Eindexamens

Is het vak geschiedenis niet verouderd? ‘Horen alleen het verhaal van witte mannelijke helden’

null Beeld Nanne Meulendijks
Beeld Nanne Meulendijks

Het centraal examen geschiedenis begint vrijdag voor vmbo’ers, maandag zijn de vwo’ers en havisten aan de beurt. Al jaren klinkt er kritiek op het vak: te veel gericht op het eindexamen, te overladen, te ouderwets. Hoe zien geschiedenisdocenten dit? Een gesprek met vier leraren.

Gerrit-Jan Kleinjan

Leren scholieren bij het vak geschiedenis wel wat ze zouden moeten leren? Iris van den Brand (27), docent geschiedenis op een havo en vwo in Groningen, schudt haar hoofd. Ze noemt een voorbeeld. Een tijdje geleden was het ‘black history month’, een maand waarin de geschiedenis vanuit zwart perspectief centraal staat en die zijn oorsprong vindt in de Verenigde Staten. “Ik kreeg van mijn leerlingen de vraag waarom wij niets met dit thema doen. En ook: waarom hebben we het alleen over slavernij in de context van de WIC (West-Indische Compagnie)? En: wat gebeurde er in Indonesië tussen de VOC en de dekolonisatie?”

Van den Brand wil er dit mee zeggen: de geschiedenislessen waaraan docenten op de middelbare school door het examenprogramma vastzitten, staan soms ver af van kwesties die veel scholieren vandaag de dag belangrijk vinden om hun wereld te begrijpen. “De lesstof die leerlingen van nu krijgen, past bij jongeren van twintig, dertig jaar geleden”, zegt ze.

Aanleiding voor het gesprek met Van den Brand is de kritiek die al jaren klinkt op het vak geschiedenis. Bovenal zou het menu voor middelbare scholieren ‘te wit’ en ‘te eurocentrisch’ zijn. Het zou ook te veel gericht zijn op het eindexamen en erg overladen zijn: te veel stof in te weinig tijd.

Naast Van den Brand zijn drie andere ervaren geschiedenisdocenten aangeschoven. Gijs Korenblik (27) en Jikkemien Kuypers (46), beiden docent op het vmbo. De vierde, Emiel van der Hart (38), is leraar op het havo en vwo. De docenten werken en wonen verspreid over Nederland: van Den Haag tot Groningen, van Mill tot Hoorn. Vandaar dat de gedachtewisseling online plaatsvindt. Het viertal is ook actief in de vereniging voor geschiedenisdocenten (VGN). Vanuit die hoedanigheid hebben ze een goed overzicht van het reilen en zeilen in hun vak.

Is het geschiedenisonderwijs echt zo ouderwets?

Van den Brand: “Leerlingen horen het verhaal van witte mannelijke helden”.

Kuypers, instemmend knikkend: “Aletta Jacobs is de enige vrouw die voorbijkomt. Zij is de excuustruus in het geschiedenisonderwijs.” En dat is niet het enige wat haar dwarszit, zo vertelt de vmbo-docent uit Hoorn. “Op de school waar ik werk, hebben we leerlingen uit landen als Eritrea en Syrië en ook leerlingen met een Marokkaanse en Turkse achtergrond.” Ze houdt haar duim en wijsvinger een paar centimeter uit elkaar: “Het onderdeel gastarbeiders is nu zo’n klein stukje. De Tweede Wereldoorlog vanuit het perspectief van de Midden-Ooster? Geen woord daarover.”

Korenblik, docent op een vmbo in Mill: “Hetzelfde geldt voor Suriname en de Nederlandse Antillen. Daarover leren kinderen vrijwel niks.”

Kuypers: “Gek toch, dat er bijna niks wordt gedaan met de achtergronden van veel van onze kinderen?”

Van den Brand: “Het geschiedenisonderwijs is sterk gericht op gebeurtenissen in Holland. Het is Hollandse geschiedenis, geen Nederlandse geschiedenis. Kinderen uit Groningen, Friesland en Limburg herkennen zich maar beperkt. Ze leren van alles over de geschiedenis van de Randstad.”

Van der Hart, docent in Den Haag: “Ik ben het daar voor een deel mee eens. Maar, je hebt als docent óók de vrijheid om de koppeling te maken met actuele kwesties. Ik maak in mijn lessen de koppeling met Black Lives Matter. Zeker in het vwo heb ik daar echt wel de tijd voor.”

Waarom gooien jullie het lesboek niet gewoon aan de kant?

Van den Brand: “Daarvoor is het examen een te centraal onderdeel. Daar werken we in de bovenbouw van havo en vwo naartoe. Je vrijheid om als docent zelf keuzes te maken is zeer beperkt. Als ik besluit om het over de historische achtergronden bij de oorlog in Oekraïne te hebben, dan lever ik tijd in voor het examenprogramma. Ik doe dat omdat het belangrijk is, maar dat kun je dus niet te vaak doen. Op het eindexamen word je als school immers afgerekend.”

Van der Hart: “Met name op de havo speelt die tijdsdruk. De examenstof is er vergelijkbaar met die van het vwo, maar ze hebben een jaar minder. Je moet in anderhalf jaar tijd het hele examenprogramma erdoorheen jagen. En er is nog iets, dat is het talige aspect. Leerlingen op de havo hebben meer moeite om abstracte begrippen te begrijpen. Een begrip als absolutisme kost me gewoon veel tijd om uit te leggen. Dat gaat ten koste van andere dingen. Ik geef niet een oneindig aantal uren les.”

Van den Brand: “Geschiedenis is nu, gechargeerd gezegd, gereduceerd tot het reproduceren van zinnen, de kenmerkende aspecten, die op het eindexamen worden getoetst. Het zijn trucjes, het is geen historisch denken.”

Van der Hart: “Toch wil ik wel opmerken dat de docent lesgeeft, niet het lesboek. Dat is naar mijn idee echt essentieel. Ik kan prima ervoor kiezen het boek aan de kant te gooien, alleen past dat soms niet.”

Koude Oorlog

Op het vmbo spelen ook andere kwesties, vertellen de vmbo-docenten Kuypers en Korenblik. Zo is geschiedenis in vmbo-basis en -kader geen zelfstandig vak, maar wordt het onder de noemer ‘mens en maatschappij’ samen met vier andere vakken aangeboden.

Korenblik: “Op het vmbo is geschiedenis heel versnipperd. De stof is bovendien zeer beperkt. De Eerste Wereldoorlog wordt behandeld in een tekstblokje van vier zinnen: Sarajevo, loopgraven, Versailles.”

Kuypers: “Een voorbeeld uit vmbo-basis en -kader. De Koude Oorlog: tien regels tekst. Tien! Wat leren kinderen dan? Precies niks. Er is een gedachte dat kinderen op het vmbo niet kunnen lezen. Dat kunnen ze wél, alleen doen ze er langer over. Geef ze dan ook meer lestijd. We hebben nu voor mens en maatschappij twee, drie uur in de week.”

Korenblik: “Een vak als geschiedenis waar verhalen centraal staan, vinden kinderen vaak heel mooi. Dat wordt ze nu ontnomen. Met name in krimpregio’s zie je dat onder druk van bezuinigingen de aandacht voor geschiedenis in het vmbo verder afkalft. Onder het mom: dat heb je straks toch niet nodig op het mbo.”

Kuypers: “We sturen deze jonge mensen de samenleving in met een tekort aan historisch besef. De interesses van vmbo-leerlingen worden onderschat. Alsof hen dit niet interesseert. Ik ben 22 jaar docent en uit ervaring weet ik dat het ze wel boeit. Alsof je deze kennis niet nodig hebt als je vmbo’er bent.”

Hoe zou het wél moeten met jullie vak?

Korenblik: “Op het vmbo moet geschiedenis gewoon weer een zelfstandig vak worden”.

Kuyper: “Helemaal mee eens”.

Van den Brand: “Er zou meer ruimte moeten zijn voor maatwerk. De professionaliteit van docenten wordt door politici en beleidsmakers onderschat, helaas. Mijn school experimenteert met het afnemen van mondelinge toetsen in de bovenbouw. Je kunt dan horen of leerlingen historisch kunnen redeneren, of ze historische contexten begrijpen. Geschiedenis is geen één-plus-één-is-twee-vak zoals het nu lijkt te zijn geworden in het examen.”

Van der Hart: “De tien tijdvakken (zie kader) vind ik op zich niet verkeerd. Het is goed dat leerlingen een beeld krijgen van de chronologie. Dat wil ik graag behouden.”

Van den Brand: “Ik werk op een vrije school. Daar is gelukkig ruimte voor het schrijven van essays. Aan de hand van ideologieën, beginnend bij de Franse Revolutie, moeten leerlingen hun eigen utopie beargumenteren. In dit soort opdrachten komen de vaardigheden die leerlingen moeten beheersen tot hun recht.”

Wat leren leerlingen eigenlijk in jullie klas?

Van der Hart: “Ik hoop dat leerlingen inzien dat het leven dat zij nu ervaren, voor mensen in het verleden radicaal anders was. Dat ze leren dat omstandigheden veranderen door de tijd en dat je daarnaar kunt kijken zonder te oordelen. Mensen maakten in vroegere tijden andere keuzes, niet omdat ze raar waren, maar omdat de omstandigheden anders waren.”

Kuypers: “Dat leerlingen snappen waar ontwikkelingen vandaan komen. Denk aan de oorlog in Oekraïne. Maar ook: waarom is stemmen belangrijk? Waar komt onze democratie vandaan?”

Van den Brand: “Je leert je bij dit vak inleven in een ander, juist door het historische perspectief. Maar ook: hoe lees ik de krant? En wat zijn betrouwbare bronnen? Hoe stel ik goede vragen? Allemaal vaardigheden die je ook buiten het vak geschiedenis kunt inzetten.”

Korenblik: “Ik wil mijn leerlingen ook leren om goed te argumenteren en volledig te zijn in hun antwoorden. Als ik een leerling zo ver kan krijgen dat hij op zijn minst goed en doordacht over zijn antwoord nadenkt, dan ben ik superblij.”

Zo ziet het vak eruit: tien tijdvakken

Leidend in het geschiedenisonderwijs op havo en vwo zijn tien tijdvakken. Vanaf de eerste periode ‘jagers en boeren’ (prehistorie) belanden leerlingen via onder meer ‘monniken en ridders’ (middeleeuwen), ‘ontdekkers en hervormers’ (zestiende en zeventiende eeuw) en ‘de tijd van wereldoorlogen’ (eerste helft vorige eeuw) uiteindelijk in de huidige tijd.

Centraal daarbij staan in totaal 49 zinnen, ‘kenmerkende aspecten’ van de tijdsperiodes, die scholieren uit het hoofd moeten kennen bij het centraal eindexamen.

Een voorbeeld van zo’n kenmerkend aspect, over de verlichting: ‘Rationeel optimisme en verlicht denken dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen’.

Voor havisten en vwo’ers is geschiedenis met zo’n twee uur in de week een verplicht vak in de onderbouw. In de bovenbouw is het in twee van de vier profielen (cultuur en maatschappij, economie en maatschappij) een examenvak.

Leerlingen in vmbo-basis en -kader krijgen onder de noemer ‘mens en maatschappij’ (een combinatie van de vakken aardrijkskunde, levensbeschouwing, economie en geschiedenis) onderdelen van het vak geschiedenis. Op het vmbo-t (mavo) wordt geschiedenis in de eerste twee jaren als zelfstandig vak aangeboden en is het in jaar 3 en 4 (de examenjaren) een keuzevak.

Het examen geschiedenis voor vmbo’ers richt zich op de Nederlandse staatsinrichting vanaf 1848 en de belangrijkste gebeurtenissen in de Nederlandse en Europese geschiedenis na 1900.

Verandering van lesstof ‘welkom’

In het geschiedenisonderwijs moeten emancipatiebewegingen, de impact van het westers imperialisme en dekolonisatie nadrukkelijker een plaats krijgen. Dat oppert een werkgroep van het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling (SLO), een organisatie die het ministerie van onderwijs adviseert over wat leerlingen moeten leren.

In een reactie laat een woordvoerder van het ministerie weten het advies ‘te verwelkomen’. “Leraren kunnen zich er nu al door laten inspireren, maar om ervoor te zorgen dat iedere leerling de lesstof krijgt aangeboden, is het nodig om leerdoelen in de wet op te nemen.” Een wetsverandering is nog niet concreet. Onlangs maakte minister van onderwijs Dennis Wiersma bekend zich eerst te richten op de ‘basisvaardigheden’ zoals taal, rekenen en wiskunde.

‘Onderwijs sluit niet aan bij de actualiteit’

“Het was niet de bedoeling dat leerlingen op deze manier geschiedenis zouden krijgen”, zegt Hanneke Tuithof. Zij is als vakdidacticus geschiedenis verbonden aan de Universiteit Utrecht en de Hogeschool Utrecht. Ze geeft nascholing en begeleidt onderzoek van docenten en studenten.

“Het geschiedenisprogramma is in 2001 al bedacht en was destijds nadrukkelijk bedoeld om docenten een referentiekader te geven. Het idee was dat docenten zélf tal van voorbeelden en verhalen bij de te leren periodes zouden bedenken.”

Daar is niet veel van terechtgekomen, stelt ze. “Onder meer doordat schoolboekenmakers zich nauwgezet en heel gedetailleerd hielden aan de tijdvakken en hun 49 belangrijkste kenmerken. Gaandeweg zijn de tijdvakken en de daarbij horende kenmerkende aspecten een doel op zich geworden. In het centraal schriftelijk examen wordt er heel specifiek naar gevraagd.”

Veel docenten spelen hierdoor noodgedwongen op safe, merkt Tuithof. “Leer de kenmerken maar uit je hoofd, hoor ik dan. Docenten zouden wel anders willen, bijvoorbeeld omdat de actualiteit daarom vraagt, maar ze willen ook niet dat hun leerlingen een laag cijfer halen op het examen. Het programma sluit niet meer aan bij de actualiteit en is een keurslijf geworden dat veel docenten te krap zit.”

Lees ook:

Burgerschapsonderwijs is méér dan een les over Oekraïne

Basisscholen vinden het in hun burgerschapsonderwijs moeilijk om maatschappelijke onderwerpen te bespreken, constateert de onderwijsinspectie. Actualiteiten zoals de oorlog in Oekraïne zijn daarvoor een mooi aanknopingspunt, maar de vraag blijft: wat willen we precies op de leerlingen overdragen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden