AdviesOnderwijs

Onderwijsraad wil grens aan vrijwillige ouderbijdrage om ‘wedloop om leerlingen’ te voorkomen

 Een meisje zwaait naar haar ouders voor vertrek naar Duinrell. Beeld ANP
Een meisje zwaait naar haar ouders voor vertrek naar Duinrell.Beeld ANP

De risico’s van privatisering van het onderwijs moeten veel hoger op de agenda, vindt de Onderwijsraad. “De overheid ontloopt verantwoordelijkheid.”

Laura van Baars

De vrijwillige ouderbijdrage op scholen zou gemaximeerd moeten worden, adviseert de Onderwijsraad dinsdag aan het kabinet. Om privatisering van het Nederlandse onderwijs in banen te leiden, vindt de raad bovendien dat scholen niet meer moeten registreren welke ouders het schoolgeld wel of niet betaald hebben.

De Onderwijsraad gaat een stapje verder dan de nieuwe wet over de vrijwillige ouderbijdrage die in augustus in werking is getreden. Hierbij is geregeld dat kinderen van wie ouders de bijdrage niet betaald hebben gewoon mogen meedoen aan alle programma’s en activiteiten die de school aanbiedt, ook de langdurige activiteiten buiten het normale lesprogramma om. Blijkens een enquête van belangenorganisatie Ouders & Onderwijs ervaarde tot september een kwart van de ouders van middelbare scholieren dat als de ouderbijdrage niet wordt betaald, het kind van een activiteit wordt uitgesloten.

Reizen naar Peking of skivakantie

“Er vindt onder de nieuwe wet nog steeds registratie plaats van betalingen met een koppeling naar individuele leerlingen”, schrijft de raad. “Dat kan een gevoel van verplichting opwekken. Er kan een selectie-effect optreden, waarbij ouders die de kosten niet kunnen betalen hun kind bijvoorbeeld niet voor tweetalig onderwijs laten kiezen.”

Bijzondere en kostbare activiteiten als tweetalig onderwijs, lessen Chinees met bijbehorende reizen naar Peking, een skivakantie of afdelingen voor dans of kunst gebruiken scholen om zich van elkaar te onderscheiden. Ouders betalen hier vervolgens de prijs voor. Uit de enquête van Ouders & Onderwijs blijkt dat 8 procent van de scholen voor voortgezet onderwijs meer dan 500 euro aan vrijwillige ouderbijdrage vraagt. Van de basisscholen is dit 4 procent. Respectievelijk 11 en 5 procent van de middelbare en basisscholen vraagt niets, soms omdat het bedrijfsleven of maatschappelijke organisaties zo’n school sponsoren. De Onderwijsraad geeft geen indicatie voor wat een gewenst bedrag voor de ouderbijdrage zou zijn.

Wedloop om leerlingen

De ‘wedloop om leerlingen’ die scholen met steeds meer en exclusiever aanbod aangaan, is volgens de raad niet altijd bevorderlijk voor de kwaliteit van het onderwijs. “De initiatieven verhogen niet alleen de werkdruk voor schoolleiders en leraren, ze hollen ook het publieke karakter uit. De scholen voelen zich gedwongen aanbod te realiseren dat niet per se aansluit bij hun visie en ambities. De scholen krijgen het organisatorisch niet rond en schakelen daarom private partijen in om het aanbod te verzorgen. En vanwege de toegenomen werkdruk heeft niemand binnen het schoolteam tijd om zich bezig te houden met de kwaliteit van het gebodene en ervoor te zorgen dat het integraal deel uitmaakt van het onderwijs.”

Volgens de Onderwijsraad zouden alle activiteiten die een school noodzakelijk vindt voor goed onderwijs uit de Rijksbijdrage bekostigd moeten worden, terwijl dingen die ‘aardig zijn om te hebben’ uit de ouderbijdrage mogen komen. Het zou dan onbekend moeten zijn welke families die ouderbijdrage gestort hebben. Het geld zou in een ‘solidariteitsfonds’ moeten komen voor activiteiten waaraan alle leerlingen mogen meedoen. Ook een optie is om het geld aan de scholenkoepel te storten, die het kan gebruiken voor leerlingen van andere, minder bedeelde scholen. “Op deze manier wordt het financiële speelveld tussen scholen wat gelijker. Dat versterkt het publieke karakter van het publiek bekostigd onderwijs.”

Bijles inkopen

Op de vraag hoe groot de bereidheid van de ouders dan nog zal zijn om de vrijwillige bijdrage te storten ging de Onderwijsraad maandag niet in.

Het schoolgeld is niet het enige signaal dat privatisering van het onderwijs in Nederland voortschrijdt. Met de 8,5 miljard aan corona-achterstandsgelden uit het Nationaal Programma Onderwijs wordt ook grootschalig onderwijs en bijles bij private partijen ingekocht. Bovendien stegen de afgelopen 25 jaar de uitgaven van huishoudens aan bijlessen, examen- en citotrainingen 26 naar 284 miljoen euro. Een op de drie middelbare scholieren en een op de vier basisschoolleerlingen maakt er gebruik van, bleek in april uit het jaarverslag van de onderwijsinspectie.

De overheid kan niet meer wegkijken, vindt de raad. “Zij ontloopt haar verantwoordelijkheid door het debat hierover niet aan te gaan.”

Lees ook:

Nederlands onderwijs moet zónder bijles goed genoeg zijn

Scholen moeten commerciële partijen zoveel mogelijk op afstand houden, vindt minister Slob van onderwijs. Waarom vindt hij dat belangrijk?

Huiswerkbegeleiding nodig? Bijna iedereen komt uit bij Lyceo

Om leerachterstanden weg te werken, huren scholen vrijwel altijd huiswerkinstituut Lyceo in. Maar wat betekent het, dat een commercieel bedrijf zo’n grote invloed heeft op het middelbaar onderwijs?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden