ColumnErik Ex

Scholen moeten juist wel mentorgesprekken voeren

Vanaf 2 juni gaan de middelbare scholen weer open. Dat was al bekend, maar in de persconferentie van vorige week voegde premier Rutte daar nog iets aan toe: de leerlingen moeten voor meer dan een mentorles of toets naar school komen. Vermoedelijk bedoelde Rutte hiermee dat er nog ‘echte’ lessen gegeven moeten worden.

In mijn regio zijn er nog zeventien reguliere lesdagen na 2 juni. Door de anderhalvemetermaatregel past ongeveer een derde van de leerlingen tegelijk in de school. Elke leerling gaat dus nog ongeveer zes dagen naar school.

Het is niet zinnig om nog zeventien dagen reguliere lessen te geven. Wat is het doel? Gaat het erom dat leerlingen elkaar weer even zien? Op zich zien ze elkaar op de hockey- en voetbalvelden al, vriendjes gaan al bij elkaar langs. Verder lijkt me dit sowieso niet het belangrijkste op dit moment. Is het om leerlingen met achterstanden nog te helpen? Dat is onhaalbaar in zo’n korte tijd. Of is het om te oefenen met de anderhalvemeterschool? Vermoedelijk zijn de maatregelen weer anders na de vakantie.

De primaire taak van school is kinderen iets leren. Het is logisch om dat dan ook als voornaamste uitgangspunt te nemen. Wat hebben leerlingen tijdens het thuisonderwijs geleerd, hoe gaat het met ze en wat is de volgende stap in het leren? Op het Vierde Gymnasium in Amsterdam ­bepalen leerlingen dit jaar zélf of ze overgaan of blijven zitten. De school gaf al voor de meivakantie een advies en leerling en ouders bespreken voor de rapportvergadering met elkaar wat de beste beslissing is. In een brief motiveren leerlingen hun beslissing. Gaan ze over? Waar lopen ze misschien achter? Of is het beter te blijven zitten?

Help mij het zelf te doen

De normale procedures kunnen niet worden gevolgd, maar dit is een elegante oplossing. De school doet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de leerling. Reflecteren op het eigen leerproces bevordert de zelfregulering, het beroemde adagium van Maria Montessori: help mij het zelf te doen.

Tegelijk is het natuurlijk ook een risico. Want hoe kunnen leerlingen weten waar ze op dit moment staan? Het is lastig voor een leerling om te weten wat er nodig is om goed beslagen ten ijs te komen in een volgend schooljaar. Mensen (en dus ook leerlingen) schatten zichzelf notoir te hoog in wanneer ze nog aan het leren zijn. Leerlingen zouden zich over kunnen laten gaan zonder dat ze er klaar voor zijn.

De doelen van de komende weken moeten dan ook zijn om leerlingen inzicht te geven in waar zij staan en daar volgend schooljaar naar te handelen. Bij welke vakken lopen ze achter ten opzichte van de rest? Wat moeten ze doen om dit in te halen? De school kan dit mijns inziens bereiken door precies de dingen te organiseren die Rutte zegt dat we niet moeten doen: mentorgesprekken en toetsing.

Erik Ex (32) is leraar geschiedenis op het Cygnus Gymnasium in Amsterdam en werkt voor Schoolinfo, dat zich bezighoudt met onderwijsinnovatie. Hij schrijft elke twee weken een column. Lees zijn eerdere bijdragen hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden