Passend onderwijs

Kinderen zijn best tevreden over passend onderwijs, tot er meerdere diagnoses zijn

Een kringgesprek in de Kanz-klas van de Montessorischool in Heerhugowaard, een speciale klas, waar passend onderwijs wordt geboden aan meervoudig gehandicapte kinderen. Beeld Jean-Pierre Jans

Kinderen zijn best tevreden over passend onderwijs, blijkt uit een onderzoek van Kinderombudsman Margrite Kalverboer. ‘Totdat zij met meerdere zorgvragen tegelijk kampen.’

Kinderen die extra hulp nodig hebben op school, zijn daar over het algemeen tevreden over, blijkt uit een enquête die de Kinderombudsman afnam onder 10- tot 18-jarige kinderen met een zorgbehoefte. Daar is Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer blij mee. “De basisondersteuning vinden zij op orde. Met alleen dyslexie, ADHD, hoogbegaafdheid, autisme, somberheidsklachten of een lichamelijke beperking weten scholen wel raad. Het wordt lastiger als zich meerdere bijzonderheden tegelijkertijd voordoen.” Uit de enquête blijkt dat het passend onderwijs voor leerlingen met complexe behoeften stagneert.

In het voorjaar verscheen de eindevaluatie van vijf jaar passend onderwijs in Nederland, maar de leerlingen zelf kwamen daarin volgens de Kinderombudsman onvoldoende aan het woord. Daarom zette Kalverboer met haar organisatie een enquête op waar zich in twee weken tijd uit eigen beweging 184 kinderen voor aanmeldden. “Dat lijkt misschien weinig, maar zij hebben zich diepgaand laten bevragen”, zegt Kalverboer.

Betrokken

De kinderen benoemen vaak dat zij zouden willen dat hun school meer kennis had over wat zij precies nodig hebben. Ze willen graag betrokken worden in het overleg daarover, maar vinden het ook moeilijk om aan te geven waar de problemen zitten. Kinderen willen dat de school hun vertelt wat kan, bijvoorbeeld dat er een-op-een lesgegeven kan worden, ze buiten de klas kunnen werken of dat bepaalde kinderen minder uren naar school hoeven. Kalverboer: “Een kind wil gewoon zijn, net als alle andere kinderen. Die zal dus niet zo snel zeggen dat hij iets anders wil dan de rest. Scholen moeten dit aangeven. Zo breng je een constructief gesprek op gang.”

Kinderen met zorgbehoeften in het regulier onderwijs zijn minder positief over hun ondersteuning dan die in het speciaal onderwijs, maar wel weer tevredener over hun gevoel van veiligheid en de inclusiviteit. Uit de eindevaluatie bleek al dat het voor scholen lastig is om te bepalen wanneer een kind op een reguliere school kan blijven, en wanneer het beter kan overstappen naar speciaal onderwijs. De grens ligt vaak bij het moment dat een kind zoveel extra aandacht vraagt dat het leerklimaat voor de rest van de klas negatief wordt beïnvloed. 

Vanwege de regelgeving is het nog niet zo eenvoudig voor reguliere en speciale scholen om hierin samen te werken. Om dat makkelijker te maken, en vooral om inclusief onderwijs te creëren waarbij alle kinderen samen naar school gaan, zou je regulier en speciaal onderwijs onder één dak moeten brengen, vindt Kalverboer. “Ze hoeven echt niet allemaal bij elkaar in een klas, maar er zijn vast vakken die je wel met alle kinderen kunt doen. Als je leert dat het op school heel normaal is om met uiteenlopende kinderen om te gaan, geeft dat ook de kinderen met een beperking een gevoel van eigenwaarde, erbij horen, respect en erkenning in de samenleving.”

Vervolgstap

Nu de stap naar passend onderwijs is gezet, vindt de Kinderombudsman dat het Rijk een vervolgstap moet nemen naar inclusief onderwijs. Een van de aanbevelingen die de Kinderombudsman nu doet, is dat leraren beter worden opgeleid in het lesgeven aan kinderen met complexe zorgbehoeften. Dat is overigens ook een wens van de leraren zelf, bleek onlangs uit een enquête van verschillende onderwijsbonden. Op 16 november debatteert de Tweede Kamer over passend onderwijs, de minister komt voorafgaand daaraan met een verbeterplan.

“Inclusiviteit van het onderwijs moet geregeld worden als Nederland wil voldoen aan verschillende internationale verdragen die we getekend hebben”, zegt Kalverboer. “Sinds de invoering van het passend onderwijs in 2014 zijn er meer kinderen ingestroomd in het speciaal onderwijs en is de hoeveelheid kinderen die langer dan drie maanden geen onderwijs hebben gevolgd niet gedaald. Het gaat hier om zo’n 4000 kinderen per jaar. Dat het aantal thuiszitters stagneert, is een teken dat we meer moeten gaan doen.”

Lees ook:

Passend onderwijs werkt niet, zeggen ouders. ‘Het roer moet om’

Zestig procent van de ouders is negatief over de toepassing van passend onderwijs, blijkt uit onderzoek van Ouders & Onderwijs. Volgens de organisatie vallen te veel kinderen buiten de boot en is het systeem toe aan grondige verbeteringen.

Wet om bureaucratie en kosten in het onderwijs terug te dringen hielp nauwelijks

Het ‘passend onderwijs’, ingevoerd in 2014 om kosten en bureaucratie terug te dringen, heeft minder opgeleverd dan gedacht. Dat blijkt uit een langlopende evaluatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden