EssayOnderwijs

Laat leraren openhartig zijn, dan komt de ziel van het onderwijs weer in beeld

Beeld Colourbox

Filosofe Hester IJsseling zoekt een nieuwe pedagogiek. ‘Laat leraren die het veel te druk hebben, de tijd nemen.’

Ik was net leraar, toen ik invaller werd in groep 8. Een lastige klas, waarschuwde de directeur. Een van de kinderen zat apart in een kantoortje, omdat hij regelmatig woede-aanvallen had en dan met boeken gooide en kinderen pijn deed. De intern begeleider en de directie besloten dat hij voorlopig de klas niet meer in mocht.

Een paar weken later liep de jongen de school uit. Hij was weg! Ik belde naar zijn huis ­– er werd niet opgenomen – maar nog voordat ik hem kon gaan zoeken, was hij terug. Alsof er niets gebeurd was, ging hij het kantoortje weer binnen waar hij zijn schoolwerk deed.

Hoewel ik opgelucht was dat hij weer boven water was, maakte zijn onverschillige houding me boos. Er had zoveel kunnen gebeuren! En hij lachte het weg alsof het hem niks deed. Boos viel ik tegen hem uit: “Zeg! Wat maak je me nou, je loopt hier toch niet zomaar weg!” En toen ineens, vanuit het niets, dook de jongen in elkaar en barstte in snikken uit. Op dat moment was het alsof er iets openbrak. Alsof we elkaar pas voor het eerst echt zagen.

Mijn boosheid was weg. Ik ging naast hem zitten. Toen hij wat tot bedaren was gekomen, keek ik hem aan en zei: “Joh, wat is dit nou allemaal? Hoe gaat het eigenlijk met je?” Hij neeg een beetje naar me toe. “Weet je”, zei ik, “als jij weer de klas in wilt, als je denkt dat je dat kunt, prima, loop binnen, neem je spullen mee, daar is een plek voor jou – we zien wel, ga maar zitten en kom erbij. En als je nog eens denkt: Ik word gek, ik moet nú weg – kom dan naar mij, dan hebben we het erover.”

Dat was een keerpunt, voor hem, maar ook voor mij als leraar. Het heeft me gevormd en blijft me mijn hele leven bij.

 Je zult altijd onderbroken worden

Dit verhaal vertelde een leerkracht me. Zo’n moment van onderbreking kun je niet zomaar zelf bewerkstelligen en je kunt ook niet zeggen dat het zo moet, maar het gebéurt. Iets valt je toe, dat vraagt iets van je en jij hebt maar te antwoorden. Bezinning daarop leidt onvermijdelijk weg van een zuiver rationeel en logisch denkkader.

Meestal zijn de onderbrekingen minder dramatisch. Je wilt met de les beginnen en er is een vlinder in de klas of het begint buiten te sneeuwen. Een regenboog! Een kind gooit met een stoel. Er gaan er twee met elkaar op de vuist. In het nieuws was er een terroristische aanslag. De wc zit vol met rollen wc-papier. Een kind is weggelopen uit de klas. Of je krijgt een leerling maar niet vooruit met lezen. 

Hoeveel kennis en vaardigheden je je als leraar ook eigenmaakt en hoeveel structuren onderzoekers en beleidsmakers ook ontwikkelen om je grip te geven op de dingen – je zult altijd onderbroken worden. Elke dag weer. Dat hoort erbij en je moet, als je het mij vraagt, dat er niet helemaal uit proberen te krijgen. Niet alleen omdat het niet kán, maar vooral omdat het juist goed is dat we niet alles onder controle hebben. Want juist daar waar de werkelijkheid aan onze greep ontsnapt – in wat ons toevalt – daar zit de ruimte waarin kinderen hun eigen weg kunnen vinden en een echt mens kunnen worden. Daar zit de vrijheid. Die barsten in onze plannen zijn geen vloek maar een zegen.

there is a crack in everything
that’s how the light gets in
Leonard Cohen

Beeld Colourbox

Sommigen zeggen: ja, dat je vaak je plannen moet onderbreken voor iets wat er tussendoor komt, dat wéten we ook wel, dat dóen we ook wel, maar daar praten we niet echt over. Op de pabo zeggen docenten: het zit in het dóen, in hoe we met de studenten omgaan. Je staat er niet bij stil. Leraren op de scholen zeggen: het is meer iets dat je doet op je gevoel. Intuïtief. En daar zit zeker wat in.

Maar als we niet met elkaar praten over wat er in het wit tussen de regels nog zit, dan lopen we het gevaar dat we het belang ervan onderschatten, er steeds minder geduld mee hebben, dat we het uit de leefwereld wegregelen en de machinerie draaiend houden zonder de tijd te nemen om elkaar echt te zien. Dan wordt de ­leraar, de ouder, het kind, vermalen tussen ­label, protocol en cijfer. Die reactie op de weggelopen jongen was bepaald niet volgens het boekje en je kunt niet zeggen: kijk, zo doet een pedagogische bekwame leraar dat. En toch werd daar iets mogelijk wat aan de hand van het ‘handelingsplan’ niet was gelukt.

Toen ik nog leraar was op een basisschool, ben ik begonnen met socratische gesprekken met leraren. Die voelen een beetje onnatuurlijk aan, ze werken verwarrend en vertragend, en dat is precies de bedoeling. Verwarring is moedwillige onderbreking, om even stil te staan, in plaats van maar voort te jakkeren in de drukte van alledag, om los te komen van wat we allemaal denken te moeten weten en kunnen. Dat maakt soms ongemakkelijk, want we hebben allemaal zekerheden waar we aan gehecht zijn. Het is geen mens gegeven om altijd zonder schil te zijn.

Tussen de nullen en enen

Het vraagt nogal wat van leraren, maar als ze erin slagen openhartig te zijn, dan komt de ziel van het onderwijs weer in beeld. Die hangt samen met hoe leraren in de wereld staan, met hun lijf, hun binnenwereld en geschiedenis. Wanneer ik onderbroken word, kan geen ander mij vertellen wat me te doen staat, ook de ­wetenschap en het handboek niet. Die kunnen een gereedschapskist leveren, maar welk ­gereedschap ik op zo’n moment moet pakken, dat is aan mij.

Leraren hoeven voor deze onderzoekende houding geen wetenschappelijke theorieën te snappen, abstracte begrippen te hanteren of moeilijke literatuur te lezen. Wel mogen ze hun bekwaamheidsharnas afleggen, al vraagt dat moed. Het onderwijs dreigt ten prooi te vallen aan de waan dat we uiteindelijk alles in nullen en enen kunnen vangen. En dat data en modellen echter zijn dan wat we in ons dagelijks werk met de kinderen meemaken.

Als we ons in onze beslissingen daardoor meer laten leiden dan door wat we lijfelijk ervaren; en meer op ons hoofd dan op ons hart vertrouwen, vergeten we dat we mensen zijn die met mensen werken – geen optelsommen van eigenschappen, gedragingen en bekwaamheden. Dan gaan we steeds meer met kinderen om alsof het dingen zijn, apparaten die goed functioneren of waar iets aan mankeert. Maar tússen de nullen en enen van big data, daar zit nóg iets. Daar zit de ziel.

Schil losweken om twijfel toe te laten

Leraren hebben soms een tamelijk harde schil van gevestigde ideeën. Ik sta met hen stil bij de onderbrekingen en stel vragen om die schil los te weken, zodat ze twijfel toelaten. Want ik denk dat we verzet moeten plegen tegen de toenemende zucht naar de beheersing van alles. Dat begint met het zekere weten voorkomen, en met aandachtig luisteren: wat vraagt deze situatie van mij?

Als de cultuur er één is van: je hebt alles onder controle als je bekwaamheidsdossier maar op orde is, als je voor alle daarin opgesomde items bewijzen kan overleggen, als je alle lessen uit de methode hebt behandeld, de toets­resultaten in het leerlingvolgsysteem staan, de zorgleerlingen van een diagnose en een handelingsplan zijn voorzien, je toetsen voldoen aan de criteria van de basiskwalificatie examinering, kortom, als de cultuur er één is van administratie en protocollisering – dan is daarbij vraagtekens plaatsen een daad van verzet.

Daar is moed voor nodig, in een tijd waar de beheerscultuur het zelfvertrouwen van leraren ondermijnt, die hen afrekent op meetbare factoren en bewijzen en die hun geen tastbaar krediet geeft voor hoe ze zíjn, als leraar.

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen
Remco Campert

Haast en aandacht gaan niet samen

Tijd vraagt deze aanpak wel, en niemand heeft tijd. Iedereen heeft het altijd te druk, en dan wil je graag snel weten wat het nut is van die gesprekken. Maar haast en aandacht gaan niet samen. Aandacht vergt vertraging.

Zelf probeer ik die vertraging voor te leven, door in de huiskamer van de opleiding een boek te gaan zitten lezen, en voor bijeenkomsten steevast drie uur in te roosteren. Als mensen zich daar eenmaal hebben overgegeven aan zo’n bijeenkomst waarin er eindelijk eens tijd is voor een goed gesprek, komen ze op adem en voelen zich weer even mens.

Beeld Colourbox

Vaak huren scholen voor studiedagen onderwijsadviseurs in die het team komen vertellen over de een of andere methode of aanpak. Dat kost een hoop geld, en leraren zijn nog wel eens verveeld met de suggestie dat die experts hun komen vertellen over de praktijk waar zijzelf elke dag middenin staan.

Mijn advies: neem tijdens een studiedag liever de tijd om met je collega’s in gesprek te gaan en samen stil te staan bij wat je meemaakt in de klas. Bouw vertraging in, luister naar elkaar en kijk elkaar eens rustig in de ogen. 

Lees ook:

Bied studenten meer tijd voor hun persoonlijke academische ontwikkeling

Een beetje vrijwilligerswerk is niet genoeg voor studenten om zich echt persoonlijk en sociaal te vormen (Bildung), stellen universitair hoofddocent Lyana Francot en docent-onderzoeker Hedwig van Rossum, beiden verbonden aan de VU.

Onderwijs in burgerschap dreigt ‘een vorm van dressuur’ te worden, zeggen scholen

Scholen­koepels vinden dat de minister zich te veel bemoeit met het onderwijs in burgerschap. ‘Dit dreigt een vorm van dressuur te worden.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden