Passend onderwijs

Passend onderwijs werkt niet, zeggen ouders. ‘Het roer moet om’

Een schoolplein op een basisschool in Den Haag.Beeld ANP

Zestig procent van de ouders is negatief over de toepassing van passend onderwijs, blijkt uit onderzoek van Ouders & Onderwijs. Volgens de organisatie vallen te veel kinderen buiten de boot en is het systeem toe aan grondige verbeteringen.

De bedoelingen waren nobel, maar de praktijk valt vies tegen. Voor veel ouders en kinderen werkt het systeem van passend onderwijs niet goed. Kinderen die vroeger wegens leer- of gedragsproblemen op het speciaal onderwijs terecht kwamen, krijgen nu zoveel mogelijk les in een reguliere klas. Scholen kunnen ter ondersteuning van deze leerlingen subsidie aanvragen en eventueel zelfs extra personeel aantrekken.

Maar het mag niet baten: zestig procent van de ouders is negatief over de uitvoering van dit passend onderwijs, blijkt uit een rapport van belangenorganisatie Ouders & Onderwijs dat vandaag verschijnt. Van de ouders wier kind extra ondersteuning krijgt, is ruim 40 procent ontevreden. Directeur Lobke Vlaming vindt dat het tijd wordt dat de minister het roer omgooit in het passend onderwijs.

Ouders & Onderwijs sprak met duizenden ouders en deed peilingen onder een panel van ruim 800 ouders. Omdat de overheid dit jaar het passend onderwijs evalueert, staat het rapport volledig in het teken van dit onderwerp.

Voor ieder kind een passende plek

In 2014 werd het zogeheten ‘passend onderwijs’ van kracht om bureaucratie en kosten terug te dringen. Het idee was om voor ieder kind een passende plek in het onderwijs te creëren. Bij voorkeur op een reguliere school, waar nodig in het speciaal onderwijs. Aanvankelijk waren leraren enthousiast over de geest van de wet, namelijk om het aantal thuiszitters terug te dringen en leerlingen zoveel mogelijk samen naar school te laten gaan. Om dat te bereiken kwam er decentralisatie en kregen scholen zorgplicht, wat inhoudt dat scholen zelf een oplossing moeten zoeken, als blijkt dat een kind extra ondersteuning nodig heeft.

In de praktijk pakt dat vaak niet goed uit, ziet Lobke Vlaming, directeur van Ouders & Onderwijs. “Jaarlijks krijgen wij duizenden klachten van ouders. In algemene zin is het probleem: het gaat niet lekker op school, er moet iets gebeuren, maar de partijen komen er met z’n allen niet uit. Ouders komen in een bureaucratisch oerwoud terecht waarbij de betrokkenen eigenlijk best weten wat er nodig is, maar het gewoon niet geregeld krijgen. Op een gegeven moment raken zowel het kind als de ouders uit beeld en gaat het alleen nog over geld en structuren. Bij vergaderingen lijkt het steeds vaker over een dossier te gaan in plaats van over een kind van vlees en bloed.”

Volgens Vlaming zijn er allerlei onnodige bestuurlijke lagen gecreëerd. Zo wordt het geld voor passend onderwijs per regio beheerd door ‘samenwerkingsverbanden’ van schoolbesturen, die moeten zorgen dat het kind een goede plek krijgt. Er zijn er landelijk 151.

‘De regionale verschillen zijn te groot’

Die verbanden komen de efficiëntie niet ten goede, zegt Vlaming. “Ze doen het allemaal anders. De regionale verschillen zijn groot. Er komen bijvoorbeeld veel klachten uit Almere. Mensen zitten vanuit een kantoor allerlei dingen te bedenken over scholen. Wij willen het geld weer terug naar de klas, naar het opleiden van leraren. Leg de verantwoordelijkheid terug bij de school.”

In het rapport komen ouders met een aantal verbeterpunten, zoals een sterkere positie van ouders en onafhankelijk toezicht op de samenwerkingsverbanden. “Niemand weet meer van een kind dan de vader en moeder”, zegt Vlaming. “Het is raar dat de inbreng van ouders vaak genegeerd wordt of dat ouders weggezet worden als lastige onderwijsconsumenten. En als je er niet uitkomt, is er geen onafhankelijk steunpunt waar je terecht kunt.”

In de loop van het jaar verschijnen er nog verschillende onderzoeken over passend onderwijs, waar minister Slob (onderwijs) zich na de zomer over zal buigen. Vlaming hoopt dat hij de ontevredenheid onder ogen ziet en bereid is om het roer om te gooien. “Daadkrachtig optreden is nodig om te zorgen voor een echte verandering.”

Vader Erik Beelen kan er niet over uit: ‘Ze hebben er een puinbak van gemaakt’

Quirine, moeder Edith en vader Erik Beelen. Quirine liep compleet vast op school. Zij doet nu staatsexamen.Beeld Werry Crone

Hoe krijg je scholen zover dat ze een passend aanbod leveren? Die vraag leverde Erik Beelen en zijn vrouw de nodige hoofdbrekens op. Hun geadopteerde dochter Quirine (16) had het moeilijk op school en kwam keer op keer thuis te zitten. Beelen kreeg het gevoel dat docenten en directeuren zijn dochter, in plaats van haar bij de hand te nemen, liever kwijt dan rijk waren.

Quirine was voor docenten geen makkelijk meisje, erkent Beelen aan de telefoon. Haar broer ging op jonge leeftijd naar een psychiatrische kliniek vanwege zijn autisme en ADHD. Dat maakte indruk. “We hebben een complexe thuissituatie”, zegt hij. “Mijn dochter maakte dat van jongs af aan mee. Ze heeft goed doorgehad wat er allemaal gebeurde. Daardoor is ze heel mondig geworden en heeft ze een groot rechtvaardigheidsgevoel.”

In groep 8 raakte ze in conflict met de leerkracht, zegt Beelen. “Quirine was erg wijs en ambitieus, maar dat werd niet gezien en niet gewaardeerd. De leerkracht hield haar heel kort en vond bijvoorbeeld dat ze op een normale manier op haar stoel moest zitten, maar zij zat met haar benen onder zich gevouwen. Ze kreeg veel straf.”

Lusteloos

Op een gegeven moment wilde Quirine niet meer naar school. “Ze sliep en at slecht, had geen motivatie meer, was lusteloos. In groep 8 heeft ze een tijdje thuisgezeten. Daarna startte ze op een gewoon vmbo. Dat ging in het begin best goed, maar ze had wel aanvaringen met docenten. Als iets voor haar gold, dan ook voor de leraren, zoals niet eten en drinken in de klas. De leraren hadden het niet makkelijk met haar.”

Na een tijdje opperde school om Quirine naar het voortgezet speciaal onderwijs (vso) te sturen. Omdat Beelen daar met zijn zoon goede ervaringen mee had - kleinere klassen, meer persoonlijke aandacht - leek dat aanvankelijk een goed idee. Maar het ging al snel van kwaad tot erger.

Quirine ging naar een vso-school in Dordrecht. “Daar hadden ze helaas de zaken niet goed op orde”, zegt Beelen. Ze kreeg een docent met weinig ervaring die na een half jaar vertrok. Een orthopedagoog moest vervolgens een ‘onderwijsondersteunend plan’ maken, maar ook die vertrok halverwege het schooljaar. Ondertussen kreeg Quirine steeds meer ‘time-outs’ waarbij ze soms uren de les niet in mocht.

Web van hulpverleners

Ze viel opnieuw uit. Quirine wilde graag naar een hoger niveau dan vmbo kader, maar dat bleek niet zomaar mogelijk. Ze werd niet simpelweg in een andere klas geplaatst, en Beelen en zijn vrouw belandden in een web van hulpverleners.

De school stelde als compromis voor dat Quirine naar een ‘ambulant leercentrum’ zou gaan. Er volgden gesprekken met een locatieleider, directie, een consulent, orthopedagoog. “Soms zat ik wel met vijf, zes man aan tafel die allemaal in een papieren brei verzandden”, zegt Beelen. “Het voelde als een soort macrameeën voor gevorderden.”

Beelen heeft best veel geduld, zegt hij. “Maar met mijn dochter hebben ze er echt een puinbak van gemaakt. De term passend onderwijs dekt de lading absoluut niet. Ze deden er eerder alles aan om haar te lozen en door te schuiven. Er werd al snel aangestuurd op vrijstelling van leerplicht. Dat werd tussen neus en lippen door genoemd door een leerplichtambtenaar en een directeur. Ik dacht: hoe kan dat nou? Ik wil helemaal geen ontheffing aanvragen. Mijn dochter wil graag naar school en haar diploma halen.”

Na jaren van duwen en trekken zonder bevredigende oplossing heeft Beelen geregeld dat Quirine staatsexamens mag doen. Daar zit ze nu middenin. Als ze vijf certificaten haalt, mag ze na de zomer instromen op een mbo in Rotterdam. Ze wil een opleiding tot gespecialiseerd pedagogisch medewerker volgen. “Haar geworstel heeft van Quirine een hulpverlener in de dop gemaakt”, zegt Beelen. “Ze wil er alles aan doen om te voorkomen dat kinderen moeten meemaken wat zij zelf heeft meegemaakt.”

Lees ook:

Passend onderwijs levert minder op dan gedacht

Het ‘passend onderwijs’, ingevoerd in 2014 om kosten en bureaucratie terug te dringen, heeft minder opgeleverd dan gedacht. Dat blijkt uit een langlopende evaluatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden