InterviewPaul Rosenmöller

Paul Rosenmöller (VO-raad) vindt het openhouden van de scholen een dapper besluit

Paul Rosenmoller. Beeld ANP
Paul Rosenmoller.Beeld ANP

‘Onderwijs vinden we belangrijker dan de risico’s van het virus’, zegt Paul Rosenmöller opgelucht bij zijn vertrek als voorzitter van de koepel van middelbare scholen VO-raad.

Laura van Baars

De scholen open houden was afgelopen vrijdag een ‘dapper’ besluit van het kabinet, vindt Paul Rosenmöller. Hij is blij dat als hij dinsdag na acht jaar vertrekt als voorzitter van de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs (de VO-raad) de scholen niet in lockdown zitten. “Het kabinet heeft met deze afweging van belangen ondubbelzinnig duidelijk gemaakt dat het onderwijs belangrijk vindt, ondanks dat het open houden van de scholen mogelijk tot extra besmettingen leidt.”

Er is wel een moment geweest dat Rosenmöller afgelopen week dacht: oei, het zal toch niet weer misgaan? Dat was toen OMT-leden als Diederik Gommers pleitten voor een harde lockdown. En Rosenmöller sluit nog steeds niet uit dat schoolsluiting nu helemaal van tafel is. “Op dit moment denkt het kabinet dat het pakket maatregelen genoeg is om het virus in te dammen. Maar we leven in onzekere tijden. Enerzijds is de situatie nu anders dan vorig jaar omdat zoveel mensen gevaccineerd zijn, anderzijds steekt nu weer een Zuid-Afrikaanse variant de kop op. Een verlengde kerstvakantie is nog altijd niet uitgesloten.”

Als er dit jaar toch nog een verlengde kerstvakantie komt, herhaalt de geschiedenis zich. Vorig jaar gingen de scholen op 14 december allemaal dicht...

“En we weten allemaal hoe lang dat geduurd heeft... Het voortgezet onderwijs ging pas op 2 juni weer helemaal open. Het zwaartepunt van de besmettingen op scholen ligt nog niet achter ons. Er zijn nog steeds veel leraren die zich zorgen maken, bijvoorbeeld omdat hun leerlingen niet gevaccineerd zijn. Met beschermingsmiddelen en looproutes kunnen we hier aan tegemoet komen. Maar scholen zijn niet aan het onmogelijke gehouden: als er teveel mensen ziek worden en je de vervanging vanwege het lerarentekort niet rond krijgt, moet de school wel dicht. Het uitgangspunt is nu alleen dat we zo’n besluit niet nemen als generieke maatregel voor alle scholen tegelijkertijd. Ik hoop dat dat zo blijft.”

Vorige week riep u op tot een boosterprik voor leraren, maar daar geeft het kabinet geen gehoor aan. Is dat erg?

“De minister zegt tegen ons: alle zestigplussers kunnen een boosterprik krijgen. Zij zijn het meest kwetsbaar. Maar als wij dan vragen wanneer die boosterprik er precies komt, blijft dat onduidelijk. Dat is erg teleurstellend. We denken dat zeker nu voor de scholen zo’n moeilijk besluit is genomen om ze open te houden, je het onderwijs als een bijzondere sector moet beschouwen. De essentie is dat er in de klas veel contact is tussen mensen. Dat rechtvaardigt voorrang voor de leraren bij een boosterprik, zeker voor hen die langer dan een half jaar geleden zijn gevaccineerd.”

Wat hoort u van scholen over hoe het nu gaat?

“Dat het gedrag van leerlingen is veranderd dit schooljaar, zeker bij de tweede en derde klassers, horen we veel. Er zijn gedrags- en sociaal-emotionele problemen, en die vragen veel van docenten, onderwijsondersteunend personeel en schoolleiders. Op de ene school was altijd al veel aandacht voor zaken als persoonsvorming en socialisatie van leerlingen, de andere is van nature meer gericht op kennisoverdracht. Je ziet dat op veel scholen nu naar een nieuwe balans gezocht moet worden: pas als leerlingen goed in hun vel zitten kun je met de lesstof wat bereiken. Tel daarbij op dat Nederlandse leerlingen, pijnlijk maar waar, niet behoren tot de meest gemotiveerde leerlingen van Europa. Dat maakt het tot een zware opdracht.”

Paul Rosenmoller. Beeld ANP
Paul Rosenmoller.Beeld ANP

Wat denkt u, krijgen we de tieners uiteindelijk weer bij de les?

“Ik ben onder de indruk van hoe leraren gericht zijn op de ontwikkeling van hun leerlingen. In zo’n crisis zie je dat ze zich nog betrokkener gaan voelen. Per leerling willen ze zien: waar sta je? Ik neem daar mijn petje voor af.”

Is dat de oplossing, op individueel niveau kijken naar wat een leerling nodig heeft? Maatwerk in het onderwijs is wel iets waar u al sinds uw aantreden bij de VO-raad in 2014 in gelooft hè?

“Ik heb ooit eens een leerling horen zeggen: als ik later groot ben, draag ik waarschijnlijk niet hetzelfde pak als mijn klasgenoten, rijd ik niet in dezelfde auto en heb ik niet dezelfde vriendin. Waarom moet ik dan wel hetzelfde onderwijs volgen? Ik denk dat om die motivatie van leerlingen aan te pakken, het heel belangrijk is om aandacht te hebben voor de specifieke talenten van ieder kind. Op scholen denkt veel personeel daar ook zo over. Daarbij gaat het overigens niet om individualisering van het onderwijs; de school blijft altijd een gemeenschap. Je ziet steeds meer ruimte komen voor leerlingen om iets extra’s te doen. Bijvoorbeeld een jongere die havo/vwo volgt, maar ook een paar uur mag meedraaien bij praktijkvakken. Of natuurlijk, en daar heb ik me al jaren hard voor gemaakt, het aanbieden van een maatwerkdiploma: een mogelijkheid om op verschillende niveaus eindexamen te doen.”

Rosenmöller houdt voor zijn computerscherm (bij de VO-raad werkt men alweer twee weken vanuit huis) een velletje omhoog. “Dit overzicht heeft mij altijd gefascineerd: een cito-meting van vmbo-leerlingen op het gebied van rekenen, wiskunde, Nederlands, Engels, noem maar op. Wat je ziet is dat een vmbo-leerling op allerlei vakken zo verschillend scoort. Een kind op de vmbo-afdeling van basis/kader, kan voor sommige vakken het niveau van vmbo-t aan, of zelfs havo of vwo. Waarom doen we daar niks mee?”

Vanaf het begin bij VO-raad pleitte u ervoor leerlingen verschillende vakken op hun eigen niveau te laten afronden. Dat ‘maatwerkdiploma’ is nog altijd een zeldzaamheid en niet erkend in het vervolgonderwijs. Is dat niet teleurstellend?

“In het hele onderwijsstelsel zijn diploma’s natuurlijk een groot goed. Ik heb gemerkt dat in de onderbouw van middelbare scholen best veel ruimte is om leerlingen eigen talenten te laten ontplooien, maar zodra het eindexamen nadert moeten ze zich volledig op die einddoelen richten. Ik blijf mij verbazen dat het eindexamen gezien wordt als een eindpunt van een onderwijsloopbaan. Vrijwel alle middelbare scholieren stromen door naar het vervolgonderwijs. Wat je ziet is dat we nu terugredeneren vanuit het diploma. ‘Als je in 5 havo dit en dat moet weten, dan moet in de vierde zus en de derde zo.’ Dan houd je heel weinig ruimte voor wat de leerling zelf precies zoekt en nodig heeft.”

Heeft u daar een oplossing voor?

“Als we nog beter gaan samenwerken in de keten, van kinderopvang en basisscholen tot aan mbo, hbo en universiteit, dan zouden we meer mogelijk kunnen maken. Ik heb de afgelopen jaren heel hard gewerkt aan die samenwerking met onderwijssectoren en leraren. Ik denk dat dat ook goed is gegaan. Maar als je het stelsel echt wilt veranderen, en bijvoorbeeld mogelijk wil maken dat de TU Delft ook een vwo’er kan aannemen met prachtige cijfers voor bèta-vakken maar net een onvoldoende teveel voor Frans of Duits, dan moet er politiek ook anders over nagedacht gaan worden.”

Zou de pandemie een breekijzer kunnen zijn om meer politiek enthousiasme te krijgen voor maatwerk voor leerlingen?

“Corona heeft gewerkt als een soort contrastvloeistof. Motivatieproblemen, kansenongelijkheid, achterstanden op het gebied van rekenen en taal bestonden allemaal al in het Nederlandse onderwijs, maar het is nog duidelijker geworden. Ik denk in die zin wel dat de pandemie inderdaad als breekijzer kan fungeren.

Ik zie dat al gebeuren op het gebied van de vroege selectie van leerlingen. Nu bepalen we in groep 8 naar welk vervolgonderwijs ze gaan, maar wij willen dat een paar jaar opschuiven. Dat geeft meer kinderen de kans te laten zien wat ze kunnen. Ik hoop van harte dat het nieuwe kabinet hier werk van maakt en het niet blijft bij een regeltje in een coalitieakkoord van ‘we hebben de ambitie om meer brede brugklassen in te voeren’. Het gaat er niet om dat leerlingen continu samen in een brede brugklas moeten zitten. Dat kan wat ons betreft ook deels in een homogene brugklas. Bij ieder kind past wat anders. Waar het om gaat, is dat je als kabinet hierop een goede visie ontwikkelt, en er de tijd voor neemt. Als we in Nederland leerlingen pas rond hun veertiende definitief indelen op onderwijsniveau, dan vraagt dat om een stelselwijziging. In Finland hebben ze wat dat betreft in ieder geval een ding goed gedaan: een stip op de horizon gezet en daar over verschillende kabinetten heen naartoe gewerkt. Zo’n stelselwijziging heeft tien jaar nodig.”

Tien jaar... Waarom moet alles zo lang duren in het onderwijs?

“Het onderwijsveld is misschien traag. Soms lijken dingen wel in beton gegoten. Maar het is ook zorgvuldig. En corona heeft laten zien dat onderwijs razendsnel kan veranderen als de nood hoog is. Op het gebied van digitalisering is heel erg veel bereikt in korte tijd. Ik hoop dat dit vermogen om snel te veranderen een beetje aanwezig blijft in de sector, ook als het gaat om de aanpak van kansengelijkheid, het verlagen van werkdruk of het verbeteren van de basisvaardigheden van leerlingen. Dat productieve ongeduld, dat moeten we vasthouden.”

Gaat u na uw vertrek nog iets doen in het onderwijs? U vindt het vast jammer dat GroenLinks in een nieuw kabinet waarschijnlijk geen onderwijsminister kan leveren...

“Dat is hoe dan ook jammer, ongeacht wat dat voor mij persoonlijk wel of niet betekend zou hebben. Ik kijk nu vooral terug op de afgelopen jaren. Voor ik bij de VO-raad kwam werken, had ik hooguit de ervaring van de keukentafel met onderwijs. Mijn vrouw is leerkracht in het basisonderwijs, mijn dochter werkt in het vervolgonderwijs en dat deed mijn schoonzus ook. Natuurlijk was ik er als vader bij betrokken. Maar de afgelopen jaren ben ik er door al die gesprekken op scholen diep van binnen van doordrongen geraakt dat onderwijs de kurk is waar de hele samenleving op drijft. Ik ben ervan gaan houden. Ik heb gezien dat onderwijs niets anders is dan topsport. Ik zou wel willen dat de samenleving van dit besef nog breder doordrongen raakt. Dat er meer waardering en ontwikkeltijd voor de docenten komt, meer investeringen in de verbetering van het onderwijs. Dat een leraar op een feestje met trots kan vertellen over zijn beroep. Dat hij het vak in plaats van individuele sport, meer als teamsport kan ervaren.”

Rosenmöller opgevolgd door Henk Hagoort

Paul Rosenmöller (1956) is Eerste Kamerlid voor GroenLinks en voormalig fractievoorzitter van GroenLinks in de Tweede Kamer. Hij stopt op 1 december bij de VO-raad, en treedt die dag toe tot het bestuur van pensioenfonds ABP. Hij is getrouwd en vader van vijf kinderen.

Rosenmöller zal op 1 februari worden opgevolgd door Henk Hagoort (1965), die nu voorzitter is van het college van bestuur van hogeschool Windesheim. Hagoort was eerder voorzitter van de raad van bestuur van publieke omroep NPO en de Evangelische Omroep, en geschiedenisleraar in het reformatorisch onderwijs. Hagoort is lid van het CDA. Hij is getrouwd en vader van vier kinderen.

Lees ook:

De schooldirecteur versus de horecabaas: Wie moet als eerste in lockdown?

Schooldirecteur Jack Slangen en café-eigenaar Johan de Vos zijn eigenlijk elkaars concurrenten. Want als de scholen openblijven, krijgen andere sectoren met zwaardere coronamaatregelen te maken. Hoe kijken zij naar de keuzes van het kabinet?

Ernstige zorgen na dramatisch verlopen toetsweek. ‘Ze zijn totaal niet bezig met leren’

De toetsweek drukt middelbare scholen met de neus op de feiten: de lockdown laat zijn sporen na: de leervertraging is nog niet voorbij. Krijg tieners maar weer eens in het gareel.

‘Paultje’ Rosenmöller mocht het zeggen

Zeveneneenhalve week lag de Rotterdamse haven grotendeels plat, in de langste naoorlogse staking zonder vakbondssteun. De dokwerkers voerden veertig jaar geleden een verloren strijd tegen het net aangebroken containertijdperk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden