ReportageLeerachterstand

Op de zomerschool werken leerlingen hun lockdownachterstand weg. Maar hoe zinvol is dat?

Nabil (16) tijdens zijn eerste dag op de Zomercampus010. Hij komt om scheikunde bij te spijkeren. Beeld Otto Snoek

Tijdens de Rotterdamse Zomercampus 010 kunnen kinderen hun kennis bijspijkeren. Het is een van de honderden programma’s die scholen deze vakantie hebben opgetuigd. Maar aan zomerscholen kleven ook risico’s, stellen deskundigen.

Kan er geen muziekje op? Lux (16) vindt het maar een kille boel, zegt ze bij de evaluatie van de eerste dag van de Zomercampus. Liever heeft ze een tafelopstelling in groepjes en de mogelijkheid om een beetje rond te lopen. Ze haalt verveeld een hand door haar lange blonde haar. “Het mag wel wat gezelliger.”

Samen met een groepje andere leerlingen zit ze deze ochtend in een ruim lokaal van scholengemeenschap Hugo de Groot in de Rotterdamse wijk Charlois. Het kolossale gebouw van gemeentearchitect Leo Voskuyl staat op een opvallend groen plein en torent uit boven de laagbouw van de haveloze volkswijk. Normaal gesproken zijn de gangen in deze tijd van het jaar uitgestorven, maar nu klinken er stemmen en voetstappen. De komende twee weken verblijven hier zo’n zestig Rotterdamse scholieren die – al dan niet met tegenzin – hun achterstanden komen wegwerken.

In de ochtend komt duurzaamheidsexpert Bas Sala iets vertellen over klimaatverandering en de opvang van regenwater. In een powerpoint laat hij oplossingen zien waarmee Rotterdam zich voorbereidt op een extremer klimaat, zoals de door hemzelf ontworpen ‘slimme regenton’ en groene daken. Zijn presentatie moet de leerlingen inspireren voor hun ‘challenge’ rond klimaatadaptatie, waarover ze straks een werkstuk gaan maken.

De leerlingen komen van verschillende scholen en moeten deze eerste dag nog een beetje aan elkaar wennen. “Ik ken niemand hier”, zegt Nabil (16) van het Montessori Lyceum met een verlegen glimlach. “Mijn tante had me opgegeven. Ik moet wat stof inhalen, vooral voor scheikunde.”

Zakaria (16) van het islamitische Avicenna College wil werken aan wiskunde, zegt hij. “Ik ben hier vrijwillig. Het is goed om hier te zijn, want anders had ik gewoon geslapen.”

Het programma op Hugo de Groot is bedoeld voor havisten en vwo’ers die komend schooljaar eindexamen doen. Iedere leerling mocht één vak opgeven waarin hij of zij wil bijspijkeren. Daarnaast is er een ‘challenge’ rond een grootstedelijk thema, zoals diversiteit of klimaatverandering.

Duurzaamheidsexpert Bas Sala geeft les over klimaatverandering.Beeld Otto Snoek

Het programma is onderdeel van de Zomercampus010, een initiatief van de gemeente Rotterdam. Op scholen en in wijkcentra is van 20 juli tot en met 28 augustus plek voor 6000 leerlingen uit het basis- en voortgezet onderwijs. Met allerlei activiteiten wil Rotterdam leerlingen ‘op een niet-schoolse manier’ een duwtje in de rug geven.

De eerste dag valt een beetje tegen, vindt Lux. Ze komt om economie bij te spijkeren, maar blijkt nu ook een werkstuk te moeten maken over de vraag hoe Rotterdam zich kan voorbereiden op klimaatverandering. Het is bedoeld als voorzetje voor het profielwerkstuk, maar dat heeft Lux afgelopen schooljaar al in de steigers gezet. “Mijn werkstuk gaat over de baggerindustrie”, zegt ze. “Ik wist niet dat we op de zomercampus óók een werkstuk moesten maken. Daar zit ik niet op te wachten.”

Het is nog zoeken

Het is nog een beetje zoeken, geeft directeur Bram van Welie toe. Het programma is in korte tijd in elkaar gezet door The Next School, een stichting die docenten en mensen uit de beroepspraktijk bij elkaar brengt. “De gemeente Rotterdam wil snel daadkracht tonen met deze zomercampus”, zegt Van Welie. “Dat begrijp ik en vind ik goed, maar er kleven ook nadelen aan. In de haast kunnen er ook slechte zomerscholen en bijspijkerprogramma’s ontstaan, met stigmatiserende activiteiten als rappen en streetdance, waar kinderen eigenlijk niets aan hebben. Wat ons betreft is deze zomerschool slechts een opstapje naar een structureel programma voor bijscholing. De echte leerachterstanden worden volgend schooljaar pas duidelijk.”

Leerlingen tijdens de Zomercampus010.Beeld Otto Snoek

Rotterdam is niet de enige stad die volop inzet op zomerscholen. Nu kinderen door de coronacrisis maanden thuis hebben gezeten, hebben velen een leerachterstand opgelopen. Zeker in grote steden als Rotterdam en Amsterdam nam de kansenongelijkheid toe.

Volgens de Onderwijsraad, een belangrijk adviesorgaan van de regering, lijkt de coronacrisis bestaande verschillen te vergroten en worden leerlingen en studenten die al kwetsbaar waren en extra aandacht vroegen, nu extra hard geraakt. De raad maakt zich vooral zorgen om leerlingen die thuis weinig ondersteuning krijgen.

Om de groeiende kansenongelijkheid aan te pakken, hebben Nederlandse basis- en middelbare scholen in totaal 516 zomerprogramma’s opgetuigd, blijkt uit cijfers van DUS-I, de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen. Ze konden daarvoor een speciale subsidie aanvragen bij het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap (OCW), dat 244 miljoen euro extra in het basis- en voortgezet onderwijs pompt om achterstanden in te halen.

De programma’s variëren van enkele dagen tot weken en zijn vaak een combinatie van traditioneel bijspijkeren en activiteiten, zoals een bezoek aan sportclubs, bibliotheken of musea. 

Niet onderbouwd

De intenties zijn goed, maar deskundigen maken zich zorgen over de kwaliteit van de uitvoering en de haast waarmee programma’s uit de grond zijn gestampt. “Op papier is het een goed idee. Maar veel programma’s zijn volstrekt niet met wetenschappelijke kennis onderbouwd en leveren dus geen bijdrage aan de bestrijding van achterstanden”, zegt Arjen Scholten. Hij is projectleider bij Vinci, een organisatie die zich inzet om achterstandsleerlingen vooruit te helpen. Zijn argwaan is gebaseerd op het verleden, zegt hij. In 2009 kwam de overheid met een subsidieregeling voor ‘onderwijstijdverlenging’, waarmee scholen extra lessen konden inrichten voor leerlingen die daar behoefte aan hadden. “Daarvoor werden miljoenen ter beschikking gesteld. De gedachte was: meer onderwijs is beter. En dat was het. Toen de Universiteit Maastricht na vier jaar onderzocht wat de opbrengst was, bleek die nul te zijn. Mijn zorg is dat dat opnieuw gaat gebeuren.”

Vinci adviseert ook OCW bij de aanpak om onderwijsachterstanden weg te werken. Bij het verstrekken van de subsidies is het ministerie niet kritisch genoeg, vindt Scholten. Basis- en middelbare scholen hebben tot dusver 1481 subsidieaanvragen ingediend voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s. Die zijn allemaal gehonoreerd, blijkt uit gegevens van DUS-I. In totaal krijgen de scholen ruim 69 miljoen euro. “Over die aanpak heb ik wel zorgen”, zegt Scholten. “Er zouden meer inhoudelijke voorwaarden aan de subsidies verbonden moeten zijn. Veel van die subsidies zijn weggegooid geld.”

De Rotterdamse rector Bram van Welie onderschrijft die zorgen. “De coronacrisis accentueert een kloof die er al was: tussen kinderen van ouders die allerlei extra dingen regelen, en kinderen die thuis weinig of geen ondersteuning krijgen. Het is zaak om nu de krachten te bundelen, anders dreigt de kansenongelijkheid juist verder toe te nemen. We moeten niet inzetten op kwantiteit, maar vooral de goede dingen doen.” Wat zijn de goede dingen? Volgens Iliass El Hadioui, als onderwijssocioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit en de Vrije Universiteit, moet een effectieve zomerschool vooral een mix van activiteiten bieden en kinderen in staat stellen om ‘succes­ervaringen’ op te doen.

Dat is lang niet overal het geval, ziet hij. “Ik zie twee uiterste reflexen. Enerzijds zijn er zomerscholen die heel dicht op het onderwijsproces zitten en vooral focussen op taal en rekenen. Dat is een soort continuering van bijles. Anderzijds zie je veel brede, maatschappelijk vormende activiteiten die niet direct te maken hebben met onderwijs.”

Beide uitersten zijn niet wenselijk, zegt El Hadioui. et is zaak om een mengvorm te creëren waarbij succeservaringen en positieve feedback centraal staan. “Maar scholen moeten er wel voor waken om te hoge verwachtingen te hebben van zomerprogramma’s. De belangrijkste gelijkmaker voor kinderen uit kapitaalarme gezinnen is het werken aan kwalitatief betere lessen tijdens de normale school­weken ná de zomerschool.”

Waar scholen ook voor moeten waken, zijn activiteiten die een slachtofferhouding oproepen, zegt hij. “Leerlingen moeten niet het gevoel krijgen dat ze deze zomer een programma moeten doen omdat ze het anders niet redden of iets verkeerds hebben gedaan. Dat risico ligt op de loer.”

Volgens El Hadioui moeten scholen hun programma’s meer baseren op wetenschappelijk beproefde interventies en duidelijke doelen stellen. Ze kunnen de aanpak van leerachterstanden beter in een ‘schoolse omlijsting’ plaatsen in plaats van allerlei losse zomerprogramma’s uit de grond te stampen. “Hoe goed bedoeld ook: een groot aanbod van wisselende kwaliteit kan de kansenongelijkheid juist vergroten in plaats van verkleinen.”

Mentoren Selma en Nora begeleiden leerlingen tijdens de Zomercampus010.Beeld Otto Snoek

Een ander risico is dat de zomerscholen kinderen iets leren dat niet aansluit bij hun reguliere programma of daar zelfs tegen indruist, zegt onderwijsdeskundige Arjanne Hoogerman van uitgeverij Malmberg. “Er is nu veel subsidie beschikbaar. Je ziet dat commerciële partijen daarop inspringen. Squla is een grote aanbieder van bijspijkerprogramma’s. Zij doen dingen op een bepaalde manier, maar dat is niet altijd dezelfde manier als de school. Dat is niet wenselijk: een zomerprogramma moet aansluiten bij de eigen school. Anders zitten kinderen dubbel te leren of raken ze in de war.”

Een dip in de zomervakantie

Het is belangrijk dat straks wordt onderzocht welk netto resultaat de honderden programma’s daadwerkelijk opleveren, zegt Hoogerman. “We weten uit onderzoek dat kinderen in de zomervakantie altijd een dip hebben. De leesscores gaan twintig procent omlaag. Bij rekenen en spelling zelfs dertig procent. Ik zou graag willen weten: zien we straks dankzij al deze programma’s een mindere dip? En daarnaast: moeten we leerlingen niet ook gewoon hun vakantie gunnen?”

In Rotterdam zijn de leerlingen op deze zonnige zomerdag niet onverdeeld enthousiast in hun vrije tijd iets te doen aan hun ‘coronadip’. Na de presentatie van duurzaamheidsexpert Sala komen ze in groepjes bij elkaar om te brainstormen over een onderzoeksvraag voor hun werkstuk.

In een hoek van het lokaal buigt Lux zich met twee jongens over haar werkboek. “Ik heb een slecht jaar achter de rug”, zegt Sven (17), die naar 6 vwo gaat en daarna naar de theaterschool wil. “Ik ben sowieso langzaam met schoolwerk, en al voor corona verloor ik mijn motivatie. De lockdown hielp daarbij niet. Gelukkig ben ik kantje boord overgegaan. Ik ben nu hier om mijn wiskunde op te halen.”

Sven vond het programma vandaag wel interessant, maar zijn buurman Robin (17) vindt het allemaal maar niks. “Ik moet hiernaartoe van mijn moeder”, zegt hij. “Ik heb ADHD en tijdens de coronatijd heb ik niets aan school gedaan.” Als de mentor vraagt of hij na vandaag toch een voldaan gevoel heeft, schudt hij wild zijn hoofd. “Ik heb pas een voldaan gevoel als ik de hele dag thuis heb gezeten. Met minimaal anderhalve zak chips.”

Lees ook:

Coronacrisis treft kwetsbare wijken én gemeenten onevenredig hard

Om bewoners van kwetsbare wijken te helpen en de groei van de maatschappelijke tweedeling te stoppen, vragen vijftien burgemeesters het kabinet om 1,25 miljard euro. Zelf kunnen zij dat geld niet ophoesten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden