null

ReportageNijmegen

Op de nieuwkomersschool leren Afghaanse kinderen razendsnel: ‘Hier kun je echt iets betekenen’

Beeld Koen Verheijden

Overal in het land verrijzen nieuwkomersschooltjes voor de Afghaanse kinderen die deze zomer met hun ouders naar Nederland vluchtten. In een paar weken zijn die uit de grond gestampt. ‘Het is ongelooflijk hoe gauw we hier dingen bereiken.’

Sterre van der Hee

Op het schoolplein van basisschool De Boomgaard in een Nijmeegse nieuwbouwwijk denderen twee Afghaanse jongetjes rond op een trapkar. Met een flinke dreun komen ze tot stilstand tegen een speeltoestel. Er volgt geschater. “In het begin hadden ze nog niet zoveel lol”, zegt schooldirecteur Harrie Clemens. “Ze waren vooral aan het knokken. Deze kinderen hebben we moeten leren spelen.”

In het gebouw van de basisschool kregen in het verleden slechts honderd Nederlandse kinderen les, maar sinds vorige maand draait er ook een haastig opgericht schooltje met 180 Afghaanse vluchtelingenkinderen. Ze komen uit gezinnen die de laatste maanden uit Afghanistan zijn geëvacueerd en die nu veelal in de tentennoodopvang van asielzoekerscentrum Heumensoord verblijven.

Een touringbus brengt ze ’s ochtends naar de nieuwkomersschool, zo’n twintig minuten rijden.

Het is niet het enige schooltje dat de laatste tijd ad hoc is opgericht: zeker twintig scholen voor Afghaanse kinderen schoten uit de grond, verdeeld over het land. Dat was nodig, want door het conflict in Afghanistan kwamen fors meer Afghaanse vluchtelingen naar Nederland. Dit jaar deden 1918 Afghanen een eerste asielaanvraag. Ter vergelijking: in heel 2020 waren dat er 389.

Omdat ze vaker met het hele gezin komen en Afghaanse gezinnen doorgaans groot zijn, is het percentage kinderen in de vluchtelingenstroom bovengemiddeld; normaal is het zo’n 10 procent, nu 20 tot 30 procent.

Binnen drie à vier weken was er een schooltje

Europese regels bepalen dat de kinderen zo snel mogelijk naar school moeten: in elk geval binnen drie maanden, liefst sneller, want de Nederlandse leerplicht geldt ook voor kinderen uit vluchtelingengezinnen.

De verantwoordelijkheid voor het onderwijs ligt bij gemeenten. “Kinderen hebben recht op één jaar nieuwkomersonderwijs, daarna moeten ze instromen op een gewone school”, zegt Clemens. “Dat is wel ambitieus, zeker als een kind al elf is. Soms wordt die periode dan verlengd.”

Met een team van betrokkenen stampte Clemens de school in Nijmegen in drie à vier weken uit de grond. Het was dan ook niet zijn eerste keer: in 2016, toen veel vluchtelingenkinderen uit Syrië en Eritrea in Nederland belandden, had hij ook een tijdelijke school opgebouwd. “Toch was het even spannend”, zegt hij. “Je moet docenten werven, lesmateriaal regelen, en de leraren moeten in ijltempo scholing krijgen.”

Hij verdiepte zich in de doelgroep. “In Afghanistan is de schoolcultuur heel hiërarchisch en prestatiegericht. Wij wilden die factor niet laten meewegen, dus plaatsten we kinderen van zeven jaar bij kinderen van acht en negen. Door dat natuurlijke verschil hopen we het prestatie-element zoveel mogelijk te vermijden.”

De kinderen zingen vrolijk een Nederlands opruimliedje

Toch zijn niet alle cultuurverschillen te voorspellen, zo bleek bij de eerdere nieuwkomersschool in 2016. “Docenten ontdekten toen dat de toiletten aan het eind van de dag telkens vuil waren”, zegt Clemens. Wat bleek: de kinderen dachten dat ze wc’s moesten gebruiken als hurktoilet en hurkten dus met hun voeten op de bril. “Nu zijn er onderwijsondersteuners die kinderen leren hoe je onze wc’s gebruikt. Het is voor ons ook learning by doing.”

null Beeld Koen Verheijden
Beeld Koen Verheijden

Op school krijgen de leerlingen vooral taalonderwijs. Er zijn cijfers aan de muren, lettertekeningen op het bord en velletjes met sierlijke klinkers aan de ramen. In een klaslokaal verderop zingen kinderen al vrolijk een Nederlands opruimliedje mee. “Het is ongelooflijk hoe gauw we hier dingen bereiken”, zegt Clemens. “Deze kinderen hebben nu twee weken les gehad. Ze leren razendsnel.”

Ook zijn de kinderen rustiger geworden. “Vorige week gaven ze elkaar nog duwtjes en porren. Ze waren zoekende naar onze regels en komen uit een instabiele omgeving. Nu ze de regels snappen, willen ze vooral leren en spelen. Zoals alle kinderen dat willen.”

Ondanks de gezelligheid – de herfsttafels, felgekleurde drinkbekers en klassieke pianodeuntjes uit de boxen – is het ook duidelijk dat het hier niet om onbezorgde kinderen gaat. Zoals in het lokaal van juf Agnes en juf Gonnie, waar in de hoek een bedje is gemaakt van een matje en plaids. “Soms slaapt een kind hier overdag”, zegt juf Gonnie. “In Heumensoord hebben ze vrijwel geen privacy. In de tenten kun je baby’s van andere gezinnen horen huilen.”

Een zwart bekraste tekening van een huis

Hoewel sommige kinderen meer hebben meegemaakt dan de gemiddelde volwassene, doet de school niet aan traumaverwerking, zegt Clemens. De leraren werken wel ‘traumasensitief’, maar hebben niet de intentie om voor psycholoog te spelen. “We signaleren eventuele problemen en we hebben een intern begeleider. Maar onze ervaring is dat kinderen extreem weerbaar zijn. In 2016 hadden we vierhonderd kinderen, van wie we er maar één hebben hoeven doorverwijzen naar een traumaspecialist. Hij had zijn moeder zien verdrinken tijdens de boottocht.”

Maar maakt een kind een zwart bekraste tekening van een huis, dan is dat niet direct reden om alarm te slaan, zegt hij. “Dat kan onderdeel zijn van een gezond verwerkingsproces.”

Omdat een deel van de kinderen ook wat Engels spreekt, kunnen ze soms snel wat vertellen over hun ervaringen. “De ouders zijn vaak hoogopgeleide mensen uit Kaboel”, zegt Clemens. “Een van hen was consulaatsmedewerker. Hij liet een foto zien waar hij met Mark Rutte op stond. Er schijnen ook ouders rond te lopen die generaal zijn geweest.”

Vanuit het onderwijs is de gedachte eenduidig: er moeten scholen komen en dat gaan we samen regelen. Maar waar de Nijmeegse school – gekoppeld aan het azc in Heumensoord – kan rekenen op een redelijk stabiel leerlingenaantal, is dat niet op alle nieuwkomersscholen het geval. Omdat asielzoekers regelmatig van het ene naar het andere azc worden verplaatst en vooraf onduidelijk is hoeveel mensen er komen, kan de organisatie van zo’n school een ingewikkelde klus zijn.

Toen was alles voor niks

Zoals in Zoutkamp, een klein Gronings dorpje waar onlangs een groep Afghaanse vluchtelingengezinnen in de opvanglocatie werd verwacht. De gemeente vroeg de plaatselijke onderwijskoepel stichting Lauwers en Eems het onderwijs te regelen. Er moesten lokalen worden georganiseerd, schoonmakers, meubels en kopieermachines.

“Alles stond klaar om te beginnen”, zegt Gerard Hiddink, bij de stichting verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering voor het basisonderwijs. Tot bleek dat de gezinnen toch verplaatsten naar een opvanglocatie in Harskamp, tweehonderd kilometer naar het zuiden. “Toen waren die voorbereidingen allemaal voor niks.”

null Beeld Koen Verheijden
Beeld Koen Verheijden

Vorige week hoorde Hiddink dat er wél weer een groep vluchtelingenkinderen komt. Wanneer, met hoeveel en hoe oud de kinderen zijn, is nog onduidelijk. “Planningstechnisch is dat lastig”, zegt hij. “Ik zeg altijd: op de beurs hebben ze meer zekerheden dan wij.”

Maar hij begrijpt de onvoorspelbaarheid wel. “Voor de mensen van het Coa is het ook moeilijk. De instroom in Ter Apel is zo groot, ze moeten noodsprongen maken. Uiteraard vinden we het vervelend, maar het allerergst is het voor de leerlingen: zij worden telkens van de ene naar de andere plek verhuisd.”

Veel leraren zijn pensionado’s; mensen met een altijd kloppend onderwijshart

Leraren vinden is nog een probleem. Ook gewone scholen worstelen hiermee. Een op de vijf scholen zou het liefst een vierdaagse schoolweek invoeren vanwege het lerarentekort, bleek uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders. Voor nieuwkomersscholen is het vacatureprobleem nog ingewikkelder: de scholen zijn tijdelijk van aard en daarmee minder aantrekkelijk voor werkzoekenden.

Het is de voornaamste redenen dat veel nieuwkomersscholen met pensionado’s werken, zegt Clemens. “Er werken hier veertig mensen, van wie drie oud-directeuren”, telt hij. “Ik ben er zelf ook één, ik ben 69.” Hij ziet dat pensionado’s juist de tijdelijkheid van het werk aantrekkelijk vinden. “Ze hebben een onderwijshart dat altijd blijft kloppen. Hier kun je echt iets betekenen. Je maakt dingen mee die je de rest van je leven niet meer vergeet. Wat dat betreft is het fantastisch werk.”

Een nieuwkomersschool oprichten vraagt al met al flink wat betrokkenheid, ziet Anko van Hoepen, vicevoorzitter van de PO-Raad, sectororganisatie voor het basisonderwijs. “Onze mensen staan in crisismodus: ze moeten opeens een school uit de grond stampen”, zegt hij. “Iedereen rent keihard, maar we merken dat een goede strandaardstructuur ontbreekt. Nu moeten de nieuwkomersscholen telkens op- en afschalen, maar je kunt mensen niet voortdurend laten wachten tot er weer kinderen komen.”

Hij pleit ervoor om scholen direct te integreren in de opvangcentra, ook als dat noodlocaties zijn. “Betrek het onderwijs aan de voorkant”, zegt hij. “Niet van: o ja, de kinderen moeten ook nog naar school. Dat gebeurt nu vaak. Op bestaande opvanglocatie kun je snel doorschakelen. Dat gebeurt in Almelo en Delfzijl, daar is het vrij snel geregeld. Je ziet dat mensen er volle bak voor kunnen gaan zonder al te veel onduidelijkheden.” Daardoor kunnen kinderen vaak sneller naar school: binnen drie tot vier weken.

Soms moeten kinderen vijf tot zes keer wisselen

Nederland moet beter beleid maken voor asielopvang en bijbehorend onderwijs, vindt Van Hoepen. “Als je zegt dat kinderen en volwassenen uit onrustige landen hierheen kunnen komen, moet je dat goed regelen. Niet op het laatste moment een noodlocatie met tenten optuigen.” Onderwijs moet klaarstaan, vindt hij. “Onderwijs is een recht en op scholen kun je veel meer bieden. Het is voor geen enkel kind goed om zes weken fulltime in een opvanglocatie door te brengen.”

De nieuwkomersschool in Nijmegen sluit per 1 januari, omdat het tentenpaviljoen op Heumensoord dan sluit. Het voornemen is om de vluchtelingen dan naar andere opvanglocaties te verplaatsen. Maar dat kan al weleens veel eerder gebeuren: vorige week oordeelden de nationale ombudsman en het College voor de Rechten van de Mens dat de opvanglocatie in Heumensoord ongeschikt en onacceptabel is, zeker nu de winter eraan komt. Mensen kunnen ‘onmogelijk’ ongestoord slapen, zei de ombudsman, wegens gebrek aan privacy.

De school gaat vooralsnog uit van sluiting in januari, zegt Clemens. “Tot er duidelijkheid bestaat over de toekomst van deze kinderen blijven we dingen doen zoals we die nu doen.”

Als de vluchtelingengezinnen met kinderen naar andere locaties verhuizen, kun je alleen maar hopen dat daar een soortgelijke school is, zegt hij. “Het komt vaak voor dat kinderen vijf tot zes keer van school moeten wisselen voordat ze iets weten over hun verblijfsstatus. Dat doet veel met het welzijn van de kinderen. Ik gun elk evacué-kind na aankomst in ons land zo snel mogelijk een nieuwkomersschool.”

Lees ook:

Onderwijs aan vluchtelingenkinderen: ‘Het Nederlands was weer helemaal weggezakt’

Op basisschool Kienderwijs in Hoogeveen gaat het onderwijs aan asielzoekerskinderen gewoon door. Niet zonder risico, want vanwege taalbarrières is hier eerder fysiek contact.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden