null Beeld

OnderwijscolumnErik Ex

Onderwijsgeld kan direct naar de leraar, maar niet als het aan de minister ligt

Een van de grootste mysteries van het onderwijs: waar gaat het geld voor innovatie heen? De Algemene Rekenkamer toonde zich vorige week bezorgd over de besteding van de extra 8,5 miljard die is gereserveerd voor de corona-achterstanden. En terecht, want keer op keer blijkt geld dat het onderwijs ingepompt wordt overal en nergens terecht te komen, maar de onderwijskwaliteit verbetert niet.

In een opiniërend interview in de Volkskrant stelde economieleraar en collega-onderwijscolumnist Ton van Haperen dat onze sector lijdt aan een ‘bestuursinfarct’ dat fundamentele verbeteringen in de weg staat. De besturen ontvangen ieder jaar een vrij besteedbare pot geld. Het zijn daardoor machtige bolwerken geworden, met eigen beleidsafdelingen die ver afstaan van de onderwijspraktijk. De meeste leraren hebben hun bestuurders nog nooit in het echt gezien. Voordat er iets van onderwijsverbetering kan plaatsvinden is elke euro al langs verschillende bestuurslagen en een consultancybureau gegaan.

Kan het geld niet gewoon direct naar de leraren, hoor ik u vragen? Ja, dat kan. In 2015 ontving ik het luttele bedrag van 4000 euro voor een eigen onderwijsinnovatie. Dat geld kreeg ik als ‘onderwijspionier’. Samen met twee collega’s en de schoolleiding bepaalden we waar het aan werd besteed. We gingen zuinig met het geld om en gebruikten het voor het mooiste onderwijs wat we konden verzinnen: een project rond de oorlog in Bosnië met havo 5. Ik heb er op deze plek al eens over geschreven, nog altijd kom ik oud-leerlingen tegen die vol trots vertellen over die ervaring.

Van, voor en door leraren

De opvolger van ‘onderwijspioniers’ heette het lerarenontwikkelfonds, het LOF. In het LOF konden leraren tot wel 30.000 euro krijgen. Het LOF is van, voor en door leraren. De subsidie wordt door een commissie van leraren toegekend en wie een plan indient, wordt met de uitvoering begeleid door ervaren leraren. Zo zorgt het fonds niet alleen voor onderwijsverbetering in de scholen, maar ook voor ontwikkeling van ambitieuze docenten.

Toch wil het ministerie van onderwijs stoppen met het LOF; het past blijkbaar niet in de bureaucratische structuren waarbij het geld van bovenaf verdeeld wordt. Eind vorig jaar presenteerde de minister plotseling ‘Schoolkracht’, een subsidieregeling voor onderwijsinnovatie die werd gepresenteerd als opvolger van het LOF.

Leuk bijproduct

Maar Schoolkracht moest worden aangevraagd door de schoolleiding, niet – en dat is cruciaal – door de leraar. Het geld kan weer gewoon op de rekening worden bijgeschreven, niemand die ernaar omziet. Leuk bijproduct? Scholen werden gelijk benaderd door handige onderwijsconsultants die hen zo konden helpen met een Schoolkracht-aanvraag, en heel toevallig ook zelf de uitvoering konden doen.

Wanneer durft het ministerie de leraar eens te zien als zelfstandige professional? Begin bij behoud van het LOF, een fonds voor de leraar, die het geld niet rondpompt, maar direct gebruikt waar het nodig is.

Erik Ex (1987) is leraar geschiedenis op het Cygnus Gymnasium in Amsterdam en werkt voor de VO-Raad aan de begeleiding van startende leraren. Hij schrijft elke twee weken een column. Lees zijn eerdere bijdragen hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden