Thuisonderwijs

Opeens hebben wel erg veel ouders een essentieel beroep: de noodopvang zit tjokvol

Leerlingen op de noodopvang van een basisschool in Den Haag.  Beeld ANP
Leerlingen op de noodopvang van een basisschool in Den Haag.Beeld ANP

Een deel van de ouders brengt hun kind wel erg makkelijk naar de noodopvang, signaleren basisscholen. Het leidt tot extra druk op leerkrachten, die óók moeten zorgen voor afstandsonderwijs en kwetsbare leerlingen.

Basisscholen worstelen met ouders die hun kinderen wel erg gemakkelijk naar de noodopvang brengen. Schooldirecteuren zien parttime werkende ouders die hun kind fulltime naar school sturen, en thuiswerkende vaders en moeders die het begrip ‘cruciaal beroep’ maximaal oprekken. Ook geven ouders met cruciaal werk hun kroost vaker op dan voorheen. Het leidt tot overvolle noodopvang, extra druk op leraren en frustratie bij schooldirecteuren, blijkt uit een rondgang.

“In het voorjaar kwamen alleen de kinderen naar school voor wie ouders echt geen andere optie zagen”, zegt bestuursvoorzitter Ewald van Vliet van Lucas Onderwijs, een stichting met 46 basisscholen in en om Den Haag. Dat is nu niet meer het geval. “Scholen voeren veel meer discussies. Een ouder die bij een slijterij werkt, werkt in principe in de voedselindustrie en heeft dus een cruciaal beroep. Maar daar gaan de wenkbrauwen wel van omhoog, het is wat wonderlijk.” Scholen zien volgens Van Vliet 200 tot 300 procent meer leerlingen in de noodopvang in vergelijking met het voorjaar.

Werkgeversverklaringen ruimhartig verstrekt

Het probleem met de uit de voegen barstende noodopvang is dat leerkrachten niet tegelijkertijd afstandsonderwijs kunnen geven en noodopvang kunnen verzorgen. Scholen kampen in meer of mindere mate met te weinig personeel en een toenemende druk op leerkrachten om de boel draaiende te houden. Ze willen voorkomen dat noodopvang ten koste gaat van de kwaliteit van het afstandsonderwijs.

Directeuren vertellen over discussies met kantoormedewerkers die zeggen een cruciaal beroep te hebben omdat ze bijvoorbeeld bij een bank werken en het betalingsverkeer als cruciaal is aangemerkt, of juristen die hun kind opgeven voor de noodopvang omdat ze voor Unilever werken. Om dat voor te zijn, vragen sommige scholen om werkgeversverklaringen. Maar die worden door bedrijven ruimhartig verstrekt.

Met de rug tegen de muur

Andere scholen varen vooralsnog op de eigen inschatting van ouders. “Ik wil erop vertrouwen dat ouders alleen een appel doen op de noodopvang als het echt nodig is”, zegt bijvoorbeeld Yvonne de Haas, bestuurder van OPO Deventer (15 scholen) en Stichting DAM (3 scholen). “Maar de aantallen lopen op. We staan steeds vaker met onze rug tegen de muur.” Ouders reageren verschillend op een gesprek over de vraag of noodopvang voor hun kind echt noodzakelijk is. “Er is ook veel begrip”, benadrukt De Haas.

Ook ingewikkeld zijn de kinderen met twee ouders van wie er maar één een cruciaal beroep heeft. Zij hebben recht op noodopvang. Maar nu steeds meer ouders van die mogelijkheid gebruik willen maken, hopen scholen op een verscherping van die regel. “Dat zou helpen om het grijze gebied wat kleiner te maken”, zegt bijvoorbeeld Annemiek Dijkhuizen, bovenschools directeur voor 18 scholen van de Rotterdamse stichting Boor.

Keuzes

In de tussentijd overlegt de gemeente Rotterdam al met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties over de vraag wat er moet gebeuren als de noodopvang echt vol zit. “Op dit moment doen we een dringend beroep op ouders om alleen gebruik te maken van de noodopvang als het echt niet anders kan en als beide ouders een cruciaal beroep hebben”, zegt een woordvoerder van onderwijswethouder Said Kasmi (D66). Wordt de schoolsluiting verlengd en gaan nog meer ouders naar de scholen kijken voor opvang, dan moeten er keuzes gemaakt worden. “We willen zo goed als mogelijk voorbereid zijn, mocht die situatie zich voordoen.”

Volgens Dijkhuizen van Boor worden de kinderen met één ouder met een cruciaal beroep als eerste uitgesloten van de noodopvang, mocht het zover komen. “We willen voorkomen dat hun opvang ten koste gaan van het afstandsonderwijs en van de opvang voor kwetsbare kinderen en kinderen met twee ouders met een cruciaal beroep.”

Het ministerie van onderwijs neemt vooralsnog geen maatregelen om de drukke noodopvang te verlichten. Scholen die problemen ervaren met de noodopvang van kinderen, mogen zelf grenzen stellen en keuzes maken om de situatie toch werkbaar te houden, zegt onderwijsminister Arie Slob naar aanleiding van berichten dat de scholen de toestroom soms niet aan kunnen.

Slob erkende vrijdag dat er een aantal knelpunten zijn, maar dat “scholen nooit aan het onmogelijke worden gehouden. Ze mogen nee zeggen en grenzen stellen, in samenspraak met de ouders”. De problemen ontstaan volgens de minister onder meer omdat medewerkers uitvallen omdat ze corona hebben of omdat ze in thuisquarantaine moeten.

Een generieke maatregel om bijvoorbeeld het aantal kinderen te beperken dat in aanmerking komt voor noodopvang, is volgens Slob niet aan de orde. Hij wijst erop dat er ruim 8000 scholen zijn. Op een aantal daarvan zijn knelpunten maar de scholen hebben genoeg ruimte om de opvang naar eigen inzicht in te vullen en aan te passen. Ze kunnen daarbij ook ondersteuning krijgen, aldus de minister.

Lees ook:

Het is dringen bij de buitenschoolse opvang: ‘Nóódopvang is het niet meer te noemen’

Anders dan tijdens de eerste lockdown melden zich dit keer talloze ouders na de sluiting van basisscholen en kinderdagverblijven. ‘Nóódopvang is het niet altijd meer te noemen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden