ColumnErik Ex

In vergaderingen kan er van alles aan bod komen: van houding tot oudere broers of zussen

Het vreemdste schooljaar dat ik als leraar meemaakte eindigde afgelopen week best gewoon, met de traditionele overgangsvergaderingen. Weliswaar met versoepelde overgangsnormen, maar er was ook een groep leerlingen in het ‘grijze gebied’ terechtgekomen: de bespreekzone. Dit zijn de leerlingen die vaak zo’n drie of meer onvoldoendes hebben. Hun lot ligt in de handen van die ene beslissende vergadering waarin ik, net als mijn collega’s, één stem heb.

Janneke Sleenhof, lerares Nederlands en onderzoeker bij de TU Eindhoven, deed onderzoek naar overgangsvergaderingen. Van de 22 leraren die zij interviewde over deze vergaderingen waren er 14 zelden tot nooit tevreden over het proces. Het gaat vaak alle kanten op.

Sommige leerlingen hebben een mentor die als een leeuw voor ze vecht. Andere leerlingen hebben minder geluk, een leraar van één van hun zwakke vakken domineert de vergadering terwijl zijn of haar sterke punten nauwelijks aan bod komen. Het kan ook erger: een schoolleiding die aanstuurt op afstromen of zittenblijven in het voorexamenjaar, zodat zwakke leerlingen de examenresultaten niet verpesten.

In vergaderingen kan er van alles aan bod komen: houding (‘Luuk zit altijd zo onderuitgezakt in mijn les’), karaktereigenschappen (‘Lieke is zo’n lieve meid’) en zelfs oudere broers of zussen (‘wisten jullie dat Jochems zus juist heel goed was in Frans?’). Dingen die vermoedelijk niet van invloed (zouden moeten) zijn voor de overgang naar het volgende leerjaar.

Willekeur

Ouders en leerlingen moesten eens weten wat voor willekeur er aan de dag wordt gelegd bij deze zware beslissingen. Zoals zo vaak in het onderwijs heeft iedereen de beste intenties. Je komt niemand tegen die niet ‘het beste voor de leerling’ wil. De ellende is dat het onmogelijk is precies te weten wat dat is. Wat gebruik je om tot een beslissing te komen? De cijfers alleen? Je intuïtie? Werkhouding? Gedrag? Ik heb havo 4-vergaderingen meegemaakt waar plotseling de Citoscores uit groep 8 werden meegewogen in het oordeel.

Sleenhof observeerde 33 vergaderingen op vier scholen. Ze concludeert dat er grote verschillen bestaan binnen scholen. Waar de één stelt dat inzet het belangrijkst is, vindt de ander dat er alleen naar leerprestaties moet worden gekeken en de volgende stelde onomwonden dat het haar doel is om zoveel mogelijk leerlingen over te laten gaan.

‘We hebben het beste met de leerlingen voor, maar eigenlijk doen we maar wat’, stelt Sleenhof. In haar onderzoek suggereert ze hoe het beter kan: een goede voorbereiding door teamleiders en mentoren, een voorzitter die iedereen aan het woord laat en een heldere visie op wat er wel en niet meetelt.

Kortom, om goed te vergaderen moeten we eerst met elkaar in gesprek en ons huiswerk doen. Wat ze hiermee geloof ik eigenlijk wil zeggen is: we doen heus ons best, maar het niveau is nu nog onvoldoende om over te gaan naar het volgende jaar.

Erik Ex is leraar geschiedenis op het Cygnus Gymnasium in Amsterdam en werkt voor Schoolinfo, dat zich bezighoudt met onderwijsinnovatie. Hij schrijft elke twee weken een column. Lees zijn eerdere bijdragen hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden