ReportageLesgeven in coronatijd

Onderwijs aan vluchtelingenkinderen: ‘Het Nederlands was weer helemaal weggezakt’

De Hoogeveense basisschool ’t Kienholt is tijdens de lockdown open voor kinderen van asielzoekers.Beeld Herman Engbers

Op basisschool Kienderwijs in Hoogeveen gaat het onderwijs aan asielzoekerskinderen gewoon door. Niet zonder risico, want vanwege taalbarrières is hier eerder fysiek contact. 

Hij stond daar met zijn duimen omhoog, roepend: ‘Yesss, niet naar school!’, en tegelijkertijd spatten de tranen uit zijn ogen. Zo herinnert juf Margot Kaasjager zich een van haar leerlingen op die maandag voor de kerstvakantie, toen het bericht kwam dat alle scholen in lockdown zouden gaan. “Net als alle andere kinderen in Nederland vond hij het natuurlijk stoer om te roepen dat hij zin had in een lange vakantie”, zegt ze. “Maar het waren zijn tranen die boekdelen spraken.”

De meeste leerlingen van Kaasjager wonen in een asielzoekerscentrum. Op de openbare daltonbasisschool ’t Kienholt in Hoogeveen is een speciale afdeling voor azc-kinderen en statushouders, genaamd Kienderwijs. Alleen in deze lokalen van de verder uitgestorven school is het nu business as usual. Kaasjager kon al haar zestien leerlingen, afkomstig uit elf verschillende landen en in de leeftijd van zes tot negen, deze donderdagochtend begroeten. Sommigen van hen hebben voor hun komst naar Nederland nooit onderwijs gehad. “Ze leefden in vluchtelingenkampen en woonden soms in al zo'n vijf verschillende landen”, vertelt Kaasjager. “Bij ons komen ze in principe voor een jaar, voordat ze kunnen doorstromen naar een reguliere school. Maar het komt geregeld voor dat een kind me vertelt dat het morgen verhuist naar een ander azc of naar een woning. En dan moet je ineens afscheid nemen.”

Forse achterstand opgelopen

Anders dan tijdens de eerste lockdown zijn nieuwkomers die de Nederlandse taal nog niet beheersen door het kabinet bestempeld als kwetsbare leerlingen. Zij mogen dus naar school, en dat vinden Kaasjager en schooldirecteur Karen ter Veen maar goed ook, want tijdens de eerste lockdown hebben deze kinderen niet alleen niks geleerd, zij zijn er zelfs fors op achteruit gegaan. 

“Sommige ouders proberen er in het azc echt een thuis van te maken, en helpen hun kinderen ook zo veel mogelijk met hun huiswerk”, stelt Ter Veen. “Ze hebben geen baan, dus er is tijd voor. Alleen spreken ze de taal natuurlijk niet, en hebben ze vaak nog andere kinderen om op te letten. Onze leerlingen spraken tijdens de eerste lockdown twee maanden lang bijna geen Nederlands. Er was in het azc geen rust om te werken en er waren geen computers voor thuisonderwijs. We moesten dus filmpjes appen met bijvoorbeeld een voorgelezen boek. Maar omdat alle kinderen zulke verschillende niveaus hebben, moet je voor iedere leerling wat anders bedenken. Ook was er veel stress bij de families, omdat ze in het buitenland vaak familieleden aan corona verloren.” 

Bij terugkeer kreeg Kaasjager de kinderen nauwelijks meer aan de praat in het Nederlands. “Het duurde zeker twee weken voor er weer een beetje gepraat en gelachen werd in de klas.” 

Geborgenheid en veiligheid

Het lerarenteam van ’t Kienholt heeft geen moment getwijfeld om de school tijdens de tweede lockdown helemaal te openen voor deze kinderen. “De school maakt hun hele dag”, zegt Ter Veen. “In het asielzoekerscentrum is niks. School biedt hen geborgenheid en veiligheid die ze in hun leven nog nauwelijks ervaren hebben.” 

Onderwijs aan vluchtelingenkinderen is ‘als het je ligt’ volgens Kaasjager en Ter Veen het mooiste wat er is. Kaasjager: “Het is meer dan lesgeven. Het gaat veel meer op gevoel, op warmte en vertrouwen geven. Je raakt deze kinderen meer aan. Ook vanwege de taalbarrière, geef je ze eerder een aai over hun bol.”

Maar juist die fysieke betrokkenheid bij de kinderen maakt het werken nu ook lastig. Kinderen uit een asielzoekerscentrum zouden eerder besmet kunnen raken met het coronavirus. Ter Veen: “Wij horen natuurlijk ook de berichten over die Britse variant van het virus. We hebben met het azc afspraken gemaakt dat ze klachten goed in de gaten houden. Ouders zijn tot nu ook wel wat voorzichtiger, maar het blijft natuurlijk altijd een risico.” 

In de klas heeft Kaasjager, die kampt met longproblemen, een cirkel op de grond getrokken waar ze zelf in ging zitten en kinderen niet overheen mochten stappen. “Maar algauw bleek dat natuurlijk helemaal niet te werken. Ik maak me soms ook wel een beetje zorgen over mijn veiligheid, maar heb besloten het los te laten. De kinderen hebben hier ook niet voor gekozen.” 

Lees ook:

‘Asielkinderen zijn toch geen postpakketjes die je rondstuurt?’

De circa 7000 kinderen die in Nederland in de asielopvang leven, hebben vaak weinig privacy en moeten te veel verhuizen. 

Drukke banen én thuisonderwijs op een kleine bovenwoning. ‘Het moet niet langer dan twee weken duren’

Drukke banen, drie jonge kinderen en herstellen van corona op een kleine bovenwoning: zo ervaren Bram Heerebout en Nienke Vierstra de lockdown.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden