ReportageTilburg

Leerachterstand wegwerken? Eerst moeten de leerlingen lekker in hun vel zitten

Kinderen van groep 8 op basischool De Lochtenbergh in Tilburg.Beeld Koen Verheijden

Doordat kinderen van de basisschool maandenlang hebben thuisgezeten, zijn er volgens deskundigen verschillen in leerontwikkeling ontstaan. Vooral leerlingen met minder vaardige ouders, hebben vaak een leerachterstand opgelopen. Het klopt allemaal, maar De Lochtenbergh in Tilburg focust liever op de sociale dan de didactische kant van het verhaal.

Als op De Lochtenbergh de zoemer het teken geeft dat de ochtendpauze begint, komen meteen de ballen tevoorschijn. In een wijk waarin het lidmaatschap van een vereniging financieel allesbehalve vanzelfsprekend is, tonen de jongens en meisjes hun talent het liefst zo vaak mogelijk op trapveldjes en het schoolplein. Tegen de achtergrond van eenvoudige woningen en middelhoge flats halen ze handig de bal onder hun voeten door en spelen ze elkaar door de benen. Speelkwartier betekent hier moe worden. De meesters en juffen kijken geamuseerd toe. Het leven van de kinderen is eindelijk weer een beetje normaal.

Wie De Lochtenbergh via de hoofdingang binnenstapt, loopt langs een muur waarop de bezoeker in vele talen wordt verwelkomd. Met 120 verschillende nationaliteiten is Tilburg-Noord een smeltkroes van culturen. Tien procent van de 255 leerlingen op de school is van Nederlandse afkomst, vluchtelingenkinderen zijn oververtegenwoordigd. Directeur Jan Timmers moet lachen als hij terugdenkt aan de beelden over thuisonderwijs die hij afgelopen voorjaar op televisie zag. “Altijd de ideale situatie, met ouders die hun kind intensief begeleidden. Maar stel je de gezinnen in deze wijk eens voor. Veel ouders ontbreekt het aan de vaardigheden, onze kinderen moesten alles zelf uitvinden. Dat hebben ze vaak heel knap gedaan.”

Een didactische achterstand was voor een deel van de leerlingen simpelweg niet te voorkomen. Intern begeleider Lineke Leemans, dertig jaar aan de school verbonden, schetst het beeld van sommige huishoudens. “Er zijn voorbeelden van gezinnen met zes kinderen en één computer in huis. Daar moeten ze het dan allemaal mee doen. Er was in deze wijk al sprake van een kansenongelijkheid, die is door corona verder opgelopen. Bij terugkomst merkten we aan sommige kinderen dat ze een tijdlang geen Nederlands hadden gesproken doordat ze alleen maar binnen zaten. Daar gaan we nu aan werken.”

Het is de angst die sommige deskundigen al uitten toen de scholen in maart op slot gingen. Een angst die ze daarna nog vaak herhaalden. Op De Lochtenbergh zijn ze niet blij met die focus. “Ik krijg jeuk als ik daarover lees”, zegt Oscar van den Berg, meester van groep 3, in de personeelskamer tijdens een onderonsje met collega’s. “Het is bijzaak. Natuurlijk zullen er verschillen zijn tussen leerlingen, maar het is aan ons om in eerste instantie vooral de rust terug te brengen. Ik heb liever dat de kinderen sociaal goed uit deze periode komen. Dan hebben we twee thema’s gemist, nou en? Dat zien we straks wel weer.”

Het afgelopen half jaar hebben kinderen juist heel veel andere dingen wel geleerd, zegt Leemans. Zaken waar je niet lichtzinnig aan voorbij moet gaan. “Toen ze voor de zomervakantie nog een paar weken mochten komen, waren ze zo blij om weer op school te zijn. Ze bestormden hun leraren, hadden hen gemist. Ze voelen door de coronaperiode hoe belangrijk het is om onderdeel van een groep te zijn, met elkaar in de klas weer dingen te kunnen doen.”

Beeld Koen Verheijden

Het is niet zo dat de leerontwikkeling daaraan ondergeschikt is. Timmers: “Maar het welbevinden vormt de basis om te kunnen leren. Op deze school moeten we daar meer aandacht voor hebben. Ik vind het nogal gedurfd om alleen maar te roepen dat we moeten waken voor een didactische achterstand. Hou op, kom eens een keer bij ons op de koffie. Vóór de zomer moesten we de kinderen toetsen, zodat de achterstand meteen duidelijk zou worden. Dat deden we tegen heug en meug. Wij doen er alles aan om de leerlingen te laten uitstromen op het niveau dat ze aankunnen. Maar daarvoor moeten ze eerst lekker in hun vel zitten.

“De komende weken zal veel duidelijk worden. Sommige kinderen zullen ons verrassen, anderen misschien laten schrikken. Waarschijnlijk hebben de groepen 3 en 4 de meeste zorg nodig. Als daar een serieuze achterstand is ontstaan, moeten we ervoor zorgen dat de kinderen die niet meenemen naar de midden- en bovenbouw. We hebben bij het ministerie ingeschreven voor een subsidie waarmee we Gynzy willen gaan gebruiken, een programma waarmee we leerlingen individueel, op hun eigen niveau, kunnen begeleiden. Dat kan ons helpen. We hebben hier immers ook van nature al grote niveauverschillen.”

Eigenlijk is het al pure winst dat er weer sprake is van een dagelijkse structuur. “Kinderen hunkeren daarnaar, juist omdat ze het thuis vaak missen”, zegt Van den Berg. “Belden we in coronatijd om elf uur op, lagen sommigen nog te slapen. Ik heb me maandenlang meer psycholoog en ICT’er gevoeld dan leraar. Proberen contact te krijgen met gezinnen, zorgen dat iedereen een werkende computer had. We hebben er vijftig tot zestig uitgeleend. Gingen we de wijk in om ze aan de deur af te geven, omdat we de kinderen en hun ouders niet te pakken kregen. Dat waren dan meteen goede contactmomenten. Aan de andere kant waren er ook ouders die juist intensief met hun kind aan de slag gingen. Bijvoorbeeld door samen een boompje in de tuin te planten en erover te vertellen. Ook waardevol onderwijs.”

Een verschil met veel andere scholen is het wel, ervoer Monique Kerkhof, lerares in groep 4 en 5. “Zelf woon ik in de Reeshof, een witte wijk in Tilburg-West. Waar wij ons op De Lochtenbergh op het welbevinden van de kinderen richtten, pakten de scholen het daar anders aan. Als ik werd gebeld, ging het over iets dat mijn kinderen niet af hadden. Ze vroegen niet hoe het met ons ging. Hier werkt het anders. Veel ouders zijn niet voldoende taalvaardig, soms is er in huis geen goed werkend internet. Als we dan staan waar we nu staan, valt het me mee. Ik zie in mijn klas geen hele opvallende achterstanden.”

Als je te maken hebt met verre van gemiddelde thuissituaties, is dat al fijn. Want door de coronacrisis waren niet alleen de kinderen weg van school, dat gold ook voor veel ouders. De Lochtenbergh heeft een ouderkamer, waar activiteiten worden gehouden voor, overwegend, moeders. “Dus ook die ouders, die met zo veel vragen zaten, hebben we maandenlang niet gezien”, zegt adjunct-directeur Claudia Filippo. “Tijdens de ouderkamer communiceren we met hen. We hebben weliswaar op het schoolplein geholpen om de schoolapp op hun telefoons te installeren, maar voor ouders is dat een moeizame manier van communicatie. Ze begrijpen onze taal niet altijd.”

Beeld Koen Verheijden

Net als op veel andere scholen bleek ook op De Lochtenbergh de veerkracht groot. Digitaal werd een slag geslagen die niemand hier voorheen voor mogelijk hield. Zo goed en kwaad als het ging, kwamen er wel degelijk onlinelessen van de grond. Het is iets waar Timmers oprecht trots op is. “Kinderen kunnen heel veel vanuit huis. Voor de onder- en middenbouw hebben we nu goede websites, de bovenbouw werkte naar tevredenheid met Teams. Mocht het de komende tijd weer nodig zijn, kunnen we die middelen zo weer inzetten.”

Vanwege een coronabesmetting zit één docent al anderhalve week thuis. Begin deze week ontbraken nog eens twee collega’s omdat ze moesten testen. “Gelukkig negatief, maar net als andere scholen kunnen wij niet veel hebben. Ik sluit niet uit dat we eens een groep naar huis moeten sturen.”

Doordat het zo lastig was contact te krijgen met sommige gezinnen – een deel van de kinderen verdween echt tijdelijk van de radar – is het afgelopen half jaar een heftige geweest. Toch was het voor veel leraren ook een bevestiging dat ze op De Lochtenbergh op hun plek zitten. Kerkhof: “Je bent hier veel meer dan alleen leerkracht. Ouders zijn je daar dankbaar voor en laten voelen dat ze je vertrouwen. Toen de school weer openging, zag ik hoe zeer de kinderen ons hadden gemist. Ook lijfelijk, want hier zoeken de kinderen soms echt naar een knuffel.”

Op het raam naast de deur van een klaslokaal hangt een boodschap. In groep 4 en 5 schittert elk kind op zijn eigen manier, staat er op een vel vol sterren. Het is een tekst die past bij de filosofie van De Lochtenbergh, maar juist daarom steekt het soms dat de leerachterstand exact moet worden gekwantificeerd. “Ik probeer dat los te laten”, zegt onderwijsondersteuner Ruud Stroop. “We hebben ons zorgen gemaakt om kinderen, nu zien we dat ze zich prima voelen. Dat vind ik belangrijk.” Van de Berg: “Ik heb kinderen in mijn klas die met volzinnen praten en kinderen die niet weten dat er een dubbele a in ‘maan’ zit. Maar ze ervaren in deze tijd allemaal hoe fijn het is om over gevoelens te praten. Daar heb ik nog niemand over gehoord. En de verschillen die zijn ontstaan, daar nemen we heus de tijd wel voor.”

Lees ook:

Op de zomerschool werken leerlingen hun lockdownachterstand weg. Maar hoe zinvol is dat?

Tijdens de Rotterdamse Zomercampus 010 kunnen kinderen hun kennis bijspijkeren. Het is een van de honderden programma’s die scholen deze vakantie hebben opgetuigd. Maar aan zomerscholen kleven ook risico’s, stellen deskundigen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden