null

Emancipatie

Revolutie aan de keukentafel: Toen mijn moeder op Vos-cursus ging

De Tweede Feministische Golf rolde niet vanzelf door het land. De Vos-cursus kuste in de jaren zeventig tienduizenden huisvrouwen wakker. Ook de moeder van Floor de Booys. Aan de vooravond van moederdag blikken beiden terug.

Floor de Booys

Sommige veranderingen worden met tromgeroffel aangekondigd, andere komen vermomd als een mededeling op een doordeweekse avond. Ergens eind jaren zeventig. We zaten aan tafel en het was zoals altijd een gezellige drukke boel – mijn broertjes en ik werden anti-autoritair opgevoed. We aten zonder twijfel gezond. Linzen met tofu of iets anders wat tegenwoordig hip is, maar toen totaal niet. Ik wilde liever aardappels, vlees en groente op mijn bord, net zoals bij mijn vriendinnen thuis. Nu ben ik er trots op dat mijn ouders voor hun biologische boodschappen helemaal naar De Knollentuin fietsten.

Maar goed, het was dus op een voor ons gezin doodnormale avond dat mijn vader opeens aankondigde: “Jullie moeder gaat iets voor zichzelf doen, ze gaat een Vos-cursus volgen.”

Dit Is Belangrijk, voelde ik meteen

Na deze mededeling was het even stil aan tafel, daarna gingen mijn broertjes gewoon door met zeuren dat ze hun linzen niet lustten en van tafel wilden. Ik was een meisje van tien en had geen flauw idee wat ik me bij een Vos-cursus moest voorstellen, maar ik voelde meteen: Dit is Belangrijk.

Als oudste – en enige dochter – had ik door dat mijn moeder niet lekker in haar vel zat sinds we uit Amsterdam naar de nieuwbouwwijk Dukenburg bij Nijmegen waren verhuisd. Ze miste de reuring van de hoofdstad en de vrijgevochten vrienden die ze daar had achtergelaten.

Floor de Booys (1970) is journalist. Ze was onder meer hoofdredacteur van de Haagse en Haarlemse Straatkrant, en als voorlichter van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer. Momenteel is ze senior communicatieadviseur voor het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht.

De flowerpower had plaatsgemaakt voor een regelmatiger bestaan. Als protest tegen de aangeharkte woonomgeving hadden mijn ouders een leefkuil in de tuin ­gegraven. Zonnebloemen en onkruid tierden welig. Kinderen kwamen graag bij ons spelen. Want in de woonkamer mochten wij hutten bouwen. Terwijl bij de buren Abba uit de luidsprekers klonk, draaiden mijn ouders nog heel hard Bob Dylan.

null Beeld Hanne van der Woude
Beeld Hanne van der Woude

De tijden waren inderdaad veranderd. Mijn vader deed een opleiding in de hoop aan het werk te komen. Mijn moeder-de-hippie was huisvrouw geworden. Het thuiszitten met de kinderen beviel haar maar matig, vertelt ze me als ik haar daarnaar vraag. Ze was op zoek naar iets dat meer vervulling kon bieden. Iets waardoor ze zich minder alleen voelde en waarin ze haar maatschappelijke betrokkenheid kwijt kon.

Ze kwam op het spoor van de Vos-cursus door een advertentie in De Gelderlander, vertelt ze. Vos stond voor: Vrouwen Oriënteren zich in de Samenleving, en nadat mijn moeder de cursus had gedaan, ging er thuis een andere wind waaien. Ze kreeg meer vriendinnen. Het waren allemaal vrije vrouwen, die sjekkies draaiden en met elkaar discussieerden over de ontwikkelingen in de wereld, maar ook over hun sores thuis. Waar de muren op ze afkwamen en de huwelijken sleets waren geworden. Ze wisselden ondertussen recepten en kinderkleding uit. Ik zat er vaak bij en vond het allemaal reuze spannend.

Midden in de nacht kwamen ze thuis met een scharrel

Een aantal van de nieuwe vriendinnen van mijn moeder was net gescheiden en dat leverde mij mooi oppasadresjes op. Want in het weekend gingen ze dansen en daten en dan zorgde ik voor hun kroost. Ik bleef vaak slapen en hoorde ze dan midden in de nacht thuiskomen met een scharrel, die voor dag en dauw weer vertrokken moest zijn, zodat de kinderen niks doorhadden.

De Vos bracht leven in de brouwerij, maar dat de cursus ertoe zou leiden dat mijn moeder jaren later kostwinner werd, had niemand toen kunnen bedenken.

Ik had de Vos-cursus gemakkelijk kunnen vergeten. Maar hij is me altijd bijgebleven als een markering in de tijd. Ik besef nu dat mijn gedrevenheid om na de geboorte van mijn kinderen vier dagen te blijven werken, deels op mijn moeders geschiedenis is terug te voeren. Dat ik op haar schouders sta.

Daarom zit ik veertig jaar later – toevallig op Internationale Vrouwendag – in het archief van Atria, centrum voor vrouwengeschiedenis in Amsterdam, om uit te zoeken wat die Vos-cursussen nou precies inhielden. De archiefmedewerkster legt een stapeltje vergeelde, in jarenzeventigspelling getypte verslagen voor me neer. Ik ben de eerste in jaren die er interesse in heeft. “Iedereen kent de slogan ‘Baas in eigen buik’, maar bijna niemand weet nog van Vos”, zegt ze. “Terwijl het in het hele land een daverend succes was.”

Ook Janneke Hartman volgde een Vos-cursus. 'Het was heerlijk om mijn hersens weer te gebruiken.' Beeld Hanne van der Woude
Ook Janneke Hartman volgde een Vos-cursus. 'Het was heerlijk om mijn hersens weer te gebruiken.'Beeld Hanne van der Woude

De rol van Krijnie Verlaan

De cursus was in 1972 ontwikkeld door de protestantse vormingswerkster Krijnie Verlaan (1931 – 2016). Het idee was om huisvrouwen met weinig opleiding uit hun isolement te halen. Voor 25 gulden – de rest werd door de overheid gesubsidieerd – kregen ze twaalf ochtenden informatie over de thema’s ‘de vrouw als moeder’, ‘de vrouw als partner’ en ‘de vrouw als burger’. Deelneemsters gingen met elkaar in discussie, leerden van elkaars ervaringen en werden gestimuleerd om te lezen en door te leren. Wie een VOS-cursus had gevolgd, kon er na een training zelf een geven. Zo verspreidde VOS zich razendsnel door het land. Overal kwamen huisvrouwen in wijk- en buurtcentra samen.

Naast me in het archief zit een zestigster met hennahaar te werken aan haar proefschrift over Dolle Mina. Aan de balie zijn telefoonhoesjes met een afbeelding van Aletta Jacobs te koop. Het feminisme is hier springlevend. Ik lees dat in de jaren tachtig vrouwelijke gedetineerden in de Bijlmer Bajes in opstand kwamen omdat ze óók een Vos-cursus wilden volgen.

De Vos-cursus kreeg al snel het imago van huwelijksbreker: deed je vrouw de Vos dan ging je scheiden. “Dat was helemaal niet de opzet”, weet Annego Hogebrink (83), cursusleidster van het eerste uur. Zij kende vormingswerkster Krijnie Verlaan persoonlijk. “Krijnie wilde vrouwen bewuster en mondiger maken, maar het moest niet doorschieten. Ze had weinig op met feministes-in-tuinbroeken die riepen dat ze ‘niet meer met hun onderdrukker’ naar bed gingen.”

Scheiden deden mijn ouders niet. “Mijn man – jouw vader – heeft me aangemoedigd want hij zag dat ik niet gelukkig was”, zegt mijn moeder als ik haar kom interviewen voor dit verhaal – zie haar portret hieronder.

Zij liet zien dat je als vrouw je eigen leven kon vormgeven

Annego Hogebrink herinnert zich nog de eerste keer dat ze een Vos-cursus gaf. Het was 1973 en ze mocht het proberen in Ursem, een dorp in Noord-Holland, vijftig kilometer van Amsterdam. “De pastoor kwam er nog langs om te vragen of het niet tijd was voor een nieuwe baby. Dat Dolle Mina had gedemonstreerd voor het recht op abortus, was totaal aan dit katholieke bolwerk voorbij gegaan.” Hogebrink kwam met de Vos-cursus de boel eens lekker opschudden. “Ik stond bij het biljart van het plaatselijke café. De vrouwen er omheen, het gestencilde lesmateriaal had ik met wasknijpers aan de gordijnen gehangen.”

Ze moedigde vrouwen nooit aan om te gaan scheiden. “Maar het kwam natuurlijk wel voor dat vrouwen door de cursus zagen dat ze in een achtergestelde positie zaten en voor zichzelf kozen.”

Dat zag schrijfster Christine Otten (59) als puber bij haar moeder gebeuren. “Ze had alleen de lagere school afgerond. Het huwelijk met mijn vader was niet gelukkig. Nadat ze een Vos-cursus had gevolgd, ging ze werken bij de thuiszorg en verdiende een eigen inkomen. Toen durfde ze te scheiden. Ze begon letterlijk met sinaasappelkistjes een nieuw leven. Ik besef nu pas goed hoe dapper dat was. Zij liet zien dat je als vrouw je eigen leven kon vormgeven. Dat voorbeeld heeft mij gesterkt in het maken van mijn keuzes.”

Peggy Pitwell (73) gaf de Vos-cursus jaren in Den Haag en wilde ‘het patriarchaat met wortel en tak uitroeien’. Ze stond ook aan de wieg van de antiautoritaire kresj. “Bij de traditionele opvoeding begon in mijn ogen veel ellende. Daar werden jongens en meisjes in rollen geduwd. Dat moest allemaal anders.” Ze demonstreerde in die jaren veel voor vrouwenrechten en veiligheid op straat. Aanleiding waren aanrandingen en verkrachtingen. “Eén van de leuzen die ik me herinner, was: ‘Castratie in het ziekenfondspakket!’” Ze moet er nu een beetje om lachen. “Ik was toen misschien wat radicaal. Ik ben nog steeds feminist, maar ik zie het minder als een strijd tégen mannen.”

Debilisering

Er gaapte een kloof tussen de wereld van Annego Hogebrink en die van de vrouwen waaraan ze de Vos-cursus gaf. Zij had rechten gestudeerd en las Simone de Beauvoir, de vrouwen hadden meestal niet meer dan huishoudschool. Intellectueel of niet: je eindigde thuis met de kinderen. Tot 1976 werden vrouwen die werkten meteen ontslagen als ze trouwden. Hoe blij Hogebrink ook was met haar kinderen, ze vond dat de ‘debilisering’ toesloeg in haar leven. De Vos-cursus kwam voor haar als geroepen. “Als ik de cursus gaf, paste een vriendin uit de buurt op mijn kinderen. Opvang was er toen nog niet.”

Hogebrink hoorde verhalen van vrouwen die tegen hun zin zwanger waren en klein werden gehouden door hun mannen. “Het mooie was dat vrouwen door hun verhalen te delen een band smeedden. Dat gaf ze de kracht om voor zichzelf op te komen. Eén vrouw vertelde me dat ze toen haar man ’s avonds aan tafel vroeg waar het zoutvaatje was, niet meteen was opgestaan om het te halen, maar had gezegd: ‘Je weet waar het staat’.”

Lucy Veen: 'Toen de tweeling drie jaar was, werd er in het buurthuis een Vos-cursus gegeven. Ik voelde me er al snel als een vis in het water.' Beeld Hanne van der Woude
Lucy Veen: 'Toen de tweeling drie jaar was, werd er in het buurthuis een Vos-cursus gegeven. Ik voelde me er al snel als een vis in het water.'Beeld Hanne van der Woude

Dat was niet direct de revolutie die voorvechtsters Joke Smit (1933 – 1981) en Hedy d’Ancona voor ogen hadden, toen ze in 1968 – een jaar na het uitkomen van Smits’ baanbrekende essay Het onbehagen bij de vrouw – de vereniging Man Vrouw Maatschappij (MVM) oprichtten. “Wij streden voor werkdagen van vijf uur zodat man en vrouw werk en huishouden eerlijk konden delen. Daarvoor was onder meer kinderopvang nodig.”

“Dat is helaas nog steeds niet helemaal gelukt”, blikt de nu bijna 85-jarige d’Ancona terug. Ook moest er meer aandacht komen voor de positie van meisjes in het onderwijs. “Meisjes werden nog veel te vaak naar de huishoudschool gestuurd, terwijl ze veel meer in hun mars hadden. Maar omdat ze toch werden ontslagen als ze trouwden, leek meer scholing niet nodig. Met de werkgroep ‘Marie, wordt wijzer!’, stimuleerde MVM meisjes om door te leren. “De Vos-cursussen ontstonden los van MVM, hadden ook niks met de PvdA te maken, zoals werd gezegd, maar kwamen wel voort uit hetzelfde gedachtengoed. Fantastisch”, vindt d’Ancona.

Zij herinnert zich de tijd dat ze in het weekend in zaaltjes stond om de Boodschap te verkondigen. Die niet overal in goede aarde viel. “Buitenshuis werken? Arbeidersvrouwen vonden het juist een verworvenheid dat ze thuis konden blijven om voor de kinderen te zorgen. Als ik zei dat ze zich moesten verzetten tegen de opvatting dat de man het hoofd van het gezin was, kreeg ik terug: ‘Maar wíj zijn de nek, zonder ons draait het hoofd niet’.”

Als staatssecretaris van emancipatie in het tweede kabinet-Van Agt probeerde ze een alinea in de Troonrede te krijgen over de structurele onderdrukking van de vrouw. “Het leek mij wel mooi om dat uit de mond van onze vorstin te horen. Maar het werd geschrapt voordat het haar onder ogen kwam.”

Onvermoeibaar

Het leven van Mieke Schlaman (74) draait nog steeds om de vrouwenstrijd. Zij is het feministische geheugen én geweten van Den Haag. Nadat de Vos-cursussen in de jaren negentig een stille dood stierven omdat de subsidiekraan dichtging, ging Schlaman onvermoeibaar door met het organiseren van vrouwengroepen.

Ze trok zich ook niks aan van CDA-minister Arend-Jan de Geus die in 2003 verkondigde dat de vrouwenemancipatie voltooid was. “Er is nog zoveel te doen. Zeker in een stad als Den Haag waar steeds nieuwe groepen vrouwen komen wonen. De Vos-cursussen toen waren erg wit.”

In de groep die ze nu begeleidt, zitten vrouwen met uiteenlopende migratieachtergronden. Door corona zijn ze twee jaar amper bij elkaar geweest. “Maar telefonisch hebben we contact gehouden. Sommige vrouwen spreken nog niet zo goed Nederlands en begrepen weinig van de persconferenties. Als ik ze aan de lijn had, kon ik ze een beetje geruststellen.”

Deze woensdagochtend zijn ze bij elkaar om te praten over de inrichting van het nieuwe wijkcentrum. Een ambtenaar schrijft ijverig mee terwijl Schlaman hem dicteert wat de wensen van de vrouwen zijn. Een digitaal schoolbord staat bovenaan het lijstje. Handig voor de taallessen. Een aantal vrouwen doet vrijwilligerswerk of heeft betaald werk, anderen zitten thuis. Sommigen worden door hun mannen aangemoedigd om hun horizon te verbreden, anderen moeten meer voor zichzelf opkomen.

Een vrouw van in de vijftig met een Turkse ­achtergrond, gescheiden, zegt dat ze veel steun heeft gehad van haar ‘zusters’ uit de vrouwengroep. Na een moeilijke tijd gaat ze nu als trotse single door het leven en laat haar dochters zien dat je als vrouw zelfstandig kunt zijn. Vrouwen ontdekken nog steeds de samenleving.

Janneke Hartman: Mijn moeder vond mij ‘zo brutaal als de neten.’ Beeld Hanne van der Woude
Janneke Hartman: Mijn moeder vond mij ‘zo brutaal als de neten.’Beeld Hanne van der Woude

‘Ik zoog alle informatie gulzig in me op’

Janneke Hartman (78) heeft een Vos-cursus gevolgd én gegeven. Moeder van twee. Werkte vanaf haar 42ste. Woont met haar man Job in Vianen.

“Ik kom uit een streng christelijk gezin. Wat mijn vader zei, gebeurde. Mijn moeder was onderdanig, vreselijk vond ik dat. Mijn moeder vond mij ‘zo brutaal als de neten’. Ik wilde mijn eigen weg gaan, maar mijn rol in het leven stond vast: ik zou huisvrouw, moeder en echtgenote worden. Stiekem droomde ik ervan iets met het toneel te doen, maar dat mocht natuurlijk niet. Ik ben als directiesecretaresse in een centrum voor kinderrevalidatie gaan werken. Toen ontmoette ik Job, we trouwden en gingen in Leiden wonen. Daar werkte ik als medisch secretaresse in het academisch ziekenhuis.

Toen onze zoon werd geboren, ben ik gestopt. Met de komst van een dochter was ons gezin compleet. Toen we voor het werk van Job verhuisden naar Vianen, viel ik in een gat. Ik kende er niemand en er was niks, maar ik heb er een vrouwencafé opgezet. Ik las veel, ook feministische boeken. Ik herkende me in De groene weduwe van Hannes Meinkema. Toen ik hoorde over de Vos-­cursus, wist ik meteen: dit is iets voor mij. Het was heerlijk om met andere vrouwen eerlijk over het moederschap te kunnen praten. En mijn hersens weer te gebruiken. Ik zoog alle informatie gulzig in me op en ben meteen de training gaan volgen om de cursus te kunnen geven.

Gelukkig stond Job achter me, hij vond het belangrijk dat ik me ontwikkelde. Maar hij ging niet minder werken. De verzorging van de kinderen lag vooral op mijn bord. Als ik iets wilde doen, bracht ik de kinderen naar de buurvrouw. Ik paste ook op haar kinderen. Die solidariteit mis ik nog weleens bij jonge vrouwen van nu. De Vos opende de wereld voor me.

Mijn ontwikkeling was niet meer te stuiten. Op mijn 37ste volgde ik een parttime opleiding aan Sociale Academie De Karthuizer in Amsterdam. Soms bleef ik bij medestudenten logeren om samen te leren voor tentamens. Job moest dan voor het avondeten en de kinderen zorgen.

Toen ik op mijn 42ste op de arbeidsmarkt kwam, zat niemand op me te wachten. Uiteindelijk lukte het me een geweldige baan bij de Vrouwenvakschool Alida de Jong in Utrecht te vinden.”

Lucy Veen: Thuis kwamen de muren op me af. Beeld Hanne van der Woude
Lucy Veen: Thuis kwamen de muren op me af.Beeld Hanne van der Woude

‘Ik durfde mijn mond eerst niet open te doen’

Lucy Veen (79), moeder van drie. Ging op haar 40ste werken. Werd hoofd van een verzorgingshuis. Woont met haar man Peter in Heemskerk.

“Ik leerde Krijnie Verlaan kennen toen ze in het ziekenhuis lag waar ik als verpleegkundige werkte. Ik had toen geen idee dat ze zo’n belangrijke rol in mijn leven zou gaan spelen. Een jaar later vroeg ze mij om het vak hygiëne aan bejaardenverzorgenden te geven in Heiloo. Ik greep die kans aan want ik was in 1976 vanwege mijn huwelijk ontslagen en ik vond het fijn om weer te werken. Mijn moeder kwam helemaal uit Den Haag met de trein om op onze zoon te passen. Toen er later nog een tweeling kwam, stopte ik met werken. Ze hadden astmatische bronchitis en waren vaak ziek. Thuis kwamen de muren op me af.

Toen de tweeling drie jaar was, werd er in het buurthuis een Vos-cursus gegeven. Ik had geen idee dat Krijnie het brein achter deze cursus was. De eerste keer durfde ik mijn mond niet open te doen. Maar ik bloeide op en voelde me al gauw als een vis in het water. Aangemoedigd door de cursus besloot ik een mbo-opleiding sociale dienstverlening te gaan volgen. Twee avonden in de week en twintig uur stage in het dienstencentrum. Mijn man moest meer voor de kinderen en het huishouden doen. Deed hij zonder morren. Daarna volgde ik een hbo-opleiding maatschappelijk werk. Daarvoor moest ik een dag per week de deur uit. De kinderen gingen naar de overblijf.

Toen ik op mijn veertigste klaar was, kon ik aan de slag als maatschappelijk werkster in een verzorgingshuis. De kinderen zaten toen op de middelbare school, dus ik hoefde ook niet meer steeds thuis te zitten. Ik vond het heerlijk om te werken en maakte carrière. Ik werd uiteindelijk hoofd van het verzorgingshuis. Ik vertrok vroeg en was vaak pas om half zeven thuis. Mijn man had dan het eten op tafel. Soms vertrok ik daarna weer voor een vergadering van het vrouwenoverleg, of de emancipatieraad.

Na negen jaar maakte een reorganisatie een abrupt einde aan mijn werkende leven. Ik werd ontslagen omdat ik ‘te duur’ was. Daarna moest ik solliciteren maar dat mocht niet ‘onder mijn niveau’, waardoor ik nooit meer werk vond. Ik raakte in een depressie, kon niks meer, ik voelde me zó weggegooid. Ik heb de draad opgepakt door als vrijwilligster in een spiritueel centrum te gaan werken. Ik ging zingen en mediteren. En weer werd ik gesteund door mijn man. We zijn nog altijd heel gelukkig samen.

Krijnie werd een vriendin. Ik zorgde dat zij na haar dood een plekje kreeg in het Vrouwen­lexicon.”

Antoinette de Booys-Eijkhout: ‘Mijn ouders vonden de huishoudschool goed genoeg voor mij.’
 Beeld Hanne van der Woude
Antoinette de Booys-Eijkhout: ‘Mijn ouders vonden de huishoudschool goed genoeg voor mij.’Beeld Hanne van der Woude

‘De Vos gaf me meer een gevoel van eigenwaarde’

Antoinette de Booys-Eijkhout (71), moeder van vier, onder wie Floor de Booys. Woont in Nijmegen met haar man Jan. Werkte vanaf haar 43ste.

“Mijn ouders vonden de huishoudschool goed genoeg voor mij. Toen ik dat echt niet wilde, mocht ik naar de mulo. Ik voelde me altijd erg betrokken bij maatschappelijke vraagstukken. De Vos-cursus gaf me inzichten in mijn situatie als vrouw met weinig opleiding en mogelijkheden. Mijn man heeft me aangemoedigd want hij zag dat ik niet gelukkig was.

In 1979 heb ik een toelatingsexamen gedaan voor de hbo-opleiding Sport en Spel aan de Kopse Hof in Nijmegen. Ik slaagde en ging parttime studeren. Ik voelde me ergens bij horen door het contact met studiegenoten. Ik ging een middag en aansluitend een avond naar de opleiding.

Na één jaar bleek het toch niet de opleiding te zijn die bij me paste. Ik ben gestopt en we kregen in 1983 nog een vierde kind.

Na verloop van tijd merkte ik weer dat het huishouden en thuiszitten me benauwden. Toen mijn jongste kind zeven was, ben ik begonnen met een driejarige deeltijd opleiding sociale dienstverlening.

Dat was wat ik wilde.

Ik ging in het tweede jaar stage lopen bij Sociale Zaken in Nijmegen. Ik heb mijn opleiding afgemaakt en ben daar in 1993 gaan werken als consulent.

Ik was 43 jaar en werd kostwinner. Ik heb tot mijn 65ste bij Sociale Zaken in Arnhem gewerkt.

De Vos-cursus heeft me destijds zeker gestimuleerd om mijn situatie te veranderen. En heeft me meer gevoel van eigenwaarde gegeven. Daar pluk ik nog steeds de vruchten van. Ik heb nog altijd contacten met oud-collega’s én een pensioen.”

Lees ook:

Feministen van toen in gesprek met de huidige generatie: ‘De vrouwenstrijd is pas net begonnen’

Vijftig jaar na de oprichting van de Dolle Mina’s staan vrouwen en mannen nog altijd op de barricaden. Twee Dolle Mina’s en twee feministen van nu over hun strijd.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden