspectie begint hier binnenkort een onderzoek naar, de accreditatieorganisatie voor hoger onderwijs NVAO noemt de diplomaclaims ‘misleidend’.

‘Toets inzien? 25 euro’

NCOI verdient vooral veel aan studenten die niet voor alles in een keer slagen. Student Saskia Sielias haalt een jaar lang al haar vakken van haar studie toegepaste psychologie, maar begrijpt de kritiek op haar eindopdracht niet. Vijf herkansingen later en 1000 euro armer (studenten betalen voor hun herkansingen) stopt ze maar met de opleiding.

“Alles draait om geld”, zegt ook student Scheherazade Marzouki. “Toets inzien? 25 euro en dan moet je ook nog naar het hoofdkantoor. Dan heb ik het niet eens over de begeleiding, want die is er niet.” Extra scriptiebegeleiding kun je wel kopen, maar zes uur kost bijna 1000 euro. En voor de koffie en lunch rekent NCOI nog eens 600 euro. Vrijwel alle studenten die Investico sprak hebben soortgelijke klachten.

Studenten die denken dat ze hun NCOI-studie in heel Nederland kunnen doen, komen vaak bedrogen uit. Waar op de website meer dan tien plekken worden aangeboden, zijn dat er in de praktijk meestal maar vier. Zo hoorde Rob uit Maastricht op het laatste moment dat hij voor zijn opleiding naar Den Haag moest.

Chiron de Bree, die tussen 2012 en 2020 in verschillende functies bij NCOI werkte, herkent dit. “Er waren collega’s die tegen studenten zeiden: je kunt zeker in Drachten studeren, terwijl daar bijna geen onderwijs werd gegeven.”

Soms schrapt NCOI zelfs alle klassikale lessen en verandert ze in online onderwijs, omdat er te weinig inschrijvingen zijn. Het gebeurde Magdalena: “De enige reden dat ik nog niet ben gestopt, is omdat mijn werkgever betaalt.”

Studentevaluaties bepalen op welke volgende klus een docent mag intekenen

Veel docenten die Investico sprak, klagen over de honorering. Te laag voor al het extra werk dat ze moeten doen, vinden ze. Neem Volker, die al jaren voor verschillende NCOI-dochters werkt en anoniem wil blijven. Hij krijgt gemiddeld 285 euro per lesdag. Dat lijkt aardig wat. Maar als je de tijd meerekent die hij kwijt is aan voorbereiding, reizen, begeleiding van cursisten en nakijken, verdient hij minder dan 20 euro per uur. Geen vetpot.

Sommige docenten verdienen meer dan Volker. Anderen wat minder, afhankelijk van de NCOI-dochter. Afgelopen voorjaar gingen de vergoedingen voor onderwijs op afstand met 20 procent omlaag. Wegens corona hoefden docenten immers niet meer te reizen, redeneerde NCOI.

Voor dit onderzoek spreken we, naast Volker, zestien van zijn (ex-)collega’s, allemaal freelancer, van verschillende NCOI-instituten. Net als Volker, hebben velen van hen geen onderwijsbevoegdheid. “Je solliciteert en geeft een presentatie van vijf minuten, als je dat oké doet, mag je aan de slag”, zegt hij. Cursusmateriaal wordt opgestuurd. “En een draaiboek waaruit je de les kan voordragen.” Docenten spreken nauwelijks collega’s of leidinggevenden, laat staan dat ze ingewerkt worden. Hoe weet NCOI dan of je een goede docent bent? “Door de studentevaluaties”, zegt hij. “Die zijn heilig.”

De studentbeoordelingen zijn zo belangrijk, omdat ze een score opleveren die bepaalt of een docent toegang krijgt tot de volgende klus. Bijna alle vijftien docenten bevestigen deze ‘perverse prikkel’.

“Je wilt van alle studenten een zo hoog mogelijke beoordeling, dus je steekt vanzelf extra tijd in begeleiding en voorbereiding”, zegt Volker. “Docenten met een A (een 8,5 of hoger) mogen als eerste (een cursus) kiezen. Met een B (hoger dan een 7) krijg je later toegang en met een C (een 7 of lager) nog later”, legt hij uit. Nieuwe cursussen komen altijd midden in de nacht online. We spraken docenten die ‘s nachts hun wekker zetten om zich in te schrijven.

Wat het ook moeilijk maakt om goed les te geven, is dat docenten niet weten wat er op het eind getoetst wordt. “Je weet dus nooit helemaal hoe je het materiaal moet onderwijzen”, zegt hij. Zelfs achteraf kunnen ze de toetsen niet inzien.

Dat komt doordat alles is opgeknipt bij NCOI. Voor elke taak is een aparte rol: docent, onderwijsontwikkelaar en examinator, en dat zijn vaak verschillende mensen. Ook de studies zijn opgedeeld in stukjes, als een soort legoblokjes. Elke opleiding bestaat uit zo’n zes legoblokjes. Doet een student er maar eentje, dan heet het een ‘cursus’ of ‘hbo-programma’.

Het diploma van treinmachinist Silvester wordt door geen enkele instantie erkend

Het verschil tussen zo’n hbo-programma en een officiële opleiding is voor het ongeoefende oog niet altijd duidelijk. Zo wekt NCOI verwarring over de waarde van diploma’s. Treinmachinist Silvester van Kleij volgde een opleiding middle management bij NCOI-dochter ISBW, maar weet na afloop niet wat zijn diploma waard is. Is het een officieel diploma, zoals de website meldt? Of ‘een opstap naar een erkende hbo-bachelor’ zoals hij in het informatieboekje leest? Het blijkt dat laatste. Zijn ‘diploma’ wordt door geen enkele officiële instantie erkend.

De accreditatieorganisatie voor hoger onderwijs (NVAO) noemt de claims over diploma’s ‘misleidend’. En de Onderwijsinspectie meldt desgevraagd dat zij de kwestie binnenkort zal onderzoeken. Termen als hbo-niveau en mbo-diploma zijn niet wettelijk beschermd en leiden volgens de Inspectie tot een grijs gebied. “Dit vraagt om verduidelijking in de wet.” Vanwege het lopende onderzoek kan de inspectie niet ingaan op de klachten uit dit artikel. Maar in het verleden tikte de inspectie NCOI al meermaals op de vingers voor het zaaien van verwarring over de status van opleidingen.

NCOI stelt desgevraagd dat de teksten op de website over niet-erkende diploma’s zijn afgestemd met de Onderwijsinspectie. De Onderwijsinspectie ontkent dit. Bij eerder onderzoek heeft ze wel naar die teksten gekeken, “maar informatie van NCOI kan regelmatig wijzigen en wij kijken niet mee met elke nieuwe formulering”.

‘Docenten zijn vrij om iets anders te zoeken’

De klachten van studenten in dit artikel zijn volgens NCOI incidenten. Vorig jaar zijn naar eigen zeggen slechts 175 klachten niet naar tevredenheid opgelost, op 200.000 cliënten. Dat studenten niet op hun voorkeurslocatie les kunnen krijgen, is ze bekend. “Maar dat geldt slechts voor 10 procent van ons lesaanbod”, zegt Alex van der Weide, de communicatiedirecteur van NCOI. Een onderwijsbevoegdheid is volgens de wet niet nodig, zegt onderwijsdirecteur van NCOI Eric Verduyn. De Onderwijsinspectie bevestigt dat. “Als wij ze bevoegd achten”, zegt Verduyn, “dan zijn ze bevoegd.” 

En de tarieven voor docenten zijn volgens hem marktconform. Eerst zaten de reistijd en de reiskosten bij het tarief inbegrepen, dus nu docenten vanuit huis lesgeven, is het volgens NCOI logisch dat er 20 procent afging. Verduyn: “Docenten bepalen zelf of ze voor dat tarief willen werken. Ze zijn vrij om iets anders te zoeken.”

De docentscores worden bepaald aan de hand van slagingspercentages en studentevaluaties, zegt Verduyn. “We vragen onze studenten regelmatig ons en onze docenten te evalueren. Ik begrijp dat die ratings een beetje als slavenhandel kunnen voelen, maar we hebben gezien dat het tot kwaliteitsverbetering leidt. Docenten vragen ons echt: hoe kom ik van een C naar een A?”

En dat docenten ‘s nachts hun wekker moeten zetten om zich op nieuwe vakken in te schrijven? “Dat heeft met de server te maken, die krijgt dan een update.”

Sleutel tot het succes: de fabrieksmatige aanpak

NCOI kan ondertussen ongestoord groeien. Vorige week maakte ze een nieuwe samenwerking met uitzendbureau Randstad bekend. Flexwerkers van de uitzendgigant kunnen zich nu bij NCOI of een van haar dochters omscholen.

En in augustus 2020 gaf de Autoriteit Consument en Markt het bedrijf toestemming om omscholer LOI over te nemen, tot dan toe de grootste concurrent. Volgens de mededingingswaakhond blijven er voor cursussen en omscholing genoeg concurrenten over. Bovendien, stelt de Autoriteit, concurreert NCOI met gewone hogescholen en mbo-instellingen.

Die reguliere hbo’s en mbo’s zeggen juist grote moeite te hebben met het geven van volwassenenonderwijs, vanwege wettelijke beperkingen. Zo krijgen publieke instellingen alleen overheidssubsidie voor volledige opleidingen en kunnen ze dus nauwelijks flexibele deelprogramma’s aanbieden.

Dat de overwegend volwassen studenten blijven kiezen voor een opleiding bij NCOI is dus deels omdat de private opleider hen iets biedt wat ze bijna nergens anders kunnen krijgen: flexibel onderwijs.

En dat lukt ze door alles fabrieksmatig in te richten. “Dat maakt het een hele efficiënte organisatie”, zegt een oud-medewerker van NCOI. “Maar kwaliteit voert voor NCOI niet de boventoon. Het is er heel goed in om studenten binnen te halen, maar studenten naar een diploma helpen is niet de prioriteit. Het ontbreken van die zorgplicht is onderdeel van het verdienmodel. Het is uiteindelijk een sales-organisatie.”

De naam Volker is gefingeerd. De volledige namen van Magdalena en de oud-medewerker zijn bekend bij de hoofdredactie. 

Dit stuk kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, fondsbjp.nl.

Lees ook: 

We moeten een leven lang blijven leren, en daar profiteert NCOI van

De grootste particuliere aanbieder van opleidingen, NCOI, wil nog groter worden en LOI overnemen. De vraag naar cursussen stijgt omdat we steeds bijgespijkerd worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden