EssayLeesonderwijs

Kinderen een boek laten lezen? Geef het toch op!

Beeld Illustratie Anna Schuit

Moet je pubers proberen boeken te laten lezen als ze er simpelweg geen trek in hebben? Kinderboekenschrijfster Jowi Schmitz gooit de handdoek in de ring. Blogs, films en reclame vertellen óók verhalen, schrijft ze. Bedenk eens zelf een verhaal met jongeren.

Lezen op de middelbare school: Het moet makkelijk, leuk – vooral leuk – zijn. Want als het jongeren bevalt, gaan ze het ook doen, is de ietwat hulpeloze hoop van alle leesbevorderende organisaties.

De CPNB (Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) zet voor dit doel ieder jaar auteurs in. Die mogen in het kader van de Boekenweek voor Jongeren op scholen komen vertellen dat het heus meevalt met die boeken. Als het even kan, zoekt het CPBNB er een BN’er bij die een beetje kan schrijven. Want als een aantrekkelijke influencer het boek heeft geschreven, nou, dan is het vast leuk. Stichting Lezen heeft in dat kader ‘De Weddenschap’ bedacht, met nóg meer BN’ers, die maar liefst drie boeken in één schooljaar lezen om te ­laten zien dat het heus kan. Famke Louise is er één van. “En waarom ik meedoe aan deze weddenschap, is omdat ik eigenlijk helemaal niet van lezen hou. Maar lezen schijnt dus heel leuk te zijn”, laat ze erover weten.

Logisch wel, die keuze voor een aantrekkelijke buitenkant. Want als je niet gewend bent naar de binnenkant te kijken, dan is dat hoe je je voorkeuren bepaalt. Groot nadeel: de meeste auteurs zijn oud, of een beetje lelijk, of allebei, en hun insta-account slaat nergens op: die vallen dus af. Het kan nog erger: de meeste auteurs van de leeslijst op de middelbare school zijn ook nog eens dood.

Ik was altijd gretige kinderen gewend

Ieder jaar reizen een stuk of twintig schrijvers van young adult-boeken tijdens de jongerenboekenweek langs de middelbare scholen, onder de noemer: Literatour. Vijf scholen in een week, vier klassen per dag. Drie jaar geleden deed ik voor het eerst mee, omdat mijn young adult-boek Weg de prijs voor beste jongerenboek van het jaar had ­gewonnen. Tot dan toe was ik basisscholen gewend: altijd gretige kinderen. Natúúrlijk lezen die, of ze worden op zijn minst voor­gelezen. Plaatjes, luisterboeken, alles wat een verhaal heeft.

“Wie houdt er van lezen?”, vroeg ik naïef, die eerste dag in een havo 4-klas. Niemand reageerde. In veel vmbo-klassen word je voor zo’n vraag uitgejouwd, werd ik later gewaarschuwd. De afkeer is groot en afkeer betekent ‘ontlezing’ en ontlezing betekent op ­latere leeftijd dat je je haargroeimiddel voor vitamine D aanziet. Ik snap dat scholen ons met de moed der wanhoop uitnodigen, ik denk ook dat het al te laat is.

Dat voelt het CPNB misschien ook. Er wordt steeds strenger geselecteerd: zo veel mogelijk thrillerschrijvers, sprookjesschrijvers en voetbalboekenschrijvers. Maar, om bij dat laatste onderwerp te blijven: het helpt geen bal.

Het mooie nieuws: op iedere school zit wel één jongen of meisje dat met liefde leest. Ergens in die week, meestal in een vwo-klas, kom ik ze tegen. En het is waar, als je een beetje enthousiast doet, dan zegt de hele klas aan het einde van de les ietwat verbaasd dat het ‘meeviel’, maar ze zeggen ook dat het ze moeite kost. Om in een boek een verhaal uit al die woorden te destilleren.

Studenten hebben er ook geen zin in

Het is niet alleen de middelbare school, studenten hebben er ook geen zin in, in lezen. Studies Nederlands worden opgeheven en, zoals de hoogopgeleide 22-jarige Char­lotte Remarque laatst in een uitstekend artikel in de Volkskrant opmerkte: je hebt er ook niet zo veel aan, aan het lezen van fictie. En dat is een groot bezwaar in een samenleving die wordt bepaald door overvolle agenda’s en een voorkeur voor efficiëntie. Als het dan toch moet, dan liever de samenvatting.

Bent u het eens met Jowi Schmitz, of juist niet? Reageer: tijdgeestreacties@trouw.nl. Een selectie komt vanaf dinsdag op Trouw.nl/tijdgeestessay en in het nieuwe nummer.

Natuurlijk moeten jongeren praktisch leren lezen, dat staat buiten kijf. Daar zijn lees­methodes op bedacht. Die beginnen op de basisscholen en gaan over het vergroten van de woordenschat, grammatica, tekstbegrip. Hoe efficiënt die methodes zijn, daar verschillen de meningen over, maar over het algemeen: heel nuttig allemaal. Leuk heeft daar maar weinig mee te maken. Dat moet ook vooral zo blijven, dat ‘leuk’ bij het onder de knie krijgen van een taal niet voorop staat. Het is de categorie algoritmen bij wiskunde en het periodiek systeem bij scheikunde. 

Wat mij betreft wordt er een uur per week verplicht gelezen en wordt het gele­zene in leesclubjes besproken. Dat is nu niet zo, terwijl het zou moeten. Omdat je ook niet in een auto kunt rijden met alleen theorie. Meters maken, verhalen tot je nemen, verschillende stemmen leren kennen, heel nuttig. Wil je weten of het gelukt is, dan deel je potjes haargroeimiddel uit om te zien of ze er een slokje van proberen te nemen.

Volgens Arjen Lubach in zijn uitzending van 27 september is één methode, of leerdoel, de grote boosdoener van de ontlezing. Dat is het fenomeen ‘begrijpend lezen’. Het telt voor de helft van je eindexamencijfer. Je leest een al dan niet literaire tekst en moet daar onmogelijke vragen over beantwoorden. Het gaat ver voorbij ‘wat staat er eigenlijk?’ en is een taal op zichzelf geworden. Een theoretisch doolhof dat zelfs hoog­leraren Nederlands in de stress doet schieten. Er zijn docenten die erg stevig aan begrijpend lezen gehecht zijn: daarmee heb je tenminste iets te meten. Veel tijd gaat op aan dat meten, zoveel zelfs dat het daadwerke­lijke lezen van een boek op school dramatisch is teruggelopen de laatste jaren.

De oplossing is volgens Lubach een­voudig: het komt allemaal goed als we begrijpend lezen afschaffen. Dan stroomt de ­literatuurliefde weer terug in de jongeren.

Mij viel nogal op dat hij dit advies als tv-uitzending bracht

Op zich heeft hij een goed punt. En ik denk ook dat méér verplicht lezen zinvol is om de vaardigheid in lezen te bevorderen. Alleen, mij viel nogal op dat hij dit advies in de vorm van een tv-uitzending bracht. Hij had ook een essay kunnen schrijven – ik noem maar wat – hij is immers ook auteur.

Maar Arjen weet: zo’n essay leest niemand.

Beeld Illustratie Anna Schuit

Alle docenten die ik het vraag, bekennen dat ze nauwelijks lezen voor hun plezier. Met goede redenen: ze hebben een jong gezin, ze móéten al zoveel lezen voor hun werk, ze hebben net een elektrische fiets ­gekocht en fietsen elke dag 50 kilometer naar hun werk. Als er tijd is, dan is er ook altijd iets anders te doen.

Jongeren hebben dat precies zo. De kloof tussen een boek en hun dagelijkse ­leven is enorm. Als ik op zo’n school zeg dat lezen een nieuwe wereld biedt, dat je er leert over mensen, over het leven, dan kijken ze me aan als een stel sportvissers. En ik ben die figuur die de vissers net heeft uitgelegd dat ballet goed is voor hun rug, omdat ze zoveel staan, namelijk. Er is altijd een kans dat een van die vissers zijn lieslaarzen uitwerpt en de balletschoentjes aansnoert, maar ik heb het nog nooit meegemaakt.

Wat mij betreft geven we het op.
Handdoek in de ring.
We lezen minder dan vroeger. Dat is nu eenmaal zo.
Dat is stap 1.

Daarna kunnen we tenminste met frisse blik naar het vak Nederlands kijken. Als boeken het niet zijn, wat dan wel? Nemen we meteen ook de studie Nederlands mee, want daar hebben ze ook last van gebrek aan enthousiasme.

Het is handig om ‘boek’ te vervangen door ‘verhaal’

Om te beginnen zou het handig zijn om het woord ‘boek’, te vervangen door ‘verhaal’. Het Nederlandse verhaal. In de Nederlandse taal. In alle vormen waarin die taal tot uiting komt. Theater, films, blogs, reclame. Wat ik vaak doe, als ik in een leeshatende klas kom, is een verhaal met ze maken. Gewoon hardop, niet in schriftjes of zo. Ter plekke verzinnen we iets, met als startpunt een boek of een serie of een film, dat blijkt voor dat verhaal, voor dat verzinproces, maar heel weinig uit te maken.

Jowi Schmitz (1972) schrijft kinder­boeken en romans. Haar nieuwste boek Beste broers (8+) is onlangs verschenen. Ze is sinds kort ook theaterrecensent voor Trouw.

Er is geen jongere die het niet kan. Ze schudden het uit hun mouw, soms best goeie verhalen ook nog. Zijn ze verrast over, dat ze het zo goed kunnen.

Want creatief denken doen ze bijna nooit, op school. Niet dat creatief denken het hoofdonderdeel van het vak Nederlands moet worden, maar het is een ingang. Opdat ze zelf ontdekken hoe zo’n verhaal ontstaat. Ze zeggen na afloop vaak: “Ons zelfgemaakte verhaal in de vorm van een boek, ja, dát zouden we wel willen lezen. Maar nog liever maken we er een serie van. Mag dat?”

“Van mij mag dat”, zeg ik dan.

Vanuit dat ‘zelf doen’, kun je gaan bespreken hoe ze werken, die verhalen. Aan de hand van films, vlogs, blogs, reclame, hier en daar een boek. De uiteindelijke vorm van zo’n verhaal maakt niet uit. Het inzicht wel.

De leerling moet het stukje ‘leuk’ er zelf bij verzinnen

Wie geen geduld heeft voor een boek maar wél begrijpt dat er verhalen zijn en dat ze diepere lagen kunnen hebben, zal nooit meer hetzelfde naar de wereld kijken.

Wie wél geduld heeft voor een boek, vindt die weg naar een boekwinkel vanzelf wel. Er worden immers boeken op school aangeboden. Dan moet de leerling het stukje ‘leuk’ er gewoon zelf bij verzinnen. Dat kunnen ze wel. Er zijn ook genoeg mensen die uiteindelijk van kunst gaan houden immers. Laat het ze zien, geef ze de keuze. Niet: dring het ze op.

Er zijn uitgevers die geen young adult-boeken meer uitgeven; jongeren kopen het zelf niet en om een jongere zo’n boek cadeau te doen, is een belediging.

Het failliet van het boek. Het doet heel veel mensen op veel manieren pijn. Waarom moeten we die oppervlakkige filmpjes, vlogs en blogs gelijkschakelen aan de literatuur, die vele malen dieper kan beschrijven wat er in iemands hoofd omgaat? Een boek dat ­allerlei gedachten en associaties op gang kan brengen; moeten we niet nog harder proberen?

Zie het als een route. Een route naar een nieuwe vorm. Als je jongeren iets leert over verhalen, levert dat op den duur wellicht zelfs betere filmpjes op.

Beter een nieuwe, dynamische route dan tegen de klippen op de liefde voor boeken door die strotjes duwen. Sportvissers in een balletschool. Ik hou na dit jaar op met die Literatour. Dus of ik ooit nog op een ­middelbare school kom, weet ik niet. Maar ik beloof: mócht ik nog eens op bezoek ­komen, dan beweeg ik hun kant op. Wat nou boeken? Een hengel. Gaan we verhalen vissen. 

Lees ook: 

Taal is een natuurlijke levensbron die in verhalen spiegelt wat in het leven onzichtbaar blijft

Ontlezing baart schrijfster en musicus Ewa Maria Wagner zorgen, want taal hoort bij de mens als de nacht bij de dag. Zelf koos ze bewust voor Nederlands, waardoor ze wortelde.

Kinderen én leraren moeten weer plezier in lezen krijgen

Om het oprukkende analfabetisme te smoren, moeten kinderen weer plezier in lezen krijgen, aldus Johan Copier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden