null

Onderwijs

Indonesische studenten komen graag naar Nederland, maar andersom?

Beeld Mart Veldhuis

Indonesië en Nederland willen graag intensiever samenwerken in onderwijs en onderzoek. De ambities zijn groot, maar er zijn nog flink wat obstakels weg te nemen.

Moeten we dat nou doen, dacht Ricky Boogert toen een studiegenoot hem over probeerde te halen om mee te gaan naar Indonesië. Als student watermanagement aan de Hogeschool Rotterdam zag hij een polderproject op Java zeker zitten, maar hij geeft ook grif toe dat het buiten zijn comfortzone lag om een half jaar naar Indonesië te gaan. Achteraf is hij blij dat hij is omgepraat. “De problematiek is daar zo urgent. Verzakking is overal een probleem, maar daar zie je gebouwen waarvan alleen de zolder nog overeind staat. Dat verandert je beeld van de wereld.”

Het schetst de studentenuitwisseling tussen Indonesië en Nederland in een notendop. Waar Indonesische studenten Nederland vrij aardig kunnen vinden - er studeren hier gemiddeld zo’n 2500 Indonesiërs per jaar - is het verkeer de andere kant op aarzelend. Zonde, vindt Titia Bredée van Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationalisering van het onderwijs. “Het ontwikkelingsstadium van het land is enorm interessant, er wordt veel geïnvesteerd en geëxperimenteerd. Voor Nederlandse studenten is Nederland natuurlijk belangrijk, maar het is nog belangrijker om anderen te leren kennen.”

Nederland en Indonesië hebben ook op onderwijsgebied een lange geschiedenis samen. Als koloniaal heerser stichtte Nederland scholen in Indonesië. Enkele veelbelovende talenten werden naar Nederland gestuurd om hier te studeren. En dat is nog steeds te merken. Hoewel Nederland als populaire studiebestemming voor Indonesiërs allang is ingehaald door landen als de VS, Australië en Maleisië, kiest nog altijd een opmerkelijk hoog aantal studenten voor Nederland.

De twee landen willen die bestaande band heel graag moderniseren en aanhalen, zo bleek onlangs tijdens een conferentie voor onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden. Universiteiten en beide ministeries van onderwijs, maar ook mbo-instellingen en het bedrijfsleven, zien allerlei kansen voor samenwerking op onderwijsterrein. En dan gaat het niet alleen om studentenuitwisseling en onderzoek. Ook diverse zaken als bijscholing of het management van instellingen staan op de rol. Bredée ziet het allemaal in groot verband. “Als we zo bezig zijn met een leven lang leren, moet je het ook zo breed zien. De landen hebben elkaar veel te bieden.”

Grote verschillen

Het lastige is dat de landen elkaar veel, maar niet hetzelfde te bieden hebben. Nederland is al veel meer geïnternationaliseerd dan Indonesië. Dat merkte Atika Almira, die in 2018 een jaar meedeed aan een masterprogramma stedenbouwkunde in Rotterdam. “Een mijlpaal in mijn leven”, zegt ze. Ze wilde graag naar Europa, en Nederland was door de oude historische banden extra interessant. “De planning van veel stadscentra in Indonesië is door Nederlanders opgezet.”

Maar wat ze in Rotterdam leerde, was niet specifiek Nederlands. “Het is veel breder. We waren met 100 mensen uit 38 landen, en iedereen leert van elkaar.” Haar daaropvolgende onderzoekstraject deed ze niet in de Maasstad, maar in Chennai, in India. “Het gaat niet alleen om noord-zuidsamenwerking”, zegt ze stellig, “het is de internationale ervaring die dit programma zo rijk maakt.”

Indonesië biedt daarentegen meer een lokale ervaring. Studenten kunnen leren hoe zaken dáár werken. Ricky Boogert en collega-student Merel Schuller, die aan hetzelfde polderproject op Java werkten, ontlenen de waarde van hun avontuur juist aan de andere praktijk die ze daar zagen. “Als je op een andere manier moet werken, dan leer je daar heel veel van”, zegt Schuller. Ze is twee keer teruggeweest om de resultaten te zien. “Het mooie is dat je ziet hoe zo’n gebied opleeft doordat de polder er is.”

Het ligt dan ook niet voor de hand om op elk terrein even hard te proberen de banden aan te halen, denkt Titia Bredée. Juist de terreinen waarop de samenwerking nu al sterk is, moeten worden uitgebouwd: landbouw, waterbeheer en energie. En duurzaamheid, dat als een rode draad door alle thema’s loopt.

Drempels verlagen

Nederland wil de samenwerking graag een impuls geven. Indonesië heeft prioriteit in de plannen van het ministerie van onderwijs voor internationale samenwerking. De ambassade in Jakarta krijgt bijvoorbeeld een onderwijs- en wetenschapsattaché die de samenwerking moet helpen bevorderen. Bij handelsmissies, die bedrijven altijd goed weten te vinden, zouden vaker onderwijsinstellingen moeten aansluiten. Dat zou ook de samenwerking met de private sector kunnen stimuleren.

Daarnaast willen Nuffic en het ministerie aan de slag om obstakels te slechten. Een belangrijke hindernis is de taal. Waar in Nederland zo’n groot deel van het onderwijsprogramma in het Engels is dat er inmiddels stemmen opgaan of het niet wat minder kan, geeft Indonesië het leeuwendeel van de lessen in het Indonesisch. Universiteiten willen daar wel graag verandering in brengen, maar dat is een zaak van de lange adem. Ook erkenning van elkaars studiepunten is een netelige kwestie waar nog veel in gestroomlijnd moet worden.

En dan zijn er nog de praktische obstakels: informatievoorziening, contacten leggen, huisvesting. Het helpt enorm als die drempels verlaagd worden, zegt Bredée. Het project waar Boogert en Schuller aan meewerkten is daarvan een goed voorbeeld. De uitwisseling werd mede georganiseerd door hun hogeschool, en steunde op de samenwerking van een Nederlands waterschap met Indonesische collega’s. Dat geeft veel structuur. En omdat er geregeld groepjes studenten die kant op gingen, konden latere lichtingen leunen op de ervaring van hun voorgangers. “We hadden gewoon een adres van een onderkomen waar we terechtkonden”, vertelt Boogert. “Dat was heel fijn.”

Op al die terreinen wil Bredée vooruitgang boeken. Want, benadrukt ze, innige samenwerking wordt vaak aangedreven door persoonlijke contacten. De uitwisselingsprogramma’s die er nu al zijn, hebben voor een flink reservoir gezorgd van mensen die elkaar kennen. Boogert en Schuller werken allebei bij een waterschap, en hebben zo de gelegenheid om de samenwerking warm te houden. Almira is huisvestingsanalist voor de Wereldbank in Jakarta. Zo heeft de Nederlandse ambassade inmiddels een imposante lijst contacten. Zulke rolmodellen kunnen helpen de verdere samenwerking gestalte te geven.

Gebrek aan zelfvertrouwen

Indonesië focust voorlopig nog vooral op de ‘export’ van studenten, zo bleek tijdens een discussie op de conferentie over de samenwerking tussen de twee landen die onlangs werd gehouden. “We zijn beperkt in het aantal studenten dat binnenkomt”, zei Aris Junaidi van het Indonesische ministerie van onderwijs. “Dat is uit balans en daar moeten we iets aan doen.”

De ambities zijn groot: Junaidi’s ministerie wil graag vijf Indonesische universiteiten in de internationale top-500, en dat gaat niet lukken zonder intensieve samenwerking met andere landen. Indonesische onderwijsinstellingen zullen dus aantrekkelijker moeten worden voor buitenlanders.

Wat meespeelt, is een gebrek aan zelfvertrouwen, denkt rector Al Makin van de Sunan Kalijaga universiteit in Yogyakarta. Niet voor niets omschreef hij zelf tijdens diezelfde discussie op de conferentie de relatie tussen zijn universiteit en Nederlandse partners als die tussen ‘leerling en leraar’. Maar hij ziet ook dat de buitenlandse interesse in zijn universiteit toeneemt. “Vorig jaar kregen we uit het buitenland voor negentig studieplaatsen zeshonderd aanmeldingen”, vermeldt hij trots. “Ik denk dat we er klaar voor zijn.”

Lees ook:

Kabinet pakt internationalisering van het hoger onderwijs aan

In 2019 kwam het het kabinet met concrete plannen om de verengelsing van opleidingen tegen te gaan en de groei van het aantal buitenlandse studenten in goede banen te leiden.

Het onderwijs lijdt niet onder het Engels, maar heeft het nodig

De wereld verandert, wordt meer internationaal en meer Engelstalig. De universiteit kan daar niet bij achterblijven, riposteerde Willem Verwey, hoogleraar aan de Universiteit Twente, in een opinieartikel n 2020.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden