Onderwijs

Ook achtstegroepers nemen soms een tussenjaar

Leerlingen van het brugjaar Jan Ligthart beantwoorden stellingen tijdens de les wereldoriëntatie. Beeld Koen Verheijden

Kinderen die na groep 8 nog niet aan de middelbare school toe zijn, kunnen steeds vaker kiezen voor een tussenjaar. ‘Er is duidelijk vraag naar dit soort onderwijs.’

Wat wil je aan het eind van het jaar hebben geleerd? De vraag staat in zwarte letters op een groot papier gestift. Het groepje van Fenne, Roos, Thomas en Maarten begint druk door elkaar heen te praten. “Ik wil de havo halen”, zegt Thomas, een blonde jongen met pretogen.

Roos, die een capuchontrui draagt met de tekst ‘good vibes’ erop, wil zich beter leren concentreren. “Mijn hoofd heeft het idee dat het alles in de gaten moet houden”, zegt ze onrustig om zich heen kijkend. “Ik heb groep 5 overgeslagen en ik heb moeite met lezen. Mijn juffen vonden het een goed idee om eerst naar deze school te gaan.”

In de les wereldoriëntatie beantwoorden de leerlingen van brugjaar Jan Ligthart in Arnhem vandaag stellingen over hun leerdoelen en wensen. Wat vinden ze moeilijk? Hoe kunnen leraren hen beter helpen? Het Jan Ligthart is bedoeld als tussenjaar voor kinderen die na groep 8 nog niet klaar zijn voor de middelbare school, bijvoorbeeld omdat ze faalangst hebben, een taalachterstand of gepest zijn.

Het brugjaar telt inmiddels een kleine tweehonderd kinderen verdeeld over acht klassen. De afdeling hoort officieel bij het Olympus College, maar de leerlingen hebben een eigen gebouw en schoolplein. Ze krijgen gewone middelbare schoolvakken, maar die worden aangevuld met een op maat gesneden pakket ‘steunlessen’, zoals extra Nederlands of faalangsttraining. “In dit jaar werken we aan drie pijlers: zelfbeeld, zelfvertrouwen en zelfstandigheid”, zegt ondersteuningscoördinator ­Suzanne Zwarts. “Als het daarmee beter gaat, komt de rest vanzelf.”

Manco’s aan het systeem

Het Jan Ligthart bestaat al zestig jaar en is daarmee het oudste tussenjaar van Nederland, zegt afdelingsleider Anouk Derksen. Het werd opgericht als zelfstandige school naar de ideeën van pedagoog Jan Ligthart (1859-1916), die pleitte voor een ­individuele benadering en veel aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling van ieder kind. De nadruk ligt niet op cijfers en toetsen, maar op sociale vaardigheden, achterstanden wegwerken en leren plannen.

Leerlingen van het brugjaar Jan Ligthart in Arnhem. Beeld Koen Verheijden

Ook in de rest van Nederland ontstaat langzaam meer aandacht voor een soepele overgang van de basisschool naar de middelbare school, ziet Derksen. Zo heeft een handjevol basisscholen inmiddels een ‘groep 9’ ingericht. Het Openbaar Vmbo en Mavo Zeist heeft een ‘opstapklas’, en de Lingeborgh in Geldermalsen lanceert volgend schooljaar een soortgelijk tussenjaar als Jan Ligthart. Ook sommige gymnasia bieden inmiddels een tussenjaar aan voor hoogbegaafde kinderen, die te jong zijn voor de eerste klas, zoals het ‘Intermezzo’ van het Stedelijk Gymnasium Nijmegen.

Precieze cijfers over dit soort initiatieven zijn er niet, maar het onderwijs heeft deze leeftijdsgroep steeds beter in het vizier, zegt Evert de Vries, directeur van twee basisscholen in Buurmalsen en Ophemert. Ook hij is bezig met het opzetten van een tussenjaar. “Er is duidelijk vraag naar dit soort onderwijs. Er ­zitten manco’s aan het huidige systeem, waarbij we kinderen – oneerbiedig gezegd – indelen op productiedatum. Het is goed voor de kansengelijkheid als sommige leerlingen later doorstromen naar de middelbare school, en als we daarin meer maatwerk proberen te leveren.”

In veel landen worden leerlingen pas op hun veertiende of zestiende ingedeeld naar onderwijsniveau, maar in Nederland gebeurt dat al bij twaalf jaar. Dat kan vooral nadelig uitpakken voor leerlingen uit een ­lager sociaal-economisch milieu of met een migratieachtergrond, blijkt uit onderzoek. Vroege selectie vergroot de kans op zittenblijven en op leerprestatieverschillen tussen leerlingen, en werkt zodoende kansenongelijkheid in de hand.

‘Nog niet altijd duidelijk wat kinderen in huis hebben’

Het is goed dat er meer aandacht komt voor deze leeftijdsgroep waarbij de verschillen in ontwikkeling nog erg groot zijn, zegt De Vries. Er kleeft volgens hem ook een risico aan de opkomst van het tussenjaar, namelijk dat ouders hun kind erheen sturen in de hoop dat het na dat jaar een hoger schooladvies krijgt. “Soms hebben ouders te hoge verwachtingen en grijpen ze zo’n tussenjaar aan om alles eruit te halen. Het is de vraag of dat goed is voor leerlingen.” Hij zegt zich niet te willen lenen voor zulk ‘opstromen’ en uit te gaan van het basisschooladvies.

Ook bij Jan Ligthart is opstromen niet het doel, zegt Derksen. Tegelijkertijd is ze trots op het grote aantal leerlingen bij wie dat uiteindelijk toch gebeurt. “Van het brugjaar 2016-2017 kwam de helft hoger uit dan het basisschooladvies.”

Leerlingen van het Jan Ligthart in Arnhem maken opdrachten bij een wiskundeles. Beeld Koen Verheijden

Ook volgens haar is er een kentering gaande in het begrip van deze leeftijdsgroep. Het Jan Ligthart krijgt de laatste jaren veel bezoekjes van schoolbesturen die overwegen om zelf een tussenjaar op te zetten. “Het is steeds duidelijker dat het na groep 8 nog niet altijd duidelijk is wat kinderen in huis hebben. Er gebeurt zoveel op deze leeftijd. Toch staat er in Nederland een enorme muur tussen de basisschool en de middelbare school. Van mij mag die harde tweedeling op de schop, zodat we één cao krijgen voor docenten van kinderen van 4 tot 18 jaar en meer aandacht voor leeftijdsfasen in de lerarenopleidingen.”

De wet is nog niet toegerust op het tussenjaar, zegt rector Maarten van de Louw. Omdat er wettelijk gezien niets tussen de basisschool en de middelbare school bestaat, is het brugjaar onderdeel van het Olympus College. Daardoor lijkt het voor de onderwijsinspectie alsof veel leerlingen twee jaar over hun eerste jaar doen. De school heeft daardoor wel eens kritische vragen gehad van de inspectie, zegt Van de Louw. Hij glimlacht. “Op het moment dat je even uit het systeem stapt, slaat ­iedereen op tilt.”

Het verhaal achter de cijfers

De onderwijsinspectie zegt desgevraagd altijd naar het ‘verhaal achter de cijfers’ te kijken, en dat het huidige systeem geen consequenties heeft voor de uiteindelijke beoordeling van scholen. Wel waarschuwde de inspectie het Jan Ligthart vorig jaar dat duidelijker moet worden gemaakt welke doelen er worden gesteld, en of die doelen bereikt worden. De school moet jaarlijks een ‘eigen analyse van de onderwijsresultaten aanleveren’, aldus het inspectierapport. 

Derksen erkent dat het belangrijk is om heldere doelen te stellen, maar volgens haar is het juist goed voor de leerlingen dat het een jaar níet om keiharde resultaten en cijfers draait. Zij ziet angstige en onzekere kinderen opbloeien. De prestatiedruk komt bovendien snel genoeg weer om de hoek kijken: na het brugjaar stromen de leerlingen door naar een gewone middelbare school, hopelijk met een beetje meer zelfvertrouwen om zich door alle proefwerken en nieuwe indrukken te worstelen.

Lees ook:

Op de tienerschool kun je nog even rijpen

Hoewel de middenschool in Nederland nooit echt van de grond kwam, loopt er nu een pilot met tienerscholen voor leerlingen van 10 tot 14 jaar. Maakt dit nieuwe concept een kans?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden