Interview Wetenschap

Psychiater Joeri Tijdink helpt wetenschappers van hun publicatieverslaving af

Beeld Hollandse Hoogte

Veel academici gaan gebukt onder werkdruk en stress. Ze zijn misschien geholpen met de adviezen van psychiater Joeri Tijdink.

De wetenschap is prachtig. Dat vertellen wetenschappers ook graag. Maar ze hebben het zelden over het lijden dat hun werk ook is.” Joeri Tijdink wil dat ze wel over dat lijden praten, om er vervolgens iets aan te doen. Tijdink is wetenschapper én psychiater en hij heeft verscheidene wetenschappers op zijn sofa gehad, voor zijn onderzoek en voor het boek dat hij nu heeft gepubliceerd: ‘Wetenschapper op de sofa’.

‘Hoe te overleven op de universiteit’, is de ondertitel van het boek. Het bevat allerlei tips om met problemen op de academische werkplek om te gaan. Tips die je evengoed voor andere werkplekken kunt geven en die soms de trekken hebben van een open deur. “Ja”, zegt Tijdink, “er zitten open deuren tussen, maar veel mensen zijn vergeten dat die open staan. Zorg goed voor jezelf, ga sporten, lunch met je collega’s en niet in je eentje achter de computer; allemaal open deuren, maar wel belangrijk! Ik kon ze niet weglaten.”

Verfrissend is het perspectief van de psychiater. Er wordt heel veel gepraat en geschreven over de academische werkdruk, over hoe nodig het is dat wetenschappers anders beoordeeld, gewaardeerd en beloond gaan worden. Het is een actueel onderwerp, omdat de problemen zich torenhoog opstapelen. Zo hoog, dat veel jonge, getalenteerde mensen de wetenschap verlaten.

Eerste publicatie

In die discussie gaat het vooral over het systeem. Over steeds meer studenten die er zijn per docent, omdat het onderwijsbudget geen gelijke tred houdt met de instroom. Over jonge onderzoekers die lang met de onzekerheid van tijdelijke contacten moeten leven voor ze een vaste aanstelling krijgen, áls ze die al krijgen. Over de druk zoveel mogelijk te publiceren, en liefst in toptijdschriften. Over academici die alleen maar worden beoordeeld op hun publicaties, en niet op alle andere dingen die ze doen, zoals onderwijs geven.

Het boekje van Tijdink is geen aanklacht tegen dat systeem, maar een gids om er te overleven. Natuurlijk komt de publicatiedruk ter sprake, maar ook de publicatieversláving. Het systeem eist zoveel mogelijk publicaties, maar wetenschappers doen dat zelf ook. De eerste keer dat een artikel van jouw hand wordt gepubliceerd, is een kick. Tijdink heeft het zelf ervaren: “Ik weet nog precies wat ik aan het doen was – de poes van de buren te eten geven – toen de acceptation letter in mijn mailbox binnenkwam. Ik voelde trots, enthousiasme, blijdschap, optimisme, erkenning en opluchting. Ik dacht meteen: dit wil ik vaker.”

De kick van die eerste publicatie kan leiden tot klassiek verslavingsgedrag, zegt Tijdink, dat je dus ook als een verslaving moet behandelen. Dat betekent dat de patiënt zich eerst bewust moet worden van zijn verslaving, de wil moet krijgen om er iets aan te doen, de stap zetten naar verandering, en dan volhouden. “Je kunt ook cold turkey proberen te stoppen”, schrijft Tijdink, “maar als dat niet lukt, kun je hulp zoeken bij een therapeut. En als je ook daar niet in slaagt, overweeg dan om jezelf te laten opnemen in een afkickkliniek.”

Publicatiedruk en publicatieverslaving behoren tot de acht symptomen die de psychiater ziet in het academisch bedrijf. Andere symptomen zijn minder exclusief voor de academie en komen ook elders voor, zoals uitputtingsverschijnselen (burn-out), een gebrek aan schouderklopjes, en slechte begeleiding.

Angst om te falen

Angstcultuur is er ook een die elders voorkomt, maar hij heeft in de academie eigen trekken. Dat heeft volgens Tijdink te maken met twee factoren: perfectionisme en hiërarchie. Een beetje perfectionisme is gezond, maar een overmaat kan leiden tot faalangst, teleurstellingen, en een vernietigd zelfbeeld. Dat kan gemakkelijk gebeuren omdat wetenschap vraagt om grondigheid, exactheid, methodisch werken en discipline. De hoge eisen die wetenschappelijke arbeid stelt hebben hun keerzijde, zegt Tijdink: “Er is nauwelijks een plek te verzinnen waar mensen banger zijn om fouten te maken dan op een universiteit.”

Zijn belangrijkste medicijn is een mengsel van zelfspot (“een beetje plezier om je eigen angst doet wonderen”), blootstelling (“durf fouten te maken, durf een manuscript te schrijven waarvan de bronnen nog niet goed zijn gecontroleerd”) en genieten (“als je geniet, hangen je hoge eisen minder zwaar om je nek”).

Hiërarchie is een dominante factor. De academie is een wereld van rangen en standen, onderaan beginnend bij de promotieonderzoekers – volgens Tijdink de eigenlijke sterren van de universiteit – die zich drie slagen in de rondte werken aan onderzoek dat door een hoogleraar is bedacht, tot aan de decaan, die zich als het goed is ten dienste stelt van zijn faculteit, maar in de slechte gevallen vooral bezig is met zijn eigen positie. Net als perfectionisme, voedt hiërarchie de angst om te falen.

Hoe lastig ook, probeer een gelijkwaardige relatie op te bouwen met je hoogleraar, adviseert de psychiater, misschien waardeert hij dat wel. En probeer vriendjespolitiek aan de orde te stellen als je er last van hebt.

Maar Tijdink raadt ook aan de hiërarchische verhouding in de academie te accepteren. “Ik heb dit boekje geschreven voor individuen en een individu kan die hiërarchie niet veranderen. Hij kan wel zichzelf zo veranderen dat hij met daarmee kan omgaan.” Voor jonge onderzoekers betekent dat: beseffen dat je afhankelijk bent van de mensen boven je.

Narcisme

Eenzelfde recept geeft Tijdink bij narcisme, het opgeblazen gevoel van eigenwaarde. Narcisme komt bij wetenschappers veel voor. Het kan hen tot grootse wetenschappelijke prestaties brengen, maar met narcisten samenwerken, is hopeloos: “Ze verwachten ook van hun trouwe collega’s blijvende bewondering, maar juist die collega’s bewonderen hen allang niet meer.” Het advies: blijf rustig, geef complimentjes want daar veert de narcist van op, en zorg dat je zo weinig mogelijk met hem hoeft samen te werken. “Verwacht geen empathie of naastenliefde, en al helemaal geen gelijkwaardige relatie. Voor een narcist is er maar een die op de eerste plaats staat, en dat is hij toch echt zelf.”

Joeri Tijdink, Wetenschapper op de sofa, Hoe te overleven op de universiteit, uitg. Vesuvius, Amsterdam, 106 blz., € 17,90.

Lees ook:

Universiteiten moeten met een plan komen om de werkdruk van wetenschappers te verlichten

De universiteitsmedewerkers zien hun werkdruk nog steeds oplopen, bleek afgelopen maart uit onderzoek van vakbond FNV. 

Burn-out: als het te zwaar wordt om iemand te zijn

Te veel stress of een te hoge werkdruk wordt vaak als oorzaak aangewezen voor een burn-out. Maar volgens cultuurfilosoof Maarten Coolen is er iets anders aan de hand. ‘Een burn-out treedt op als je het verhaal over je eigen identiteit niet meer kunt volhouden.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden