Beeld Maartje Geels

Column Erik Ex

Rond deze tijd van het jaar verdwijnen er vaak plotseling collega’s. Maar zo plotseling is dat niet

Rond deze tijd van het jaar verdwijnen er vaak plotseling collega’s. Achteraf gezien misschien niet zo plotseling. De collega zit nog met een ouder aan de telefoon om half zes terwijl jij de school verlaat. In de avond bereidt hij zijn lessen nog voor. Het is de mentor van die moeilijke klas. Waar net te veel kinderen zitten met ADHD of ADD, waar andere leerlingen moeite hebben met het niveau of waar gepest wordt in de groepsapp.

Van de ene op de andere dag is die collega er niet meer. Ziekgemeld, voor onbepaalde tijd, zo hoor je van de conrector. Dát zagen we al weken aankomen wordt in de lerarenkamer gefluisterd.

Vermoedelijk hebben alle leerlingen wel eens een docent voor hun neus zien opbranden. Volgens onderzoeksbureau TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek ligt het percentage burn-outklachten bij leraren op 23: het hoogst van alle beroepsgroepen in Nederland. Vooral jonge collega’s overkomt het.

Klamme handen

Verrassend is het niet. Van het organiseren van een kinderfeestje krijgen de meeste mensen al klamme handen. Bij menigeen gaat de hartslag al flink omhoog bij het idee om herrie makende jongeren in een stiltecoupé aan te spreken. Een klas met vijfentwintig pubers, ze aandacht geven, ze stil laten zitten en ze vervolgens ook iets leren: ga er maar aan staan. Een lesje niet voorbereiden is geen optie. Juist dan loopt het mis, wat meer stress oplevert.

In het voortgezet onderwijs was werkdruk dan ook de belangrijkste reden om te gaan staken begin deze maand. Ironisch genoeg gingen juist om die reden veel van mijn collega’s niet. Staken betekent bijvoorbeeld toetsen verzetten of lesstof van twee lessen in één les proppen. ‘Daar heb ik alleen mezelf mee’, is de gedachte. Op een school waar ik ooit werkte en collega’s met bosjes uitvielen, staakten zeven op de vierhonderd man.

Stress op werk, zeker in het begin van een lerarenloopbaan, voelt als persoonlijk falen. Jonge leraren krijgen gelijk de volledige verantwoordelijkheid voor hun klassen. In andere bedrijfstakken is het ongebruikelijk dat een juniormedewerker dezelfde verantwoordelijkheden krijgt als een senior. Maar wij zijn niet geneigd veel samen te werken, liever sluiten we de deur van het klaslokaal aan het begin van de les. Er komt zelden tot nooit een sectiegenoot of leidinggevende in de les kijken hoe het gaat, behalve tijdens een officiële beoordeling.

Vlammetje gedimd

Collega’s met burn-outklachten zoeken dan ook de oplossingen bij zichzelf. Velen gaan parttime werken om alles te kunnen blijven doen. Een collega vertelde me: “Sinds mijn burn-out ben ik terughoudender met het aanpakken van extra werk. Het vlammetje is gedimd.”

Het is echter juist een collectief probleem. Nederlandse leraren geven veel meer uren les dan onze collega’s in buurlanden. Daarnaast doen leraren veel (onbetaald) overwerk. Daar moet de minister ingrijpen. Binnen scholen krijgen jonge collega’s vaak geen mentor toegewezen. Hier kunnen schoolleiders iets aan doen. Tot slot kunnen lerarenteams elkaar helpen door bij elkaar te kijken en te adviseren.

Want nog meer ‘ziekmeldingen voor onbepaalde tijd’ kunnen we ons niet veroorloven.

Lees ook: Waarom de prestaties in het Nederlandse onderwijs al jaren dalen

Het oplopende lerarentekort zet de kwaliteit van het onderwijs onder druk, waarschuwt vakbond Aob. Maar de prestaties van Nederlandse leerlingen glijden al veel langer af. Hoe komt dat?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden